Nederlands recht uitgelegd: wetboeken, rechters en wetsartikelen (2026)

Het Nederlandse recht is gecodificeerd. De regels die een gewoon geschil over werk, een huurwoning, een nalatenschap of een buurman beslechten, staan in nationale wetten, in de eerste plaats in het Burgerlijk Wetboek (BW). Een zaak wordt beslist door het artikel te zoeken dat van toepassing is, en niet door te redeneren vanuit een reeks eerdere uitspraken.
Deze pagina is de kaart bij de Nederlandse onderdelen van deze site. Zij zet uiteen waar het recht is vastgelegd, welke instantie waarover beslist, hoe een Nederlandse verwijzing is opgebouwd en welke bedragen elk jaar in januari opnieuw worden vastgesteld.
Een apart benoemd onderdeel verderop behandelt één valkuil: een groot deel van het Nederlandstalige juridische materiaal online beschrijft België, dat de taal deelt en de instellingen niet.
Informatie voor het laatst gecontroleerd op 20 juli 2026. Deze pagina geeft algemene juridische informatie over het Nederlandse recht en vormt geen juridisch advies in een individueel geval.
Het Burgerlijk Wetboek is opgebouwd uit Boeken
Het Burgerlijk Wetboek is de centrale civiele wet, en het is geen doorlopende tekst. Het is de eerste plaats om te zoeken naar een regel over een overeenkomst, werk, huur, een nalatenschap of een erfgrens.
Het BW is verdeeld in genummerde Boeken, elk met een eigen rechtsgebied, en het Boeknummer maakt deel uit van de verwijzing. Daarom wordt een Nederlands civiel artikel geschreven als twee getallen gescheiden door een dubbele punt, en daarom is het aanhalen van het verkeerde Boek de meest voorkomende verwijzingsfout: 4:13 en 7:13 zijn ongerelateerde bepalingen.
| Boek | Rechtsgebied | Voorbeelden |
|---|---|---|
| Boek 1 | Personen- en familierecht | huwelijk, echtscheiding, alimentatie, gezag, namen |
| Boek 3 | Vermogensrecht in het algemeen | algemene regels over vermogen en rechtshandelingen |
| Boek 4 | Erfrecht | de wettelijke verdeling, de legitieme portie, het testament, de executeur |
| Boek 5 | Zakelijke rechten | eigendom, burenrecht, de erfgrens, appartementsrechten |
| Boek 6 | Verbintenissenrecht | algemene regels over overeenkomsten, de onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW) |
| Boek 7 | Bijzondere overeenkomsten | de arbeidsovereenkomst, huur, koop en consumentenkoop |
Boek 7 alleen al bevat het grootste deel van waar een gewone lezer naar zoekt. Titel 1 gaat over koop en ruil, waar artikel 7:17 BW eist dat een geleverde zaak aan de overeenkomst beantwoordt, Titel 4 gaat over huur vanaf artikel 7:201 BW, en Titel 10 gaat over de arbeidsovereenkomst vanaf artikel 7:610 BW.
Boek 5 draagt een onevenredig groot deel van de burengeschillen. Titel 4 loopt van artikel 5:37 tot en met artikel 5:59 BW en regelt de verplichtingen van eigenaars van naburige erven, met daarin de plantafstanden, de scheidsmuren en de hinder. Boek 4 is het erfrechtboek, met de legitieme portie in de artikelen 4:63 tot en met 4:92 BW.
Naast het BW staan verschillende andere wetboeken, elk met een eigen afkorting.
- Wetboek van Strafrecht (Sr) bevat de strafbare feiten, waaronder smaad, laster en belediging in Titel XVI, de artikelen 261 tot en met 271, en de opname- en afluisterdelicten in de artikelen 139a tot en met 139g. Artikel 139f Sr stelt strafbaar het maken van een afbeelding van een persoon in een woning of een andere niet voor het publiek toegankelijke plaats met een apparaat waarvan de aanwezigheid niet duidelijk kenbaar is gemaakt, met ten hoogste een jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie. Artikel 441b Sr regelt hetzelfde gedrag op een openbare plaats, met ten hoogste twee maanden hechtenis of een geldboete van de derde categorie.
- Wetboek van Strafvordering (Sv) regelt het strafprocesrecht, waaronder de aangifte bij de politie.
- Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) regelt het burgerlijk procesrecht, waaronder de vraag welke rechter welke vordering behandelt.
- Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) regelt het verkeer, met de alcoholgrenzen in artikel 8 WVW 1994.
- Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV), de Wet Mulder, maakt van de meeste verkeersovertredingen een bestuurlijke sanctie.
- Successiewet 1956 regelt de erfbelasting en de schenkbelasting.
- Faillissementswet (Fw) bevat het faillissement en, in de derde titel, de wettelijke schuldsanering die bekendstaat als de Wsnp.
- Uitvoeringswet AVG (UAVG) voert de AVG uit in het Nederlandse recht en stelt in hoofdstuk 2 de Autoriteit Persoonsgegevens in.
Welke instantie beslist waarover
De Nederlandse civiele rechtspraak bestaat uit 11 rechtbanken, 4 gerechtshoven voor het hoger beroep en de Hoge Raad aan de top. De Hoge Raad stelt de feiten niet opnieuw vast, maar toetst of de lagere rechter het recht juist heeft toegepast. In een dagvaardingsprocedure heten zijn uitspraken arresten, en in een verzoekschriftprocedure, de vorm waarin ontslagzaken en zaken over de transitievergoeding lopen, beschikkingen. Beide worden aangehaald met hun ECLI.
Binnen elke rechtbank zit de kantonrechter, de rechter die de meeste lezers ooit zullen tegenkomen. Op grond van artikel 93 Rv beslist de kantonrechter over vorderingen tot € 25.000, en daarnaast over arbeid, huur, consumentenkoop en consumentenkrediet ongeacht het bedrag dat op het spel staat. Artikel 79 lid 1 Rv bepaalt dat partijen bij de kantonrechter in persoon kunnen procederen, zodat daar geen advocaat verplicht is. Dat is een wezenlijk verschil met de hogere civiele kamers.
Een groot deel van het Nederlandse recht wordt helemaal niet door een rechter beslist, en het noemen van de verkeerde instantie kost een lezer net zoveel als het noemen van de verkeerde wet.
| Instantie | Waarover die beslist |
|---|---|
| Kantonrechter | arbeid, waaronder ontslag en transitievergoeding, huur, consumentenkoop en consumentenkrediet ongeacht het bedrag, plus overige vorderingen tot € 25.000 |
| Rechtbank | echtscheiding, betwiste nalatenschappen, algemene civiele vorderingen, strafzaken |
| Gerechtshof, daarna Hoge Raad | hoger beroep, daarna cassatie op rechtsvragen, met de appelgrens van artikel 332 lid 1 Rv |
| Huurcommissie | huurprijs, servicekosten en onderhoudsgebreken, met de kantonrechter erboven |
| UWV | de preventieve ontslagtoets op bedrijfseconomische gronden en na langdurige arbeidsongeschiktheid, en de WW |
| Autoriteit Persoonsgegevens | klachten en handhaving op het gebied van gegevensbescherming, maar zij kent geen schadevergoeding toe |
| CJIB en het Openbaar Ministerie | bestuurlijke verkeerssancties op grond van de Wet Mulder, en de inning daarvan |
| Notaris | testamenten, nalatenschappen, leveringsaktes en schenkingen |
| Gerechtsdeurwaarder | betekening van stukken, ontruiming, loonbeslag en executie |
| Belastingdienst | de aanslagen erfbelasting en schenkbelasting |
Twee routes zijn het waard om uit te schrijven. Ontslag op bedrijfseconomische gronden of na langdurige arbeidsongeschiktheid loopt via het UWV voor voorafgaande toestemming op grond van artikel 7:671a BW, terwijl ontslag op in de persoon gelegen gronden naar de kantonrechter gaat. Artikel 7:671a lid 2 BW voegt daar een variant aan toe: wijst een CAO een onafhankelijke commissie aan voor de bedrijfseconomische grond, dan neemt die commissie de plaats van het UWV in. Een geschil over de huurprijs begint bij de Huurcommissie en niet bij de rechter.
Ook het hoger beroep kent een ondergrens. Op grond van artikel 332 lid 1 Rv staat geen hoger beroep open wanneer de vordering in eerste aanleg niet meer bedroeg dan € 1.750, en juist vorderingen van die omvang behandelt de kantonrechter.
De Autoriteit Persoonsgegevens is de derde veelvoorkomende misvatting. Zij handhaaft de gegevensbescherming op grond van de UAVG en kan optreden tegen een organisatie, maar zij kent de klager geen vergoeding toe: een vordering tot schadevergoeding is een afzonderlijke civiele zaak.
Eén land, één set regels
Nederland is een eenheidsstaat. Arbeidsrecht, huurrecht, familierecht, erfrecht, consumentenrecht, strafrecht, verkeersrecht en gegevensbescherming zijn nationale wetten die in Groningen hetzelfde luiden als in Maastricht. Er is geen provinciaal burgerlijk wetboek, geen provinciaal arbeidsrecht en geen provinciale erfbelasting.
Provincies bestaan en hebben echte bestuurlijke taken, vooral in de ruimtelijke ordening en het milieu, maar zij vormen geen laag in de regels die hier zijn beschreven. Het zichtbaarste lokale instrument dat een gewone lezer tegenkomt is de algemene plaatselijke verordening (APV), die elke gemeente vaststelt. Een APV gaat doorgaans over geluidsoverlast, schuttingen en hagen boven een bepaalde hoogte, openingstijden en gebieden voor preventief fouilleren.
De APV is niet het enige lokale instrument, en de andere raken huurders en woningzoekenden rechtstreeks. Een gemeente kan op grond van de Huisvestingswet 2014 een huisvestingsverordening vaststellen, die een vergunning kan eisen voor het bewonen van een deel van de woningvoorraad en die toewijzingsregels kan stellen. Zij kan ook op grond van de Wet goed verhuurderschap een verhuurverordening vaststellen, die een verhuurvergunning invoert voor omschreven categorieën huurwoningen.
Een lokale controle is daarom de moeite waard bij wonen, overlast en vergunningen, maar het blijft een voetnoot en geen structuur. Geen van de bovengenoemde rechtsgebieden is per provincie georganiseerd, want dat zou een variatie veronderstellen die niet bestaat.
Hoe u een Nederlandse verwijzing leest
Nederlandse wetsbepalingen worden aangehaald met het woord artikel of met de afkorting art. Een verwijzing met een paragraafteken, of met een Engels woord in plaats van artikel, is geen Nederlandse praktijk en brengt een lezer niet terug bij de officiële tekst.
Een genummerde alinea binnen een artikel is een lid, en een geletterd of genummerd subonderdeel is een onderdeel. Artikel 7:673 lid 2 BW is dus het tweede lid van het artikel over de transitievergoeding.
| Geschreven als | Betekent |
|---|---|
| artikel 7:673 BW | Boek 7, artikel 673 van het Burgerlijk Wetboek |
| art. 261 Sr | artikel 261 van het Wetboek van Strafrecht |
| artikel 93 Rv | artikel 93 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering |
| ECLI:NL:HR:jaar:nummer | een uitspraak van de Hoge Raad, aangehaald met de ECLI |
Rechtspraak wordt aangehaald met de ECLI, de European Case Law Identifier, die De Rechtspraak sinds 28 juni 2013 gebruikt. Het formaat ligt vast: ECLI, landcode, code van het gerecht, jaar en nummer, gescheiden door dubbele punten en zonder dat een onderdeel wordt weggelaten. Het jaar is dat van de uitspraak en niet dat van het aanhangig maken van de zaak.
Namen van wetten en wetboeken worden niet vertaald. Een vertaalde wetsnaam is in een verwijzing onbruikbaar, omdat zij niet terugvoert naar de officiële tekst.
De juridische beroepen, en wat niet is voorbehouden
Vier rollen bestrijken dit terrein in Nederland, drie ervan zijn beschermde titels, en welke rol iemand nodig heeft hangt af van de taak en niet van het onderwerp.
De advocaat procedeert en is toegelaten op grond van de Advocatenwet. Bijstand door een advocaat is verplicht in de gewone kamers van de rechtbank en daarboven, en altijd bij de Hoge Raad, terwijl een partij in kantonzaken in persoon of via een andere gemachtigde kan optreden.
De notaris bekleedt een openbaar ambt op grond van de Wet op het notarisambt en verlijdt authentieke aktes. Een Nederlands testament moet in de regel een notariële akte zijn, de overdracht van een woning loopt via een notaris, en nalatenschappen worden vaak met een notaris afgewikkeld. De gerechtsdeurwaarder betekent stukken en voert vonnissen uit, waaronder de ontruiming en het loonbeslag.
De titel jurist is niet beschermd, en het uitleggen van het recht is dat evenmin. Het geven van algemene juridische informatie is geen voorbehouden handeling, en daarom mogen Het Juridisch Loket, rechtsbijstandverzekeraars, bedrijfsjuristen en uitgevers allemaal beschrijven wat de wet bepaalt. Persoonlijk advies over de eigen zaak van een met naam bekende persoon is iets anders.
Bedragen die elk jaar op 1 januari veranderen
Het Nederlandse recht herziet elk jaar een lange reeks bedragen, meestal met ingang van 1 januari. Het mechanisme staat in de wetten zelf, dus een bedrag zonder jaartal is niet bruikbaar.
Het duidelijkste voorbeeld staat in het wetboek. Artikel 7:673 lid 1 BW maakt de transitievergoeding verschuldigd wanneer de werkgever de arbeidsovereenkomst beëindigt of niet voortzet. Lid 7 bevat de uitzonderingen: een einde dat het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer, een werknemer die de AOW-leeftijd of een andere pensioenleeftijd heeft bereikt, en een werknemer jonger dan 18 jaar die gemiddeld ten hoogste 12 uur per week werkt.
Lid 2 stelt de vergoeding op een derde maandsalaris voor elk jaar dat de arbeidsovereenkomst heeft geduurd, met een evenredig deel voor een kortere periode, en maximeert die op € 102.000 bruto voor 2026, of op twaalf maandsalarissen als het salaris hoger is. Lid 3 draagt de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vervolgens op dat maximum elk jaar per 1 januari te herzien op basis van de ontwikkeling van de contractlonen, afgerond op € 1.000.
Hetzelfde patroon loopt door de rest van het stelsel, en alle volgende bedragen worden jaarlijks geïndexeerd.
- De vrijstellingen en tarieven van de erfbelasting op grond van de Successiewet 1956.
- Het percentage van de alimentatie-indexering, dat elk jaar in november wordt bekendgemaakt voor het jaar daarop. Het LBIO stelt dat voor 2026 op 4,6 procent.
- De maxima voor de huurverhoging in het gereguleerde segment, de middenhuur en de vrije sector, en de puntwaarden in het woningwaarderingsstelsel.
- De beslagvrije voet, het beschermde minimuminkomen waaraan een loonbeslag niet mag komen.
- De verkeersboetes op grond van de Wet Mulder, die het Openbaar Ministerie elk jaar opnieuw vaststelt.
Waar een bedrag geïndexeerd is en niet vast, geldt het één kalenderjaar, en de geldende versie is die op de gedateerde tekst op wetten.overheid.nl.
Nederlandstalige zoekresultaten gaan vaak over België
België en Nederland zijn afzonderlijke staten, met eigen parlementen, wetboeken, gerechten en toezichthouders. Omdat beide landen een grote hoeveelheid Nederlandstalige juridische informatie produceren, kan een zoekmachine niet betrouwbaar vaststellen over welk land een lezer een vraag stelt.
Dit is lastiger te herkennen dan een vertaalfout, omdat een lezer gerustgesteld wordt door vertrouwde woorden die bij het verkeerde land horen. Elke term in de linkerkolom hieronder wijkt af van de Nederlandse praktijk.
| Belgische term | Nederlands equivalent |
|---|---|
| vrederechter, vredegerecht | kantonrechter |
| arbeidsrechtbank, politierechtbank | kantonrechter, rechtbank |
| Gerechtelijk Wetboek (Ger.W.) | Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) |
| Gegevensbeschermingsautoriteit | Autoriteit Persoonsgegevens (AP) |
| opzeggingsvergoeding | de vergoeding voor de niet in acht genomen opzegtermijn, artikel 7:672 BW |
| geen Belgisch equivalent | de transitievergoeding, de wettelijke ontslagvergoeding, artikel 7:673 BW |
| mutualiteit | zorgverzekeraar |
| huurwaarborg | waarborgsom |
| RSZ en de federale overheidsdiensten | UWV, Belastingdienst en de ministeries |
| ejustice.just.fgov.be, Justel | wetten.overheid.nl |
De twee rijen over de ontslagvergoeding vormen de combinatie die het vaakst misgaat. De Belgische opzeggingsvergoeding is een vergoeding wegens het niet in acht nemen van de opzegtermijn, dus haar Nederlandse tegenhanger is de vergoeding voor de niet in acht genomen opzegtermijn op grond van artikel 7:672 BW. De transitievergoeding van artikel 7:673 BW is een afzonderlijke wettelijke vergoeding die verschuldigd is ongeacht of er is opgezegd, en zij heeft geen Belgische tegenhanger.
Het Belgische vredegerecht is een echt en druk bezocht gerecht, dat burengeschillen, huurzaken en kleine vorderingen behandelt in 163 vredegerechten. Dat ligt dicht bij het werk van de Nederlandse kantonrechter, en juist daarom glipt de verwisseling erdoor: het probleem lijkt werkelijk op elkaar, dus het verkeerde antwoord klinkt aannemelijk.
De praktische toets is de bron. Het Nederlandse geldende recht staat op wetten.overheid.nl en de rechtspraak op rechtspraak.nl, dus een pagina die geen van beide aanhaalt, en zeker een pagina die naar een Belgisch portaal verwijst, beantwoordt een Belgische vraag.
Hervormingen van 2023 tot 2026 die u moet kennen
Vier recente wijzigingen komen vaak genoeg terug dat een verouderde bron eenvoudig te herkennen is zodra u de data kent.
De Wsnp is per 1 juli 2023 verkort. De wettelijke schuldsaneringsroute uit de Faillissementswet ging van een standaardtermijn van drie jaar naar achttien maanden, samen met een verkorte goede-trouwtoets over het verleden en het vervallen van de uitsluitingstermijn van tien jaar. Een bron die drie jaar nog als norm noemt, dateert van voor die wijziging.
De Wet betaalbare huur is op 1 juli 2024 in werking getreden. Zij trok het verplichte woningwaarderingsstelsel omhoog door tot in de middenhuur, zodat het puntenaantal van een woning een maximale wettelijke huurprijs bepaalt tot ver boven de oude grens van de sociale huur. De handhaving door gemeenten volgde per 1 januari 2025.
Ook de Wet vaste huurcontracten is op 1 juli 2024 in werking getreden. Zij maakte het huurcontract voor onbepaalde tijd weer de norm en maakte een einde aan de meeste generieke tijdelijke contracten, met beperkte uitzonderingen voor omschreven groepen zoals studenten. Eerder gesloten contracten eindigen nog zoals afgesproken.
De jubelton is per 1 januari 2024 afgeschaft. De eenmalige verhoogde schenkingsvrijstelling voor de aankoop van een woning was voor 2023 al sterk verlaagd en bestaat vanaf 2024 niet meer.
Eén waarschuwing werkt de andere kant op. De modernisering van het concurrentiebeding is breed uitgemeten, maar is een wetsvoorstel en geen wet, dus artikel 7:653 BW blijft gelden zoals het nu luidt.
Waar het officiële recht te vinden is
Vier Nederlandse bronnen zijn gezaghebbend, en het is de moeite waard een regel aan een daarvan te toetsen.
wetten.overheid.nl is het geldende recht van record. Het publiceert de geconsolideerde tekst van elke wet met de periode waarin elke versie gold, zodat het zowel bevestigt wat een bepaling zegt als wanneer zij dat zei. rijksoverheid.nl is de uitleg van de overheid in gewone taal en de snelste route naar een actueel beleidsbedrag.
rechtspraak.nl en de uitsprakendatabank bevatten de gerechten, de procedure en de uitspraken op ECLI. De toezichthouders per onderwerp zijn gezaghebbend op hun eigen terrein: de Autoriteit Persoonsgegevens voor gegevensbescherming, de Huurcommissie voor de huurprijs, het UWV voor ontslag en uitkeringen, Justis voor de VOG, de Belastingdienst voor de erfbelasting en het CJIB voor de boetes.
Het Juridisch Loket staat daar iets los van. Het wordt door de overheid gefinancierd, is gratis te raadplegen en is in gewone taal geschreven, wat het een redelijk eerste station maakt voordat u de wettekst zelf opzoekt.
Nederlandse onderwerpen op deze site
Hieronder staan de Nederlandse pagina's die tot nu toe zijn gepubliceerd. Deze hub wordt uitgebreid naarmate er meer onderdelen verschijnen.
- Opnemen van gesprekken in Nederland behandelt wanneer een gesprek mag worden opgenomen op grond van de artikelen 139a tot en met 139g Sr, en de afzonderlijke vraag of een opname gedeeld mag worden.
- Privacywetgeving in Nederland behandelt de AVG zoals die via de UAVG doorwerkt en door de Autoriteit Persoonsgegevens wordt gehandhaafd.
- Smaad en laster in Nederland behandelt smaad, laster en belediging op grond van de artikelen 261, 262 en 266 Sr, en de civiele route via artikel 6:162 BW.
Het Nederlandse gegevensbeschermingsrecht is Europees recht met een nationale uitvoering, dus verschillende onderliggende regels zijn één keer op EU-niveau vastgelegd. De volgende achtergrondpagina's zijn Engelstalig.
- Europese privacywetgeving, het Europese kader waarbinnen Nederland opereert.
- Wat is de AVG, de verordening die de UAVG uitvoert.
- De ePrivacyrichtlijn en de cookieregels, de cookieregels die de Autoriteit Persoonsgegevens handhaaft.
- Adequaatheidsbesluiten van de EU, de doorgifte van persoonsgegevens buiten de Europese Economische Ruimte.
- Het EU-US Data Privacy Framework, de huidige grondslag voor doorgifte naar de Verenigde Staten.
De eveneens Engelstalige hubs over opnamewetgeving wereldwijd en smaad en laster wereldwijd plaatsen de Nederlandse positie naast andere rechtsstelsels.
Veelgestelde vragen
Welke rechter behandelt een arbeidsgeschil of huurgeschil in Nederland?
De kantonrechter, die een kamer binnen de rechtbank is en geen apart gerecht. Op grond van artikel 93 Rv beslist hij over zaken die gaan over een arbeidsovereenkomst, een huurovereenkomst, een consumentenkoop en consumentenkrediet, ongeacht het bedrag dat op het spel staat, en daarnaast over overige vorderingen tot € 25.000. Artikel 79 lid 1 Rv laat een partij toe zo'n zaak in persoon te voeren, zodat een advocaat daar niet verplicht is.
Wat betekent een verwijzing als artikel 7:673 BW precies?
De 7 is het Boek van het Burgerlijk Wetboek, de 673 is het artikel daarbinnen en BW is het wetboek. Artikel 7:673 BW is dus de bepaling over de transitievergoeding in Boek 7, het boek over bijzondere overeenkomsten. Een genummerde alinea binnen het artikel is een lid, dus artikel 7:673 lid 2 BW wijst op het tweede lid.
Verschillen de Nederlandse regels over werk, huur of erfenis per provincie?
Nee. Nederland is een eenheidsstaat en deze rechtsgebieden zijn geregeld in nationale wetten die overal hetzelfde luiden. Een gemeente kan een algemene plaatselijke verordening vaststellen over lokale onderwerpen zoals geluidsoverlast en schuttingen, en zij kan een huisvestingsverordening of een verhuurverordening vaststellen die het wonen en het verhuren raakt, maar dat zijn smalle overlays en geen apart rechtsstelsel.
Mag u in Nederland een gesprek opnemen?
Artikel 139a en artikel 139b Sr zijn geschreven tegen iemand die een gesprek opneemt zonder daaraan deel te nemen en zonder in opdracht van een deelnemer te handelen, zodat een deelnemer die een gesprek opneemt waaraan hij zelf deelneemt buiten die bepalingen valt. Die regel gaat alleen over geluid. Artikel 139f Sr kent geen uitzondering voor deelnemers: het maken van een afbeelding van een persoon in een woning of een andere niet voor het publiek toegankelijke plaats, met een apparaat waarvan de aanwezigheid niet duidelijk kenbaar is gemaakt, kan leiden tot een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of een geldboete van de vierde categorie, en artikel 441b Sr regelt hetzelfde gedrag op een openbare plaats. Het openbaar maken van een rechtmatige opname is opnieuw een afzonderlijke vraag, die wordt beheerst door het gegevensbeschermingsrecht, het portretrecht en artikel 6:162 BW.
Heeft u een advocaat nodig om juridische informatie te krijgen in Nederland?
Het geven van algemene juridische informatie is in Nederland geen voorbehouden handeling. De gereglementeerde rollen zijn de advocaat, die cliënten bijstaat waar bijstand verplicht is, de notaris, die aktes en testamenten verlijdt, en de gerechtsdeurwaarder, die stukken betekent en vonnissen uitvoert. De titel jurist is niet beschermd, en Het Juridisch Loket geeft gratis informatie in gewone taal.
Is het Nederlandse recht hetzelfde als het Belgische recht omdat beide landen Nederlands spreken?
Nee. België en Nederland zijn afzonderlijke staten met eigen wetgevers, wetboeken en gerechten, en juist de gedeelde taal maakt de verwarring zo eenvoudig. Belgisch materiaal spreekt over de vrederechter, de arbeidsrechtbank, het Gerechtelijk Wetboek en de Gegevensbeschermingsautoriteit, die geen van alle in Nederland bestaan. Het Nederlandse geldende recht staat op wetten.overheid.nl, dus een bron die daar niet naar verwijst is een controle waard.
Waarom veranderen Nederlandse juridische bedragen op 1 januari?
Veel Nederlandse bedragen worden bij wet of bij ministerieel besluit jaarlijks geïndexeerd. Artikel 7:673 lid 3 BW draagt de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bijvoorbeeld op het maximum van de transitievergoeding elk jaar per 1 januari te herzien op basis van de ontwikkeling van de contractlonen. De vrijstellingen en tarieven van de erfbelasting, het percentage van de alimentatie-indexering en de beslagvrije voet volgen vergelijkbare cycli, dus een bedrag zonder jaartal is niet bruikbaar.
Bronnen en referenties
- Burgerlijk Wetboek Boek 1, personen- en familierecht(wetten.overheid.nl).gov
- Burgerlijk Wetboek Boek 4, erfrecht, met de legitieme portie in artikelen 4:63 tot en met 4:92(wetten.overheid.nl).gov
- Burgerlijk Wetboek Boek 5, zakelijke rechten, met het burenrecht in Titel 4(wetten.overheid.nl).gov
- Burgerlijk Wetboek Boek 6, verbintenissenrecht, met de onrechtmatige daad in artikel 6:162(wetten.overheid.nl).gov
- Burgerlijk Wetboek Boek 7, bijzondere overeenkomsten, met de transitievergoeding in artikel 7:673 en de opzegtermijn in artikel 7:672(wetten.overheid.nl).gov
- Wetboek van Strafrecht, met artikelen 139a tot en met 139g en Titel XVI Belediging, artikelen 261 tot en met 271(wetten.overheid.nl).gov
- Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, artikel 93, bevoegdheid van de kantonrechter, en artikel 332 lid 1, de appelgrens(wetten.overheid.nl).gov
- Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, artikel 79 lid 1, procederen in persoon bij de kantonrechter(wetten.overheid.nl).gov
- Wegenverkeerswet 1994, artikel 8, rijden onder invloed(wetten.overheid.nl).gov
- Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, de Wet Mulder(wetten.overheid.nl).gov
- Successiewet 1956, erfbelasting en schenkbelasting(wetten.overheid.nl).gov
- Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, met de Autoriteit persoonsgegevens in hoofdstuk 2(wetten.overheid.nl).gov
- Wet betaalbare huur, geldend van 1 juli 2024(wetten.overheid.nl).gov
- Wet vaste huurcontracten, geldend van 1 juli 2024(wetten.overheid.nl).gov
- De Rechtspraak, organisatie: 11 rechtbanken, 4 gerechtshoven en de Hoge Raad(rechtspraak.nl).gov
- De Rechtspraak, ECLI en LJN: opbouw van de European Case Law Identifier(rechtspraak.nl).gov