Wie Erft in België: De Orde van Erfgenamen, het Aandeel van de Echtgenoot en het Voorbehouden Erfdeel

Het Belgische erfrecht is federaal. Of je nu overlijdt in Antwerpen, Namen of Brussel, dezelfde regels in Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek bepalen wie erft, wat een langstlevende echtgenoot of partner ontvangt, en hoeveel van een nalatenschap een testator vrij mag wegschenken. Daar verandert niets aan, noch aan de taalgrens, noch aan de gewestgrens.
Wat wel per gewest verschilt, is wat de overdracht kost. Erfbelasting is in België een gewestelijke bevoegdheid, afzonderlijk vastgesteld door Vlaanderen, Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en dat wordt behandeld op drie andere pagina's, niet op deze. Deze pagina gaat over de burgerrechtelijke regel: wie aanspraak heeft op een nalatenschap, en hoeveel daarvan iemand vrij elders naartoe kan sturen.
Informatie laatst geverifieerd op 21 juli 2026. Deze pagina biedt algemene juridische informatie en vormt geen juridisch advies voor een individueel geval.
De orde van erfgenamen
Wanneer er geen testament is, of een testament niet over alles beschikt, roept het Burgerlijk Wetboek de erfgenamen op in een vaste volgorde van orden. Boek 4, artikel 4.10, bepaalt er vier, en elke orde sluit elke erfgenaam in de daaropvolgende orden volledig uit: niemand uit de tweede orde krijgt iets zolang er nog een enkele erfgenaam uit de eerste orde in leven is.
De eerste orde bestaat uit de afstammelingen van de overledene: kinderen, en als een kind vóór de ouder is overleden, diens eigen afstammelingen die door plaatsvervulling in de plaats komen. De tweede orde omvat de ouders van de overledene samen met broers en zussen en hun afstammelingen (neven en nichten), die de nalatenschap onder elkaar verdelen volgens regels die afhangen van hoeveel ouders nog in leven zijn. De derde orde bestaat uit andere bloedverwanten in opgaande lijn, zoals grootouders. De vierde orde reikt tot verdere zijverwanten, ooms, tantes en neven en nichten in de verdere zin, tot de graad die het Wetboek nog erkent.
Een langstlevende echtgenoot staat buiten deze ladder en wordt beschouwd naast welke orde ook daadwerkelijk erft, en daarom verdient de positie van de echtgenoot een aparte bespreking.
Wat de langstlevende echtgenoot ontvangt
Wanneer de overledene afstammelingen nalaat, treedt de langstlevende echtgenoot niet met hen in concurrentie om de volle eigendom. In de plaats daarvan krijgt de echtgenoot het vruchtgebruik van de volledige nalatenschap (artikel 4.17), terwijl de afstammelingen de blote eigendom houden. In de praktijk betekent dit dat de echtgenoot het vermogen mag gebruiken en er levenslang de inkomsten van mag trekken, en dat het onderliggende kapitaal pas naar de kinderen overgaat zodra het vruchtgebruik van de echtgenoot eindigt.
Een tweede, engere recht zit vervat in dat ruimere vruchtgebruik en kan niet via testament worden weggeschonken: het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot op de gezinswoning en de inboedel ervan is specifiek beschermd, en de echtgenoot houdt ook het recht op een eventuele huurovereenkomst op het onroerend goed dat als hoofdverblijfplaats van het gezin dient (artikel 4.20). Dat vruchtgebruik kan niet worden ontnomen door schenkingen tijdens het leven: artikel 4.147 § 2 waarborgt de langstlevende echtgenoot afzonderlijk minstens het vruchtgebruik van de gezinswoning en de inboedel, zelfs waar schenkingen daar anders op zouden interen. Een echtgenoot kan van de algemene nalatenschap worden uitgesloten door een testament tegen hem of haar, maar dit beschermde minimum, het voorbehouden vruchtgebruik dat hieronder wordt besproken, is moeilijker weg te nemen. Uitsluiting of verval van de rechten van een echtgenoot is zelf enkel mogelijk op de ene grond die artikel 4.22 vastlegt: volledige of gedeeltelijke ontzetting uit het ouderlijk gezag over kinderen geboren uit het huwelijk met de overledene. Los daarvan, en via een ander mechanisme, komt een echtgenoot die al uit de echt gescheiden is of van tafel en bed gescheiden, helemaal niet in aanmerking als erfgenaam-echtgenoot onder artikel 4.10.
Wanneer er geen afstammelingen zijn, wordt de positie van de langstlevende echtgenoot nog sterker en kan die uitbreiden tot de volle eigendom van een deel of het geheel van de nalatenschap, afhankelijk van welke andere bloedverwanten, indien die er zijn, nog in leven zijn.
Wettelijk samenwonende versus feitelijk samenwonende
België onderscheidt voor het erfrecht twee heel verschillende soorten ongehuwde koppels, en het verschil telt in de praktijk enorm.

Een wettelijk samenwonende heeft een formele verklaring van wettelijke samenwoning afgelegd bij het gemeentehuis. Artikel 4.23 van het Burgerlijk Wetboek geeft de langstlevende wettelijk samenwonende het vruchtgebruik van het onroerend goed dat op het ogenblik van het overlijden als hoofdverblijfplaats van het gezin diende, samen met de inboedel ervan. Dat recht is reëel, maar het is geen voorbehouden erfdeel: anders dan een echtgenoot is een wettelijk samenwonende geen beschermde erfgenaam, en een testament kan dit vruchtgebruik volledig wegnemen. Wettelijke samenwoning geeft ook geen aanspraak op de rest van de nalatenschap buiten de woning en de inboedel.
Een feitelijk samenwonende heeft geen dergelijke verklaring afgelegd. Onder het Burgerlijk Wetboek is een feitelijke partner helemaal geen erfgenaam. Samenwonen, hoeveel jaar ook, een huishouden delen en zelfs samen kinderen hebben, schept op zich geen enkel erfrecht. De enige manier waarop een feitelijke partner iets erft, is als de overledene een testament naliet, een begunstigde van een verzekering aanduidde, of een ander instrument dat de partner rechtstreeks vernoemt. Koppels die zich niet als wettelijk samenwonenden hebben geregistreerd en willen dat de langstlevende beschermd is, moeten dat bewust regelen, via een testament, een schenking, of een ander instrument; de wet regelt het niet voor hen.
Het voorbehouden erfdeel: wat een testator niet mag wegschenken
Het Belgische recht beperkt hoe vrij iemand via testament of schenking over een nalatenschap kan beschikken, door bepaalde erfgenamen te beschermen met een voorbehouden erfdeel: een minimumaandeel dat de wet voor hen opzijzet, ongeacht wat een testament zegt. Het voorbehouden erfdeel werd grondig herschreven door de wet van 31 juli 2017, van kracht voor nalatenschappen die vanaf 1 september 2018 zijn opengevallen, en de huidige vorm ervan staat in het hoofdstuk van Boek 4 over het beschikbare deel en de inkorting (artikelen 4.145 en volgende).
Vóór die hervorming groeide het voorbehouden erfdeel van de kinderen mee met hun aantal: de helft voor één kind, twee derde voor twee kinderen, drie vierde voor drie of meer. Sinds de hervorming is het voorbehouden erfdeel dat aan de kinderen samen verschuldigd is, een vaste helft van de nalatenschap, ongeacht hoeveel kinderen er zijn. Een testator met één kind, vier kinderen of tien kinderen kan altijd vrij over de andere helft beschikken; de pot die naar afstammelingen moet gaan, groeit voorbij dat punt niet meer aan. Hoe die beschermde helft dan onder de kinderen zelf wordt verdeeld, hangt nog steeds af van hun aantal, maar het plafond op wat een testator elders mag wegschenken, krimpt niet langer naarmate een gezin groter wordt.
Dezelfde hervorming schafte het voorbehouden erfdeel voor ouders volledig af. Wanneer iemand overlijdt zonder afstammelingen, blijven ouders wettelijke erfgenamen onder de hierboven beschreven erfopvolging, maar ze kunnen niet langer een vast aandeel afdwingen als een testament hen uitsluit. In de plaats daarvan kan een onterfde ouder die op het ogenblik van het overlijden werkelijk in financiële nood verkeert, een onderhoudsvordering opeisen van de nalatenschap, beperkt tot een vierde van de fictieve nalatenschap in volle eigendom, betaalbaar als eenmalig bedrag of als periodieke uitkering. Dat is een aanspraak op basis van behoefte, geen automatisch recht, en ze ontstaat enkel als de ouder een werkelijke behoefte kan aantonen.
Een langstlevende echtgenoot behoudt een voorbehouden erfdeel van een andere vorm: artikel 4.147 legt het vast op de helft van de nalatenschap in vruchtgebruik, concreet verankerd op minstens het vruchtgebruik van de gezinswoning, zelfs wanneer de waarde van de woning die helft anders zou overschrijden. Waar het voorbehouden erfdeel van de echtgenoot en dat van de kinderen elkaar anders zouden overlappen, bepaalt artikel 4.146 hoe de twee met elkaar worden verzoend.
Erfovereenkomsten zijn nu toegelaten
Het grootste deel van de twintigste eeuw beschouwde het Belgische recht elke bindende overeenkomst over een toekomstige, nog niet opengevallen nalatenschap in beginsel als nietig. De hervorming van 2017 tot 2018 versoepelde dat verbod en voerde erfovereenkomsten in, nu geregeld in Boek 4.
Er bestaan twee brede soorten. Een globale erfovereenkomst (ook wel het globaal familiaal pact genoemd) brengt een ouder (of beide ouders) samen met al hun kinderen en andere vermoedelijke afstammelingen om in één bindend document vast te leggen hoe reeds gedane schenkingen tussen hen worden behandeld, en om te bevestigen dat de regeling evenwichtig is en door iedereen aan tafel wordt aanvaard. Een puntspecifieke erfovereenkomst is enger: een erfgenaam kan bijvoorbeeld vooraf aanvaarden een bepaalde schenking niet te betwisten, ook al zou die anders op zijn voorbehouden erfdeel interen, zonder verder iets prijs te geven. Elke erfovereenkomst moet worden verleden voor een notaris, na een verplichte bedenktijd, en de vormvereisten bestaan net omdat aan een gezin wordt gevraagd om vandaag akkoord te gaan over een nalatenschap die nog niet is opengevallen.
Overlijden zonder testament
Als er geen geldig testament is, gaat de nalatenschap gewoon over volgens de hierboven beschreven orde van erfgenamen, met daarbovenop het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot waar er afstammelingen of andere in aanmerking komende bloedverwanten zijn. Wanneer geen van de vier orden nog een levende bloedverwant oplevert en er geen langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende is, is de nalatenschap onbeheerd en komt ze uiteindelijk toe aan de Staat.

Aanvaarden, verwerpen, of aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving
Erven is niet automatisch in de zin dat het aan iemand wordt opgelegd. Een erfgenaam heeft een echte keuze, en die keuze telt, want Belgische nalatenschappen dragen niet alleen activa maar ook schulden.
Zuivere aanvaarding neemt de nalatenschap zoals ze is, activa en schulden samen, en kan de erfgenaam persoonlijk blootstellen als de schulden de activa overtreffen. Aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving is een formele, notariële verklaring waarmee de erfgenaam de nalatenschap aanvaardt maar zijn aansprakelijkheid beperkt tot de werkelijke waarde ervan, na een degelijke boedelbeschrijving. Verwerping geeft de erfenis volledig op; volgens artikel 4.44 moet dit gebeuren bij verklaring voor een notaris in een authentieke akte, en wordt het geregistreerd in het centraal register voor erfrechtverklaringen. Geen van de drie wordt verondersteld, en elk heeft zijn eigen procedure en termijnen, wat een van de belangrijkste redenen is waarom dit geen stap is om te zetten zonder advies dat is afgestemd op de specifieke nalatenschap.
De rol van de notaris
Een notaris staat centraal in bijna elke Belgische nalatenschap. Vaststellen wie de erfgenamen zijn en in welke verhoudingen, de akte van aanvaarding of verwerping opstellen, gemeenschappelijk bezit tussen erfgenamen verdelen en een eventuele erfovereenkomst afhandelen, verlopen normaal allemaal via een notaris, en verschillende van die stappen, waaronder verwerping en elke erfovereenkomst, moeten wettelijk voor een notaris gebeuren. Wanneer er onroerend goed bij betrokken is, of de erfgenamen het niet eens raken over de verdeling van de nalatenschap, wordt de rol van de notaris nog centraler.
Wat het werkelijk kost
Alles op deze pagina beschrijft wie erft en hoeveel van een nalatenschap beschermd is. Wat de overheid aanrekent voor de overdracht is een aparte vraag, geregeld door het gewestelijke belastingrecht en niet door het Burgerlijk Wetboek: Vlaanderen, Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bepalen elk hun eigen tarieven, vrijstellingen en regeling voor de gezinswoning, en elk wordt op zijn eigen pagina behandeld. Deze pagina vermeldt voor geen van hen een tarief, omdat dat hier, buiten de gewestelijke context, eerder misleidend dan verhelderend zou zijn.

De vragen die schenkingen tijdens het leven oproepen, met inbegrip van hoe een schenking van jaren voor het overlijden toch nog in de belastbare nalatenschap kan worden teruggenomen, worden apart behandeld.
Dit artikel beschrijft algemene burgerrechtelijke erfregels onder Belgisch federaal recht en vormt geen juridisch advies voor een individuele nalatenschap. Familiale situaties, eerdere schenkingen, huwelijkscontracten en grensoverschrijdende elementen kunnen de uitkomst allemaal beïnvloeden, en het onderliggende recht wijzigt van tijd tot tijd. Controleer de geldende tekst op ejustice.just.fgov.be, of raadpleeg een notaris, voordat u op basis hiervan handelt.
Veelgestelde vragen
Wie erft er in België als er geen testament is?
De nalatenschap gaat over volgens een vaste orde van erfgenamen die het Burgerlijk Wetboek vastlegt: eerst de afstammelingen, dan de ouders samen met broers en zussen, dan andere bloedverwanten in opgaande lijn, dan verdere zijverwanten, met daarbovenop het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot waar er afstammelingen of andere in aanmerking komende bloedverwanten zijn. Een dichtere orde sluit een verdere orde altijd volledig uit.
Erft een langstlevende echtgenoot automatisch alles?
Niet de volle eigendom wanneer er afstammelingen zijn. De echtgenoot krijgt in de plaats daarvan het vruchtgebruik van de hele nalatenschap, dus gebruik en inkomsten levenslang, terwijl de afstammelingen de blote eigendom houden. Het vruchtgebruik van de echtgenoot op de gezinswoning en de inboedel is afzonderlijk beschermd en kan niet via een gewoon testament worden weggenomen.
Wat is het verschil tussen een wettelijk samenwonende en een feitelijk samenwonende voor het erfrecht?
Een wettelijk samenwonende heeft een formele verklaring van wettelijke samenwoning afgelegd en krijgt bij het overlijden van de partner automatisch het vruchtgebruik van de gezinswoning en de inboedel, al kan een testament ook dat wegnemen. Een feitelijk samenwonende, zonder zo'n verklaring, erft onder het Burgerlijk Wetboek helemaal niets, tenzij die in een testament of een ander instrument wordt vernoemd.
Hoeveel van een nalatenschap moet naar mijn kinderen gaan?
Sinds de hervorming die van kracht is sinds 1 september 2018, hebben kinderen samen recht op een vaste helft van de nalatenschap, ongeacht hoeveel kinderen er zijn. De andere helft is vrij beschikbaar. Vóór die hervorming groeide het beschermde aandeel mee met het aantal kinderen, tot drie vierde.
Hebben ouders nog een voorbehouden erfdeel?
Nee. Dezelfde hervorming van 2018 schafte het voorbehouden erfdeel van ouders af. Ouders blijven wettelijke erfgenamen wanneer er geen afstammelingen zijn, maar als een testament hen uitsluit, kunnen ze enkel een onderhoudsvordering op basis van behoefte opeisen van de nalatenschap, beperkt tot een vierde ervan, en enkel als ze een werkelijke financiële nood kunnen aantonen.
Kunnen familieleden vooraf afspreken hoe een nalatenschap wordt afgehandeld?
Ja, sinds dezelfde hervorming. Erfovereenkomsten, hetzij een globale erfovereenkomst waarbij een ouder en alle kinderen samen betrokken zijn, hetzij een engere puntspecifieke overeenkomst, zijn nu toegelaten, maar elk ervan moet worden ondertekend voor een notaris na een verplichte bedenktijd.
Wat gebeurt er als ik een nalatenschap niet wil aanvaarden?
Je kan ze volledig verwerpen, wat onder het Burgerlijk Wetboek moet gebeuren bij verklaring voor een notaris en wordt geregistreerd in het centraal register voor erfrechtverklaringen. Je kan ook aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving, waardoor je aansprakelijkheid beperkt blijft tot de werkelijke waarde van de nalatenschap in plaats van de schulden onbeperkt te aanvaarden.
Verandert het gewest waarin ik woon wie erft?
Nee. Het erfrecht zelf is federaal en identiek in Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Wat wel per gewest verschilt, is de erfbelasting, dus wat de overdracht kost, niet wie er recht op heeft.
Bronnen en referenties
- Burgerlijk Wetboek, Boek 4: "Erfenissen, schenkingen en testamenten" (wet van 19 januari 2022, in werking sinds 1 juli 2022), gecoördineerde tekst(ejustice.just.fgov.be).gov
- Wet van 31 juli 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft (hervorming van het voorbehouden erfdeel, in werking sinds 1 september 2018)(ejustice.just.fgov.be).gov
- FOD Justitie, de hervorming van het Burgerlijk Wetboek: boek 2, titel 3 en boek 4 (huwelijksvermogensrecht en erfrecht)(justice.belgium.be).gov
- FOD Justitie, hervorming van het Burgerlijk Wetboek, boek 4(justice.belgium.be).gov
- notaire.be, Verdeling van de nalatenschap zonder testament(notaire.be)
- notaire.be, Nalatenschap tussen samenwonenden(notaire.be)
- notaris.be, De erfrechtelijke reserve van mijn kinderen(notaris.be)
- notaris.be, Wat erf je als samenwonende?(notaris.be)
- notaire.be, Erfovereenkomsten: wat kan er sinds 1 september 2018?(notaire.be)