Gesprek Opnemen in Nederland: Artikel 139a en 139b Sr

De Nederlandse regel voor het opnemen van een gesprek is nauwer dan de meeste samenvattingen suggereren, en juist die nauwte is het punt. De twee strafbepalingen die audio-opnamen regelen, artikel 139a en artikel 139b Sr, zijn allebei opgesplitst in twee onderdelen, en alleen het onderdeel over het opnemen is geschreven rond een persoon die geen deelnemer is aan het gesprek.
Het opnemen van een gesprek waaraan u zelf deelneemt, valt dus buiten dat onderdeel van beide strafbare feiten, terwijl het onderdeel over het afluisteren bij beide breder is. Dat is het antwoord waar de meeste mensen naar op zoek zijn, en op zichzelf is het misleidend, omdat er direct twee andere regels naast staan.
De eerste is dat de deelnemer-uitzondering alleen over geluid gaat. Een verborgen camera valt onder een andere bepaling, die geen uitzondering voor deelnemers kent. De tweede is dat het maken van een opname en het gebruik ervan afzonderlijke vragen zijn die onder ander recht worden beoordeeld, en dat het gegevensbeschermingsrecht al ingrijpt op het moment van opnemen, niet pas bij publicatie.
Informatie voor het laatst gecontroleerd op 21 juli 2026. Deze pagina geeft algemene juridische informatie over het Nederlandse recht en vormt geen juridisch advies in een individueel geval.
De twee bepalingen die audio regelen
Beide strafbare feiten staan in Titel V van Boek Tweede Sr. Zij verdelen het terrein naar plaats, en zij stellen aan weerszijden van die grens verschillende voorwaarden.
Artikel 139a Sr: een woning, besloten lokaal of erf
Artikel 139a lid 1 Sr stelt strafbaar wie opzettelijk, met een technisch hulpmiddel, een van twee dingen doet met een gesprek dat wordt gevoerd in een woning, besloten lokaal of erf. Onder sub 1° is het strafbaar om dat gesprek af te luisteren anders dan in opdracht van een deelnemer aan dat gesprek. Onder sub 2° is het strafbaar om dat gesprek op te nemen zonder deelnemer aan dat gesprek te zijn en anders dan in opdracht van zulk een deelnemer.
Het maximum is zes maanden gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie. Let op de structuur van sub 2°: de twee voorwaarden zijn cumulatief, zodat opnemen alleen strafbaar is wanneer de persoon noch deelnemer is, noch handelt in opdracht van een deelnemer.
De wet definieert besloten lokaal niet, en de term wordt gelezen als een ruimte die niet voor het publiek toegankelijk is, wat een privékantoor of een vergaderruimte kan omvatten. Waar de grens in een concrete ruimte ligt, wordt beslist aan de hand van de feiten, en niet aan de hand van een lijst. Artikel 139a Sr vereist niet dat het middel verborgen is, en dat is het belangrijkste praktische verschil met artikel 139b Sr.
Artikel 139a lid 2 Sr zondert vervolgens drie situaties uit van het strafbare feit, en de aanhef beperkt alle drie tot het opnemen. Het afluisteren onder sub 1° wordt door geen van die drie uitgezonderd, zodat het afluisteren van een telecommunicatiegesprek dat in een woning wordt gevoerd, binnen artikel 139a lid 1 sub 1° Sr blijft vallen:
- het opnemen van gegevens die door middel van telecommunicatie of door een geautomatiseerd werk worden verwerkt of overgedragen, wat in plaats daarvan onder artikel 139c Sr valt
- behoudens in geval van kennelijk misbruik, het opnemen met een technisch hulpmiddel dat, met goedvinden van degene die de woning, het lokaal of het erf in gebruik heeft, openlijk in plaats van heimelijk aanwezig is
- het opnemen dat plaatsvindt ter uitvoering van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017
De tweede van die drie is de reden dat een openlijk geplaatst middel met goedvinden van de bewoner anders wordt behandeld. Het is geen onvoorwaardelijke toestemming: de aanhef behoudens in geval van kennelijk misbruik houdt de uitzondering aanvechtbaar wanneer het middel misbruikt wordt.
Artikel 139b Sr: overal elders, en alleen heimelijk
Artikel 139b lid 1 Sr geldt voor een gesprek dat elders wordt gevoerd dan in een woning, besloten lokaal of erf. Het stelt strafbaar wie, met het oogmerk dat gesprek af te luisteren of op te nemen, dat doet met een technisch hulpmiddel dat hij heimelijk aanwezig heeft, opnieuw hetzij anders dan in opdracht van een deelnemer, hetzij, bij het opnemen, zonder deelnemer te zijn en zonder zulk een opdracht.
Het maximum is drie maanden gevangenisstraf of een geldboete van de derde categorie, de helft van het maximum aan vrijheidsstraf van artikel 139a Sr. Heimelijkheid is een bestanddeel van dit strafbare feit, geen strafverzwarende omstandigheid, zodat een zichtbaar middel dat openlijk wordt gebruikt, erbuiten valt.
Artikel 139b lid 2 Sr verklaart alleen sub 1° en sub 3° van de uitzonderingen van artikel 139a lid 2 van overeenkomstige toepassing. De uitzondering voor het openlijk aanwezige middel in sub 2° wordt niet overgenomen. Dat is in lijn met het feit dat heimelijkheid al een bestanddeel van het strafbare feit zelf is, maar het is wat de tekst zegt, en niet een uitdrukkelijk vermelde wetgevingsbedoeling.
Waarom een deelnemer buiten het onderdeel over het opnemen valt
De formulering doet het werk, en zij is asymmetrisch. Artikel 139a lid 1 sub 2° Sr vereist dat de opgenomen persoon zonder deelnemer aan dat gesprek te zijn handelt, en daarnaast anders dan in opdracht van zulk een deelnemer.
Sub 1° van hetzelfde lid, het onderdeel over het afluisteren, kent alleen de tweede van die twee voorwaarden. Wie een gesprek in een woning, besloten lokaal of erf afluistert anders dan in opdracht van een deelnemer, valt onder artikel 139a lid 1 sub 1° Sr, en dat onderdeel vraagt niet of hij deelnemer was. Artikel 139b lid 1 Sr herhaalt dezelfde splitsing voor gesprekken die elders worden gevoerd, met inachtneming van het bestanddeel heimelijkheid.
Een deelnemer die opneemt, voldoet dus niet aan de bestanddelen van het onderdeel over het opnemen, en evenmin wie opneemt in opdracht van een deelnemer. Dat maakt Nederland voor audio een rechtsgebied waarin toestemming van een deelnemer volstaat.
Artikel 139a en artikel 139b Sr leggen geen verplichting op om de instemming van de andere gespreksdeelnemers te verkrijgen, en geen verplichting om aan te kondigen dat een opname wordt gemaakt. Dat is een uitspraak over die twee bepalingen, en over niets anders. De AVG kan op dezelfde feiten een informatieplicht leggen, en doet dat vanaf het moment van opnemen, niet pas bij publicatie, zodat een werkgever, een verhuurder, een bedrijf of een vereniging die een bijeenkomst opneemt de betrokkenen daarover in de regel zal moeten informeren.
Twee dingen volgen daar niet uit. Het volgt niet dat achteraf alles met de opname mag worden gedaan, en het volgt niet dat een camera op dezelfde manier wordt behandeld.
Kanttekening een: een camera valt onder een andere bepaling
Artikel 139f Sr stelt strafbaar wie, door gebruik te maken van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk een afbeelding maakt van een persoon die aanwezig is in een woning of een andere niet voor het publiek toegankelijke plaats. Het maximum is een jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie, hoger dan bij beide audiobepalingen.
Leg de bestanddelen naast artikel 139a Sr. Er is geen verwijzing naar een gesprek, geen verwijzing naar een deelnemer, en geen uitzondering voor iemand die aanwezig is of meedoet.
Het praktische gevolg is onomwonden. Het opnemen van het geluid van een bijeenkomst waaraan u deelneemt, valt buiten de audiobepalingen, en het verbergen van een camera in dezelfde ruimte om diezelfde bijeenkomst te filmen kan wel aan artikel 139f Sr voldoen, ongeacht of u zelf aan tafel zit.
Artikel 441b Sr regelt het spiegelbeeld voor de openbare plaats. Het stelt strafbaar het wederrechtelijk maken van een afbeelding van een persoon die zich bevindt op een voor het publiek toegankelijke plaats, met een daartoe aangebracht verborgen middel, met een maximum van twee maanden hechtenis of een geldboete van de derde categorie.
Kanttekening twee: wat u ermee doet, loopt via ander recht
Artikel 139e Sr wordt vaak aangehaald alsof het regelt wat u met een opname mag doen. Dat is niet zo. Elk van de drie onderdelen is gekoppeld aan materiaal dat is verkregen door wederrechtelijk afluisteren, aftappen of opnemen.
Een opname die rechtmatig is gemaakt, valt dus helemaal niet onder artikel 139e Sr. Dat betekent niet dat het materiaal onbeheerst blijft, maar dat de vraag verhuist naar een ander rechtsgebied.
Voor een audio-opname beslissen twee bronnen, en zodra een afbeelding in het spel is, komt er een derde bij. Artikel 6:162 BW maakt een onrechtmatige daad, waaronder een ongerechtvaardigde inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, tot grondslag voor schadevergoeding. De AVG is ook van toepassing, maar is geen publicatieregel: artikel 4 lid 2 AVG rekent verzamelen en vastleggen tot verwerking, zodat zij al ingrijpt op het moment van opnemen en doorloopt via opslag, kopiëren en verstrekken, tenzij de activiteit een zuiver persoonlijke of huishoudelijke activiteit is als bedoeld in artikel 2 lid 2 onder c AVG.
Artikel 21 Auteurswet is de derde bron, en is beperkt tot een portret. Is een portret vervaardigd zonder daartoe strekkende opdracht, dan is openbaarmaking daarvan door de auteursrechthebbende niet geoorloofd voor zover een redelijk belang van de geportretteerde zich daartegen verzet. Een zuivere audio-opname bevat geen portret, zodat artikel 21 Auteurswet nergens aan kan aanhaken.
De route via artikel 6:162 BW is waar de meeste geschillen daadwerkelijk uitkomen, en het is een afweging, geen vaste regel. De ernst van de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer wordt afgewogen tegen de belangen die redelijkerwijs met de gewraakte gedraging worden gediend.
Telefoongesprekken, berichten en het middel zelf
Artikel 139c lid 1 Sr stelt strafbaar wie opzettelijk en wederrechtelijk, met een technisch hulpmiddel, gegevens aftapt of opneemt die niet voor hem bestemd zijn en die door middel van telecommunicatie of door een geautomatiseerd werk worden verwerkt of overgedragen. Het maximum is twee jaar of een geldboete van de vierde categorie, hoger dan bij artikel 139a of artikel 139b Sr.
Twee bestanddelen houden een gewone deelnemer erbuiten. De gegevens moeten niet voor hem bestemd zijn, wat de inhoud van een gesprek waaraan u zelf partij bent, niet is, en de gedraging moet wederrechtelijk zijn.
Artikel 139c lid 2 sub 2° Sr gaat verder en verklaart de bepaling uitdrukkelijk niet van toepassing op het aftappen of opnemen door of in opdracht van de gerechtigde tot de aansluiting die voor de telecommunicatie wordt gebruikt, opnieuw behoudens in geval van kennelijk misbruik.
Dat zijn twee verschillende toetsen, en zij geven niet altijd hetzelfde antwoord. De gerechtigde tot de aansluiting is de abonnee, en dat is bij een zakelijke lijn of een werktelefoon doorgaans de werkgever en niet de werknemer, zodat een werknemer die deelnemer is aan het gesprek steunt op het bestanddeel niet voor hem bestemd van lid 1, en niet op de uitzondering van lid 2.
Artikel 139d lid 1 Sr grijpt een stap eerder in, en stelt strafbaar wie een technisch hulpmiddel op een bepaalde plaats aanwezig doet zijn met het oogmerk dat aldaar een gesprek of gegevensoverdracht wederrechtelijk wordt afgeluisterd, afgetapt of opgenomen. Het maximum is twee jaar of een geldboete van de vierde categorie, en het strafbare feit is voltooid met het plaatsen, ongeacht wat het middel vervolgens vastlegt.
Leden 2 en 3 breiden artikel 139d Sr uit tot het vervaardigen, verkrijgen, verkopen of voorhanden hebben van middelen en toegangsgegevens die bestemd zijn voor bepaalde computermisdrijven, met een maximum van vier jaar in het geval van lid 3.
De laatste bepaling in dit blok is artikel 139g Sr, die ziet op het verwerven, voorhanden hebben of doorgeven van niet-openbare gegevens waarvan men weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zij door een misdrijf zijn verkregen, met een maximum van een jaar of een geldboete van de vierde categorie. Lid 2 zondert uit wie te goeder trouw kon aannemen dat het algemeen belang dit vergde.
Een gesprek opnemen op het werk
De vraag achter de meeste zoekopdrachten over dit onderwerp is of een werknemer een gesprek met een leidinggevende mag opnemen. Het strafrechtelijke antwoord volgt de algemene regel: een werknemer die aan het gesprek deelneemt, is deelnemer, zodat artikel 139a en artikel 139b Sr niet in beeld komen.
Daarnaast spelen drie afzonderlijke punten, en geen daarvan wordt door de strafbepalingen beantwoord.
Het eerste is de arbeidsverhouding zelf. Artikel 7:611 BW verplicht een werkgever en een werknemer zich te gedragen als een goed werkgever en een goed werknemer, en gedrag dat geen strafbaar feit oplevert, kan afhankelijk van de omstandigheden nog altijd aan die maatstaf worden getoetst.
Het tweede is wat er met de opname gebeurt. Het verspreiden, plaatsen of aan een derde verstrekken ervan wordt beoordeeld onder de AVG en artikel 6:162 BW, en onder het portretrecht wanneer een afbeelding in het spel is, precies zoals hierboven uiteengezet, en valt niet onder de deelnemerregel.
Het derde loopt de andere kant op. Controle door een werkgever is op zichzelf gereguleerd, en de Autoriteit Persoonsgegevens geeft de voorwaarden. Dat zijn een grondslag, die volgens de AP zelden instemming zal zijn omdat personeel een verzoek van de werkgever niet vrijelijk kan weigeren, een noodzakelijkheidstoets, het informeren van personeel over wat wordt gecontroleerd en waarom, eerbiediging van het recht op vertrouwelijke communicatie, en een gegevensbeschermingseffectbeoordeling bij grootschalige of systematische controle.
Een van die voorwaarden is helemaal geen afweging. Heeft de organisatie een ondernemingsraad, dan vereist artikel 27 lid 1 onder l van de Wet op de ondernemingsraden diens voorafgaande instemming met elke regeling voor controle op het gedrag of de prestaties van personeel, en de AP formuleert het gevolg zonder omwegen: stemt de ondernemingsraad niet in, dan mag de werkgever niet controleren. Voor heimelijke controle van personeel gelden opnieuw verdere voorwaarden.
Niets op deze pagina is een aanbeveling om een collega, een leidinggevende of een wederpartij op te nemen. De pagina zet uiteen waar de wettelijke grenzen liggen, zodat een lezer kan zien welke daarvan een bepaalde situatie raakt.
De maximumstraffen op een rij
| Bepaling | Gedraging | Maximum |
|---|---|---|
| artikel 139a Sr | Het afluisteren of opnemen van een gesprek in een woning, besloten lokaal of erf, als niet-deelnemer | 6 maanden of geldboete categorie 4 |
| artikel 139b Sr | Hetzelfde elders, en alleen wanneer het middel heimelijk wordt gebruikt | 3 maanden of geldboete categorie 3 |
| artikel 139c Sr | Het aftappen of opnemen van telecommunicatiegegevens die niet voor de betrokkene bestemd zijn | 2 jaar of geldboete categorie 4 |
| artikel 139d Sr | Het plaatsen van een technisch hulpmiddel zodat een gesprek of gegevensoverdracht wederrechtelijk kan worden vastgelegd | 2 jaar of geldboete categorie 4 |
| artikel 139e Sr | Het voorhanden hebben, bekendmaken of verstrekken van wederrechtelijk verkregen materiaal | 6 maanden of geldboete categorie 4 |
| artikel 139f Sr | Het heimelijk maken van een afbeelding van een persoon in een woning of andere niet voor het publiek toegankelijke plaats | 1 jaar of geldboete categorie 4 |
| artikel 441b Sr | Hetzelfde op een voor het publiek toegankelijke plaats | 2 maanden hechtenis of geldboete categorie 3 |
Artikel 23 lid 4 Sr legt de geldboetecategorieën vast, en de bedragen worden geïndexeerd. De geldende tekst in de consolidatie van 1 juli 2026 stelt de derde categorie op € 6.700 en de vierde op € 16.750, met een redactionele aantekening dat deze bedragen vanaf 1 januari 2026 € 11.000 en € 27.500 worden. Artikel 23 lid 9 Sr voorziet in een verdere aanpassing om de twee jaar bij algemene maatregel van bestuur.
Dit zijn wettelijke maxima voor het strafbare feit, geen tarieven. Artikel 24 Sr verplicht de rechter die een geldboete oplegt om rekening te houden met de draagkracht van de betrokkene.
De opname achteraf gebruiken
Het Nederlandse civiele bewijsrecht is bewust open, zodat een rechtmatig gemaakte opname vaak wordt overgelegd in een arbeids- of burengeschil. Hoe artikel 152 Rv werkt, en hoe de rechtspraak omgaat met een opname die wederrechtelijk is verkregen, staat op de pagina over opname als bewijs.
De bredere kaart van het Nederlandse opname- en surveillancerecht, met inbegrip van de gegevensbeschermingskant, staat op de sectiepagina Nederlandse opnamewetgeving, en een kortere samenvatting op landenniveau staat in het Nederlandse onderdeel van het wereldwijde opnameoverzicht. Verwante verplichtingen op het werk staan op de sectiepagina Nederlands arbeidsrecht, en de landenkaart staat op het overzicht van het Nederlandse recht.
Veelgestelde vragen
Mag ik in Nederland een gesprek opnemen zonder de ander te vertellen?
Het opnemen van een gesprek waaraan u zelf deelneemt, valt buiten het onderdeel over het opnemen van artikel 139a en artikel 139b Sr, dat alleen wordt gepleegd door iemand die geen deelnemer is en niet handelt in opdracht van een deelnemer. Het onderdeel over het afluisteren van diezelfde bepalingen is breder en vraagt alleen of de persoon anders dan in opdracht van een deelnemer heeft gehandeld. Bij dat antwoord horen twee kanttekeningen. Het gaat alleen over geluid, zodat een verborgen camera in plaats daarvan onder artikel 139f Sr valt, dat geen uitzondering voor deelnemers kent, en de AVG is al van toepassing op de opname zelf vanaf het moment dat zij wordt gemaakt, tenzij de activiteit zuiver persoonlijk of huishoudelijk is.
Mag ik een telefoongesprek opnemen waaraan ik zelf deelneem?
Artikel 139c lid 1 Sr is beperkt tot het aftappen of opnemen van gegevens die niet voor degene die dat doet bestemd zijn, en de inhoud van een gesprek waaraan u zelf partij bent, is aan u gericht. Artikel 139c lid 2 sub 2° Sr gaat verder en verklaart de bepaling niet van toepassing op het aftappen of opnemen door of in opdracht van de gerechtigde tot de aansluiting die voor de telecommunicatie wordt gebruikt, behoudens in geval van kennelijk misbruik. Artikel 139a lid 2 sub 1° Sr haalt afzonderlijk het opnemen van telecommunicatiegegevens uit artikel 139a Sr, maar doet dat niet voor het onderdeel over het afluisteren. Let op dat de gerechtigde tot de aansluiting bij een zakelijke lijn doorgaans de werkgever is en niet de werknemer.
Mag ik een gesprek met mijn werkgever opnemen?
Een opname van een gesprek waaraan u deelneemt, valt buiten het onderdeel over het opnemen van artikel 139a en artikel 139b Sr, omdat u deelnemer bent aan het gesprek. Dat is alleen de strafrechtelijke vraag. Artikel 7:611 BW verplicht een werknemer zich te gedragen als een goed werknemer, zodat het opnemen afhankelijk van de omstandigheden nog altijd als schending van die verplichting kan worden aangevoerd. Controle in de andere richting is apart gereguleerd: de Autoriteit Persoonsgegevens vereist een grondslag, noodzakelijkheid, het informeren van personeel en, waar een ondernemingsraad bestaat, diens voorafgaande instemming, zonder welke de werkgever niet mag controleren.
Is het strafbaar om een gesprek op te nemen waaraan ik niet deelneem?
Dat is precies de situatie waarvoor artikel 139a en artikel 139b Sr zijn geschreven. Het opnemen van een gesprek dat wordt gevoerd in een woning, besloten lokaal of erf, zonder deelnemer te zijn en zonder opdracht van een deelnemer, kent onder artikel 139a Sr een maximum van zes maanden of een geldboete van de vierde categorie. Hetzelfde gedrag elders kent onder artikel 139b Sr een maximum van drie maanden of een geldboete van de derde categorie, maar alleen wanneer het middel heimelijk wordt gebruikt.
Mag ik een opname van een gesprek online zetten?
Publiceren wordt geregeld door andere regels dan het maken van de opname. Artikel 139e Sr raakt alleen materiaal dat wederrechtelijk is verkregen, zodat het geen antwoord geeft voor een rechtmatig gemaakte opname van een deelnemer. Publicatie wordt beoordeeld onder de onrechtmatige daad van artikel 6:162 BW, die de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer afweegt tegen het belang dat met publicatie is gediend, en onder het portretrecht van artikel 21 Auteurswet wanneer een portret in het spel is. Ook de AVG is van toepassing en is niet beperkt tot publicatie, omdat het opnemen van een identificeerbare persoon al verwerking is, tenzij de activiteit zuiver persoonlijk of huishoudelijk is.
Wordt een verborgen camera hetzelfde behandeld als een verborgen microfoon?
Nee, en dat verschil is het meest ingrijpende punt in het Nederlandse opnamerecht. Artikel 139a en artikel 139b Sr gaan over een gesprek en draaien om de vraag of de persoon deelnemer is. Artikel 139f Sr gaat over een afbeelding van een persoon die aanwezig is in een woning of een andere niet voor het publiek toegankelijke plaats, gemaakt met een middel waarvan de aanwezigheid niet duidelijk kenbaar is gemaakt, en kent helemaal geen uitzondering voor deelnemers, met een maximum van een jaar of een geldboete van de vierde categorie.
Wat is de straf voor het wederrechtelijk opnemen van een gesprek?
Artikel 139a Sr kent een maximum van zes maanden gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie, en artikel 139b Sr een maximum van drie maanden of een geldboete van de derde categorie. Artikel 139c Sr, voor telecommunicatiegegevens, kent een maximum van twee jaar of een geldboete van de vierde categorie, evenals artikel 139d Sr voor het plaatsen van een middel. De geldende tekst van artikel 23 lid 4 Sr stelt de derde categorie op € 6.700 en de vierde op € 16.750, met een redactionele aantekening dat deze bedragen vanaf 1 januari 2026 € 11.000 en € 27.500 worden.
Is artikel 139a Sr van toepassing op een opname die op kantoor wordt gemaakt?
Dat hangt af van de vraag of de ruimte een besloten lokaal is, de wettelijke term naast woning en erf. Een kantoor dat niet voor het publiek toegankelijk is, valt doorgaans binnen artikel 139a Sr, en een gesprek op straat, in een park of op een andere open plaats valt in plaats daarvan onder artikel 139b Sr. Het onderscheid is van belang, omdat artikel 139b Sr alleen geldt wanneer het middel heimelijk wordt gebruikt, terwijl artikel 139a Sr die eis niet kent.
Bronnen en referenties
- Artikel 139a Sr, opnemen van een gesprek in een woning, besloten lokaal of erf(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 139b Sr, heimelijk opnemen van een gesprek elders dan in een woning, besloten lokaal of erf(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 139c Sr, aftappen of opnemen van gegevens die niet voor hem bestemd zijn(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 139d Sr, het aanwezig doen zijn van een technisch hulpmiddel(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 139e Sr, beschikken over of bekendmaken van wederrechtelijk verkregen gegevens(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 139f Sr, heimelijk vervaardigen van een afbeelding op een niet voor het publiek toegankelijke plaats(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 139g Sr, door misdrijf verkregen niet-openbare gegevens(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 441b Sr, heimelijk vervaardigen van een afbeelding op een voor het publiek toegankelijke plaats(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 23 Sr, de zes geldboetecategorieën en hun bedragen(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 21 Auteurswet, portretrecht en het redelijk belang van de geportretteerde(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 6:162 BW, onrechtmatige daad(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 7:611 BW, goed werkgeverschap en goed werknemerschap(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 152 Rv, vrije bewijsleer en vrije bewijswaardering(wetten.overheid.nl).gov
- Autoriteit Persoonsgegevens, voorwaarden voor controle van werknemers(autoriteitpersoonsgegevens.nl).gov
- Verordening (EU) 2016/679 (AVG), artikel 2 lid 2 onder c en artikel 4 lid 2(eur-lex.europa.eu).gov
- Artikel 27 lid 1 onder l Wet op de ondernemingsraden, instemmingsrecht bij een regeling voor controle op gedrag of prestaties(wetten.overheid.nl).gov
- Autoriteit Persoonsgegevens, voorwaarden voor heimelijke controle van werknemers(autoriteitpersoonsgegevens.nl).gov