Nederlandse opnamewetgeving 2025: gids toestemming van één partij

Nederland staat toestemming van één partij toe bij het opnemen van gesprekken: elke deelnemer aan een gesprek mag dit opnemen zonder de andere partijen daarvan op de hoogte te stellen of hun toestemming te vragen, op grond van de artikelen 139a en 139b van het Wetboek van Strafrecht. Het opnemen van een gesprek waaraan je zelf niet deelneemt, is een strafbaar feit met een maximale gevangenisstraf van zes maanden.
Nederlandse opnamewetgeving 2025: gids toestemming van één partij
In Nederland mag elke deelnemer aan een gesprek dit wettig opnemen zonder de andere partij te informeren. Deze toestemmingsregel van één partij vloeit voort uit de artikelen 139a en 139b van het Wetboek van Strafrecht (Sr), en werd in 1985 bevestigd door de Hoge Raad. Organisaties die persoonsgegevens opnemen, moeten ook voldoen aan de Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), lokaal gehandhaafd door de Autoriteit Persoonsgegevens (AP).
Informatie voor het laatst geverifieerd op 15 mei 2026. Dit artikel is nog niet beoordeeld door een advocaat. Het bevat uitsluitend algemene juridische informatie en vormt geen juridisch advies.
Reikwijdte: Dit artikel behandelt de opnamewetgeving van Nederland op grond van het Wetboek van Strafrecht (BWBR0001854), de AVG (Verordening (EU) 2016/679), en de Uitvoeringswet AVG (UAVG, BWBR0040940). Het behandelt niet de afluisterwetgeving van België, Duitsland of andere EU-lidstaten; zie daarvoor ons overzicht van EU-opnamewetgeving.
Kort antwoord: is Nederland een land met toestemming van één partij?
Ja. Nederland is een rechtsgebied met toestemming van één partij voor het opnemen door deelnemers. Op grond van artikel 139a van het Wetboek van Strafrecht is het een strafbaar feit om met een technisch hulpmiddel een gesprek in een woning, besloten lokaal of besloten ruimte af te luisteren of op te nemen, als je zelf geen deelnemer bent aan dat gesprek en daartoe niet door een deelnemer bent aangewezen. Het omgekeerde is de wettelijke regel: een deelnemer mag altijd opnemen. De Hoge Raad bevestigde deze lezing in HR 26 maart 1985, NJ 1985/772, en oordeelde dat een partij bij een gesprek geen strafbaar feit pleegt op grond van art. 139a of 139b Sr door dat gesprek op te nemen. Je hoeft niet aan te kondigen dat je opneemt, en je hebt geen toestemming van de andere partij nodig. Dit geldt zowel voor gesprekken in persoon, telefoongesprekken als videogesprekken, mits je een actieve deelnemer bent. Als je de kamer verlaat en opnameapparatuur achterlaat, ben je geen deelnemer meer en is het strafbare feit van art. 139a van toepassing.

Artikel 139a en 139b: het kernkader
Het Nederlandse strafrecht met betrekking tot opnemen berust op Titel V van Boek 2 van het Wetboek van Strafrecht (Sr), volledig te raadplegen op wetten.overheid.nl (BWBR0001854). Twee artikelen bepalen de deelnemersuitzondering en het algemene verbod.
Artikel 139a Sr richt zich op opnemen in besloten ruimten. Het verbiedt het opzettelijk gebruiken van een technisch hulpmiddel om een gesprek in een woning, besloten lokaal, of besloten ruimte af te tappen of op te nemen, als degene die de opname maakt geen deelnemer is en daartoe niet door een deelnemer is aangewezen. De maximale straf op grond van art. 139a Sr is zes maanden gevangenisstraf of een geldboete van de derde categorie (momenteel tot 11.000 euro).
Artikel 139b Sr breidt het verbod uit tot openbare en semi-openbare ruimten. Het verbiedt het heimelijk opnemen van gesprekken die buiten een woning of besloten ruimte plaatsvinden, als de opnemer geen deelnemer is en daartoe niet door een deelnemer is aangewezen. De maximale straf op grond van art. 139b Sr is drie maanden gevangenisstraf of een geldboete van de derde categorie (momenteel tot 11.000 euro).
Beide artikelen kennen een wettelijke uitzondering voor gegevens die worden verwerkt of overgebracht via telecommunicatiesystemen (afzonderlijk geregeld in art. 139c Sr), en voor onderscheppingen die worden uitgevoerd op grond van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017), die de AIVD en de MIVD regelt.
Een tweede uitzondering in art. 139a geldt voor een apparaat dat aanwezig is, niet verborgen is, en aanwezig is met toestemming van de eigenaar of gebruiker van de ruimte, tenzij er sprake is van kennelijk misbruik. Dit betreft bijvoorbeeld een zichtbaar opnameapparaat dat met medeweten van de gebruiker in een vergaderruimte is geplaatst.
De Hoge Raad gaf de deelnemersuitzondering haar gezaghebbende vorm in HR 26 maart 1985, NJ 1985/772. De rechter oordeelde dat de wettelijke formulering "zonder deelnemer te zijn" eenvoudigweg betekent dat het verbod niet geldt voor iemand die daadwerkelijk aan het gesprek deelneemt. Er bestaat geen mededelingsplicht, geen vereiste van toestemming van alle partijen, en geen tijdslimiet voor hoelang een deelnemer mag opnemen. Nederlandse rechters en juridische commentatoren passen deze regel sinds 1985 consequent toe.

Artikel 139c, 139d en 139e: telecommunicatie en apparatuur
Drie verdere bepalingen in Titel V hebben betrekking op gedragingen die verder gaan dan eenvoudig opnemen van gesprekken in persoon.
Artikel 139c Sr verbiedt het opzettelijk aftappen of opnemen van gegevens die worden getransporteerd via telecommunicatie-infrastructuur of geautomatiseerde systemen, zonder daartoe gerechtigd te zijn. Dit is de belangrijkste bepaling voor het onderscheppen van telefoongesprekken, internetverkeer en datastromen door derden die geen deelnemer zijn. De maximale straf op grond van art. 139c is één jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie (tot 27.500 euro). Een deelnemer aan een telefoongesprek die het eigen gesprek opneemt, valt niet onder dit verbod, omdat de redenering van de deelnemersuitzondering uit de artikelen 139a en 139b naar analogie van toepassing is, zoals bevestigd in de Nederlandse rechtspraak.
Artikel 139d Sr stelt het installeren van technische apparatuur of software (met inbegrip van malware of spyware) strafbaar wanneer dit is bedoeld om het onderscheppen van gegevens op grond van de artikelen 139a, 139b of 139c te vergemakkelijken. Dit is een ernstiger strafbaar feit met een maximale straf van vier jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie (tot 110.000 euro). Het betreft onder meer remote-access-trojans en stalkerware die zonder toestemming op het apparaat van een ander worden geïnstalleerd.
Artikel 139e Sr betreft het daaropvolgende strafbare feit van het bewust in bezit hebben, gebruiken of openbaar maken van gegevens waarvan de persoon weet of redelijkerwijs vermoedt dat deze via onrechtmatige onderschepping op grond van de artikelen 139a tot en met 139d zijn verkregen. Maximale straf: één jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie. Deze bepaling betekent dat het ontvangen en gebruiken van een onrechtmatig verkregen opname op zichzelf een strafbaar feit kan zijn, ook als je de opname niet zelf hebt gemaakt.

AVG en UAVG: vereisten inzake gegevensbescherming voor opnames
Elke opname waarin de stem, het beeld, of andere identificerende kenmerken van een identificeerbare persoon worden vastgelegd, vormt verwerking van persoonsgegevens op grond van artikel 4, lid 1, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (Verordening (EU) 2016/679), in Nederland aangeduid als de AVG. De Nederlandse uitvoeringswet is de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG), BWBR0040940, die de nationale keuzes invult die de AVG openlaat en die wordt gehandhaafd door de Autoriteit Persoonsgegevens (AP).
Het strafrecht en het gegevensbeschermingsrecht functioneren als parallelle regimes. Een opname die rechtmatig is op grond van art. 139a Sr (omdat de opnemer een deelnemer is) kan nog steeds in strijd zijn met de AVG als de persoonsgegevens in de opname worden verwerkt zonder geldige rechtsgrondslag. Omgekeerd kan een opname met een AVG-rechtsgrondslag nog steeds een strafbaar feit zijn als de opnemer geen deelnemer is.
De vijf AVG-vereisten voor opnames
-
Rechtsgrondslag (art. 6 AVG). Je moet een van zes rechtsgronden aanwijzen: toestemming, uitvoering van een overeenkomst, wettelijke verplichting, vitale belangen, algemeen belang, of gerechtvaardigd belang. Voor persoonlijke opnames die nooit worden gedeeld, geldt doorgaans de huishoudelijke uitzondering van art. 2, lid 2, sub c, AVG. Zodra je de opname extern deelt, vervalt die uitzondering.
-
Transparantie (art. 13-14 AVG). De opgenomen persoon moet worden geïnformeerd over de opname, het doel ervan, de bewaartermijn, en zijn rechten. Voor zakelijke gespreksopnames betekent dit een hoorbare melding aan het begin van het gesprek.
-
Minimale gegevensverwerking (art. 5, lid 1, sub c, AVG). Verzamel alleen wat noodzakelijk is voor het gestelde doel. Het opnemen van een volledige dienst van acht uur terwijl het alleen om een specifiek incident gaat, is waarschijnlijk disproportioneel.
-
Opslagbeperking (art. 5, lid 1, sub e, AVG). Bewaar opnames niet langer dan noodzakelijk. Voor zakelijke gesprekken is 30 tot 90 dagen gebruikelijk, tenzij een specifiek wettelijk of contractueel doel een langere bewaartermijn rechtvaardigt.
-
Beveiliging (art. 32 AVG). Passende technische en organisatorische maatregelen moeten opnames beschermen tegen onbevoegde toegang of openbaarmaking.
De huishoudelijke uitzondering
Artikel 2, lid 2, sub c, AVG sluit verwerking uit "door een natuurlijke persoon bij de uitoefening van een zuiver persoonlijke of huishoudelijke activiteit". Een particulier die een gesprek opneemt voor persoonlijk gebruik, zonder de intentie het te verspreiden, valt onder deze uitzondering. Zodra die opname op sociale media wordt geplaatst, naar een journalist wordt gestuurd, of in enige andere context buiten de persoonlijke sfeer van de opnemer wordt gebruikt, vervalt de uitzondering en geldt het volledige AVG-regime.
Handhaving door de AP: Clearview AI (2024)
De AP toonde haar handhavingsopstelling in september 2024, met een boete van 30,5 miljoen euro voor Clearview AI wegens het opbouwen van een biometrische database van gezichtsafbeeldingen van Nederlandse ingezetenen zonder rechtsgrondslag of toestemming, in strijd met de artikelen 5, 6, 9 en 27 van de AVG. De AP legde ook een dwangsom op tot 5,1 miljoen euro aan aanvullende sancties bij voortdurende niet-naleving. Dit besluit maakt duidelijk dat de AP aanzienlijke boetes zal opleggen voor grootschalige onrechtmatige verzameling van biometrische gegevens, een categorie die gezichts- en stemopnames omvat.
AVG artikel 82: civiele schadevergoeding
Artikel 82 AVG bepaalt dat iedere persoon die materiële of immateriële schade heeft geleden als gevolg van een AVG-inbreuk, schadevergoeding kan vorderen van de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker. Nederlandse rechters hebben deze bepaling toegepast naast de algemene civiele schadevergoedingsregels van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Een persoon die onrechtmatig is opgenomen en van wie de gegevens zonder toestemming zijn gedeeld, kan zowel een strafklacht indienen als een civiele schadevergoedingsvordering instellen.
Telefoongesprekken opnemen in Nederland
Het opnemen van een telefoongesprek waaraan je zelf deelneemt, is rechtmatig op grond van het Nederlandse strafrecht. Artikel 139c Sr verbiedt het onderscheppen van telecommunicatie door derden die geen deelnemer zijn, maar verbiedt niet dat een deelnemer het eigen gesprek opneemt. De deelnemersuitzondering van de Hoge Raad uit 1985 is naar analogie van toepassing op telefoongesprekken, en Nederlandse juridische commentaren en uitspraken van lagere rechters bevestigen consequent dat je een gesprek waaraan je deelneemt mag opnemen zonder de andere partij te informeren.
Voor bedrijven en organisaties brengt het opnemen van telefoongesprekken AVG-verplichtingen met zich mee. Een bedrijf dat klantenservicegesprekken opneemt, moet:
- Aan het begin van het gesprek een hoorbare melding geven waarin wordt uitgelegd dat het gesprek wordt opgenomen en met welk doel.
- De rechtsgrondslag aanwijzen: doorgaans gerechtvaardigd belang (art. 6, lid 1, sub f, AVG) voor kwaliteitsborging, of contractuele noodzaak voor transactieverificatie.
- De rechten van betrokkenen respecteren: bellers kunnen inzage in of verwijdering van hun opgenomen gesprekken vragen.
- Een bewaarschema hanteren en opnames verwijderen zodra het gestelde doel is bereikt.
Een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (EJ VERZ 21-85504) verduidelijkte dat wanneer werknemers worden geïnformeerd dat gesprekken kunnen worden opgenomen, dit op zichzelf geen toestemming in de zin van de AVG vormt. Werknemers hebben zelfstandige rechten op informatie en op bezwaar met betrekking tot opnames van hun gesprekken.
Gesprekken in persoon opnemen
Het opnemen van gesprekken in persoon volgt dezelfde toestemmingsregel van één partij. Je mag elk gesprek opnemen waaraan je deelneemt, of dat nu in een privéwoning, een café, een kantoor, of een openbare ruimte is. Je hebt geen medeweten van de andere partij nodig. Je mag geen opnameapparaat achterlaten in een kamer die je vervolgens verlaat: op het moment van vertrek ben je geen deelnemer meer, en valt verdere opname door het achtergelaten apparaat onder art. 139a Sr.
Nederlandse rechters hebben herhaaldelijk bevestigd dat opnames van deelnemers toelaatbaar zijn in civiele en strafrechtelijke procedures, ook als deze in het geheim zijn gemaakt. De grondleggende uitspraak over toelaatbaarheid is Hoge Raad 9 januari 1987, ECLI:NL:HR:1987:AG5500 (Bespiede bijstandsmoeder / Edamse bijstandsmoeder, NJ 1987/928). De rechter oordeelde dat uitsluiting van onrechtmatig verkregen bewijs een "juridisch ontoelaatbare inbreuk op de privacy" vereist, gebaseerd op bijkomende omstandigheden die die conclusie rechtvaardigen. In de praktijk weegt de rechter het belang van waarheidsvinding af tegen de ernst van de privacyschending, de proportionaliteit van de opname, en of de opname het enige middel was om het bewijs te verkrijgen.
Politie en overheidsfunctionarissen opnemen
Het opnemen van politieagenten en overheidsfunctionarissen in het openbaar is momenteel legaal in Nederland. De vrijheid van meningsuiting en het recht om de uitoefening van staatsmacht te documenteren, worden beschermd door artikel 7 van de Grondwet en artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Deze bepalingen beslaan fotograferen, geluidsopnames en video-opnames van politieoptreden in openbare ruimten.
Er gelden praktische grenzen. Het delen van beeldmateriaal met valse begeleidende commentaren die een met naam genoemde agent wangedrag toeschrijven, kan smaad opleveren (smaad of laster) op grond van de artikelen 261-262 Sr. Het publiceren van beeldmateriaal waarop het huisadres of gezinsgegevens van een agent te zien zijn, roept afzonderlijke AVG-vraagstukken op. De huishoudelijke uitzondering van de AVG dekt opnames voor persoonlijk gebruik; het openbaar verspreiden van beeldmateriaal vereist een rechtsgrondslag, en legitieme journalistiek van algemeen belang is daarvoor doorgaans de meest toepasselijke grondslag.
In 2025 debatteerden leden van de Tweede Kamer over een motie die zou vereisen dat de gezichten van politieagenten onherkenbaar zijn in gepubliceerd beeldmateriaal. Op de datum van dit artikel was er geen wetgeving ter uitvoering van dat vereiste in werking getreden. Het bestaande juridische standpunt, bevestigd in parlementaire uitwisselingen met de minister van Justitie, is dat het filmen van agenten in het openbaar is toegestaan.
De uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens uit 2012 in de zaak Telegraaf Media Nederland Landelijke Media BV en anderen tegen Nederland (klachtnr. 39315/06) stelde een belangrijke grens in de andere richting vast: de staat mag geen surveillance tegen journalisten inzetten om hun vertrouwelijke bronnen te identificeren zonder passende wettelijke waarborgen. Het Straatsburgse hof oordeelde dat Nederland de artikelen 8 en 10 EVRM had geschonden toen de AIVD onderscheppingsmaatregelen inzette tegen verslaggevers van De Telegraaf, en oordeelde dat de aangevoerde wettelijke grondslag geen passende bescherming bood tegen gerichte surveillance gericht op het achterhalen van journalistieke bronnen.
Opnemen op de werkvloer in Nederland
Opnemen op de werkvloer in Nederland wordt geregeld door een driehoeksstructuur: het strafrecht (art. 139a-139c Sr voor de deelnemersuitzondering en het verbod op opname door derden), de AVG/UAVG voor gegevensbescherming, en de Wet op de ondernemingsraden (WOR) voor de collectieve rechten van werknemers via de ondernemingsraad.
Opname van werknemers door de werkgever
Werkgevers die werknemers willen monitoren via geluidsopnames, camerabewaking, computermonitoring, of het opnemen van telefoongesprekken, moeten voldoen aan alle onderstaande voorwaarden, zoals uiteengezet door de AP in haar richtsnoeren over het monitoren van werknemers (Voorwaarden voor het controleren van werknemers, autoriteitpersoonsgegevens.nl):
- Gerechtvaardigd belang: het belang van de werkgever (bijvoorbeeld het beschermen van bedrijfsmiddelen, het waarborgen van veiligheid op de werkvloer, of kwaliteitsborging) moet zwaarder wegen dan het grondrecht van de werknemer op een privéleven op grond van art. 8 EVRM.
- Noodzakelijkheid: de monitoring moet noodzakelijk zijn om het legitieme doel te bereiken; minder ingrijpende alternatieven moeten zijn overwogen en verworpen.
- Transparantie: werknemers moeten volledig worden geïnformeerd over wat wordt gemonitord, waarom, hoe, hoe lang, en wie toegang heeft tot de gegevens.
- Vertrouwelijkheid van privécommunicatie: werkgevers mogen geen e-mails lezen die duidelijk een privékarakter hebben, en mogen geen persoonlijke telefoongesprekken monitoren.
- Instemming van de ondernemingsraad: artikel 27, lid 1, sub l, van de Wet op de ondernemingsraden (WOR, BWBR0002747) vereist dat de werkgever voorafgaande instemming van de ondernemingsraad verkrijgt voordat een systeem voor het monitoren van personeelsgegevens of het beoordelen van prestaties wordt ingevoerd. De AP en Nederlandse rechters hebben bevestigd dat het invoeren van een monitoringsysteem zonder instemming van de ondernemingsraad de regeling ongeldig maakt.
- Gegevensbeschermingseffectbeoordeling (DPIA): grootschalige of stelselmatige monitoring vereist een DPIA op grond van art. 35 AVG om de privacyrisico's vóór invoering te beoordelen en te documenteren.
Heimelijke surveillance van werknemers is verboden, behalve in beperkte omstandigheden: er moet een concreet en aantoonbaar vermoeden van ernstig wangedrag of strafbare activiteit bestaan, minder ingrijpende methoden moeten zijn uitgeput, de monitoring moet tijdelijk en proportioneel zijn, en verzamelde gegevens mogen alleen worden gebruikt voor het specifieke doel van het onderzoek. Voortdurende of permanente heimelijke monitoring is disproportioneel en onrechtmatig.
Opname van werkgevers en leidinggevenden door werknemers
Een werknemer die aanwezig is bij een gesprek met een leidinggevende, mag dat gesprek opnemen op grond van de toestemmingsregel van één partij van de artikelen 139a en 139b Sr. De werknemer hoeft de opname niet aan te kondigen. Nederlandse rechters hebben dit beginsel consequent bevestigd.
Nederlandse rechters hebben echter ook erkend dat heimelijke opnames op de werkvloer arbeidsrelaties kunnen schaden en procedurele uitkomsten kunnen beïnvloeden:
- Rechtbank Noord-Holland (2022): een werknemer nam heimelijk een gesprek op waarin een directeur een belofte over winstdeling deed. Toen de werkgever de belofte later ontkende, liet de rechter de opname toe en kende de werknemer 485.939,85 euro aan winstdeling toe op basis van de opname.
- Rechtbank Rotterdam (2018): een rechter erkende dat de opname geen strafbaar feit was, maar oordeelde dat langdurig heimelijk opnemen, in combinatie met het gebruik van de opnames als dreigmiddel, bijdroeg aan een onherstelbare verstoring van de arbeidsverhouding en ontslag rechtvaardigde.
- Rechtbank Den Haag (2022): de rechter oordeelde dat het heimelijk maken en publiceren van acht opnames van functioneringsgesprekken verwijtbaar was, een ernstige verstoring van de relatie veroorzaakte, en de beginselen van rechtmatigheid en transparantie van de AVG schond.
- Rechtbank Midden-Nederland (2021): de rechter oordeelde dat zelfs wanneer een werknemer geheugenproblemen als rechtvaardiging aanvoerde, van een werknemer te goeder trouw wordt verwacht dat hij zijn voornemen om op te nemen kenbaar maakt in plaats van heimelijk op te nemen.
De praktische les uit de Nederlandse rechtspraak is dat opname door werknemers als deelnemer rechtmatig is, vaak als bewijs wordt toegelaten, en beslissend kan zijn in arbeidsgeschillen. Tegelijkertijd kan heimelijk opnemen dat stelselmatig gebeurt, als drukmiddel wordt gebruikt, of openbaar wordt gedeeld, arbeidsrechtelijke gevolgen en civiele aansprakelijkheid rechtvaardigen, los van enige strafrechtelijke vervolging.
De Chetu-webcamzaak (2022)
Een opvallende zaak over surveillance door een werkgever betrof het Amerikaanse softwarebedrijf Chetu, dat een Nederlandse thuiswerker ontsloeg omdat hij weigerde zijn webcam de gehele werkdag van negen uur aan te houden. De kantonrechter (Rechtbank Limburg, ECLI:NL:RBLIM:2022:6152) oordeelde dat het vereisen van voortdurende video-surveillance van een werknemer thuis in strijd was met art. 8 EVRM. De rechter gelastte Chetu ongeveer 75.000 euro schadevergoeding te betalen, ter dekking van achterstallig loon, schadevergoeding wegens onrechtmatig ontslag, en een transitievergoeding. De uitspraak is rechtstreeks van toepassing op werkgevers van Nederlandse ingezetenen, ongeacht of de werkgever een Nederlands bedrijf is.
Artikel 139f: voyeurisme en verborgen camera's
Artikel 139f Sr wordt vaak verward met de bepalingen over geluidsopname, maar het betreft een afzonderlijk strafbaar feit met betrekking tot visuele opname. Art. 139f Sr verbiedt het opzettelijk opnemen van het beeld van een persoon in een woning of op een plaats waar deze een redelijke verwachting van privacy heeft, met een technisch hulpmiddel dat niet duidelijk zichtbaar is en zonder kennisgeving aan de persoon is geplaatst. Beschermde locaties omvatten woningen, kleedkamers, badkamers en vergelijkbare privéruimten. De maximale straf is één jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie.
Artikel 139g Sr voegt daaraan toe dat het openbaar maken van beeldmateriaal dat is verkregen in strijd met art. 139f, op zichzelf een strafbaar feit is. Dit betreft onder meer het plaatsen op sociale media van beeldmateriaal dat met een verborgen camera in een privéruimte is opgenomen.
Art. 139f is gericht op voyeurisme en surveillance met verborgen camera's in privéruimten. Het verbiedt geen geluidsopname door deelnemers aan een gesprek op grond van de artikelen 139a en 139b, en verbiedt evenmin zichtbare camera's in privéruimten die met toestemming van de gebruiker zijn geplaatst.
NCII, deepfakes en de Wet seksuele misdrijven (2024)
Het Nederlandse juridische kader voor niet-consensueel gedeelde intieme beelden (NCII) en seksuele deepfake-content is op 1 juli 2024 fundamenteel gewijzigd. Het voormalige artikel 139h Sr, dat de verspreiding van seksueel beeldmateriaal zonder toestemming strafbaar stelde (wraakporno), is ingetrokken bij de inwerkingtreding van de Wet seksuele misdrijven (Wet van 22 mei 2024, BWBR0049509).
Artikel 254ba Sr (ingevoegd bij de Wet seksuele misdrijven) regelt dit terrein nu. Het stelt het maken, bezitten of verspreiden van seksueel beeldmateriaal zonder toestemming van de afgebeelde persoon strafbaar, ongeacht of het materiaal is opgenomen, met kunstmatige intelligentie is gemaakt, of op enige andere wijze is gegenereerd. De bepaling is bewust technologieneutraal. Maximale straf: twee jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie (tot 27.500 euro).
Parlementaire vraag-en-antwoordwisselingen in de Tweede Kamer in 2025 bevestigden dat AI-gegenereerde deepfake naaktbeelden van bestaande personen, met inbegrip van beelden gemaakt met "uitkleed"-toepassingen, onder art. 254ba Sr vallen. Het gebruik van AI door de dader in plaats van een camera heeft geen invloed op de strafrechtelijke aansprakelijkheid.
Een parlementair antwoord uit 2025 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2025-2026, document 2026D17683) bevestigde dat scholen en ouders worden geïnformeerd over de toepasselijkheid van art. 254ba op deepfake-beelden die door leerlingen worden gemaakt om leeftijdgenoten lastig te vallen.
EU AI-verordening: openbaarmaking van deepfakes
De EU AI-verordening (Verordening (EU) 2024/1689), die op 1 augustus 2024 in werking is getreden, introduceert in artikel 50 afzonderlijke verplichtingen voor AI-gegenereerde content. Aanbieders van AI-systemen die synthetische content genereren waarop bestaande personen worden afgebeeld (met inbegrip van deepfakes), moeten ervoor zorgen dat de output wordt gemarkeerd of gelabeld als kunstmatig gegenereerd of gemanipuleerd. Deze transparantieverplichtingen worden vanaf 2 augustus 2026 afdwingbaar in alle EU-lidstaten, met inbegrip van Nederland. Vanaf die datum schendt het verspreiden van een AI-gegenereerde video van een bestaande persoon zonder het vereiste label zowel het EU-recht als het Nederlandse strafrecht, indien de content een seksueel karakter heeft.
Opnames als bewijs bij Nederlandse rechtbanken
Nederlandse rechters hanteren een pragmatische benadering van de toelaatbaarheid van opnames die zonder medeweten van de andere partij zijn verkregen. De grondleggende uitspraak is Hoge Raad 9 januari 1987, ECLI:NL:HR:1987:AG5500 (Bespiede bijstandsmoeder, NJ 1987/928). De Hoge Raad oordeelde dat uitsluiting van onrechtmatig verkregen bewijs een juridisch ontoelaatbare inbreuk op de privacy vereist, gebaseerd op bijkomende omstandigheden die die conclusie rechtvaardigen. Rechters wegen het belang van waarheidsvinding af tegen de ernst van de privacyschending en of de opname op proportionele wijze is verkregen.
Heimelijk gemaakte opnames van deelnemers worden in Nederlandse civiele procedures routinematig toegelaten. Er bestaat geen categorische uitsluitingsregel zoals in sommige andere Europese rechtsstelsels. De rechter kan weigeren een opname toe te laten als de privacyschending disproportioneel was, maar dit is afhankelijk van de feiten. Rechters kunnen het feit van heimelijk opnemen ook meewegen bij kostenveroordelingen of schadevergoedingsbeoordelingen, zoals blijkt uit de zaak van de Rechtbank Amsterdam (2010), waarin een lagere schadevergoeding werd toegekend, mede omdat de opnames het geschil verergerden.
In strafzaken volgt de toelaatbaarheid van opnames die door particulieren zijn verkregen, hetzelfde afwegingskader. Politie en het Openbaar Ministerie worden aan strengere normen gehouden: onderscheppingen die zonder wettelijke bevoegdheid zijn uitgevoerd, worden doorgaans uitgesloten.
Samenvatting van de straffen
Het Nederlandse strafrecht kent strafbare feiten toe aan boetecategorieën. Voor opnamegerelateerde strafbare feiten gelden de volgende straffen:
| Strafbaar feit | Wetsartikel | Maximale gevangenisstraf | Maximale geldboete |
|---|---|---|---|
| Afluisteren / opnemen in besloten ruimte zonder deelname | Art. 139a Sr | 6 maanden | Categorie 3 (11.000 euro) |
| Heimelijk opnemen in niet-besloten ruimte zonder deelname | Art. 139b Sr | 3 maanden | Categorie 3 (11.000 euro) |
| Onderscheppen van telecommunicatie | Art. 139c Sr | 1 jaar | Categorie 4 (27.500 euro) |
| Installeren van onderscheppingsapparatuur of malware | Art. 139d Sr | 4 jaar | Categorie 5 (110.000 euro) |
| Bezit / gebruik van onrechtmatig onderschepte gegevens | Art. 139e Sr | 1 jaar | Categorie 4 (27.500 euro) |
| Verborgen visuele opname in besloten ruimte | Art. 139f Sr | 1 jaar | Categorie 4 (27.500 euro) |
| Verspreiding van NCII / seksuele deepfake-beelden | Art. 254ba Sr | 2 jaar | Categorie 4 (27.500 euro) |
| AVG-inbreuk door organisatie | AVG art. 83 | n.v.t. (bestuursrechtelijk) | Tot 20 miljoen euro of 4% wereldwijde omzet |
Grensoverschrijdende opnames
Wanneer de ene partij zich in Nederland bevindt en de andere in een ander land, kunnen meerdere rechtsstelsels tegelijk van toepassing zijn. Het Nederlandse strafrecht geldt voor gedragingen op Nederlands grondgebied: als je in Nederland bent en een gesprek opneemt, regelen de artikelen 139a-139c Sr jouw gedrag. Als je gesprekspartner zich in Duitsland bevindt, is deze tegelijkertijd onderworpen aan het Duitse opnamerecht.
De AVG is van toepassing waar dan ook persoonsgegevens van EU-ingezetenen worden verwerkt. Als je een gesprek opneemt met een persoon in Nederland, is de AVG van toepassing op die opname, ongeacht waar jij je bevindt, op grond van artikel 3, lid 1, AVG (vestigingsbeginsel) en artikel 3, lid 2, AVG (doelgroepbeginsel). Dit betekent dat een bedrijf in de Verenigde Staten dat gesprekken opneemt met Nederlandse klanten, moet voldoen aan de AVG-vereisten: rechtsgrondslag, transparantiemelding, minimale gegevensverwerking, en bewaartermijnen.
De veiligste benadering bij het opnemen van grensoverschrijdende gesprekken is te voldoen aan de strengste van de toepasselijke wetten. Als het ene rechtsgebied toestemming van alle partijen vereist (bijvoorbeeld Duitsland op grond van § 201 StGB in bepaalde gevallen) en het andere slechts toestemming van één partij, verkrijg dan toestemming van alle partijen of geef een hoorbare melding voordat het gesprek wordt opgenomen. Deze aanpak voldoet aan beide regimes.
Samenvatting: Nederlandse opnamewetgeving in het kort
| Scenario | Juridische positie | Belangrijkste bron |
|---|---|---|
| Een gesprek opnemen waaraan je deelneemt | Rechtmatig | Art. 139a-139b Sr; HR 1985 NJ 1985/772 |
| Een gesprek opnemen waaraan je niet deelneemt | Strafbaar feit | Art. 139a-139b Sr (tot 6 maanden) |
| Je eigen telefoongesprek opnemen | Rechtmatig | Art. 139c Sr (deelnemersuitzondering naar analogie) |
| Telefoongesprekken van anderen onderscheppen | Strafbaar feit | Art. 139c Sr (tot 1 jaar) |
| Installeren van spyware / onderscheppingsapparatuur | Strafbaar feit | Art. 139d Sr (tot 4 jaar) |
| Verborgen camera in besloten ruimte | Strafbaar feit | Art. 139f Sr (tot 1 jaar) |
| NCII / seksuele deepfake-beelden | Strafbaar feit | Art. 254ba Sr (tot 2 jaar) |
| Opname van zakelijke gesprekken (AVG) | Rechtmatig met rechtsgrondslag + melding | AVG art. 5, 6, 13; UAVG |
| Monitoring van personeel door werkgever | Beperkt | AVG; AP-richtsnoeren; WOR art. 27 |
| Politie opnemen in het openbaar | Rechtmatig (onderwerp van lopend wetgevend debat) | Grondwet art. 7; EVRM art. 10 |
| Dashcam-gebruik | Rechtmatig; AVG van toepassing als beelden openbaar worden gedeeld | AP-richtsnoeren cameratoezicht |
Veelgestelde vragen
Disclaimer
Dit artikel bevat algemene juridische informatie over de opnamewetgeving in Nederland per 15 mei 2026. Het vormt geen juridisch advies en schept geen advocaat-cliëntrelatie. De informatie behandelt het Wetboek van Strafrecht (BWBR0001854), de AVG (Verordening (EU) 2016/679), de Uitvoeringswet AVG (UAVG, BWBR0040940), en de Wet seksuele misdrijven (BWBR0049509) zoals van kracht op de datum van verificatie. Wetten kunnen na deze datum zijn gewijzigd. Als je te maken hebt met een specifieke juridische situatie met betrekking tot opnemen in Nederland, raadpleeg dan een advocaat die is ingeschreven bij de Nederlandse Orde van Advocaten.
Over de auteur
[PLACEHOLDER -- auteursoverzicht in afwachting]
Geraadpleegde bronnen
- Wetboek van Strafrecht, art. 139a, BWBR0001854 (versie van 1 januari 2025). https://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/2025-01-01/0/BoekTweede/TiteldeelV/Artikel139a/informatie
- Wetboek van Strafrecht, art. 139b, BWBR0001854. https://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/2025-01-01
- Wetboek van Strafrecht, art. 139c, BWBR0001854. https://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/2025-01-01
- Wetboek van Strafrecht, art. 139d, BWBR0001854. https://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/2025-01-01
- Wetboek van Strafrecht, art. 139e, BWBR0001854. https://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/2025-01-01
- Wetboek van Strafrecht, art. 139f, BWBR0001854. https://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/2025-01-01
- Wetboek van Strafrecht, art. 254ba, BWBR0001854 (zoals gewijzigd bij de Wet seksuele misdrijven, in werking sinds 1 juli 2024). https://wetten.overheid.nl/BWBR0001854/2024-07-01/0/BoekTweede/TiteldeelXIV/Artikel254ba/informatie
- Wet seksuele misdrijven, BWBR0049509 (in werking sinds 1 juli 2024). https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0049509&g=2024-07-01&z=2024-07-01
- Hoge Raad 26 maart 1985, NJ 1985/772 (toestemmingsregel van één partij bij opname door deelnemers). https://uitspraken.rechtspraak.nl
- Hoge Raad 9 januari 1987, ECLI:NL:HR:1987:AG5500, NJ 1987/928 (Bespiede bijstandsmoeder -- toelaatbaarheid van bewijs). https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI%3ANL%3AHR%3A1987%3AAG5500
- Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), Verordening (EU) 2016/679. https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=OJ:L_202401689
- Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG), BWBR0040940. https://wetten.overheid.nl/BWBR0040940/
- Autoriteit Persoonsgegevens, voorwaarden voor het controleren van werknemers. https://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/en/themes/employment-and-benefits/monitoring-employees/conditions-for-monitoring-employees
- AP-besluit, boete Clearview AI, september 2024. https://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/en/documents/decision-fine-clearview-ai
- Wet op de ondernemingsraden (WOR), art. 27, BWBR0002747. https://wetten.overheid.nl/BWBR0002747
- Grondwet, art. 7, BWBR0001840. https://wetten.overheid.nl/BWBR0001840
- Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, art. 10. https://www.echr.coe.int/documents/d/echr/convention_eng
- EHRM, Telegraaf Media Nederland Landelijke Media BV en anderen tegen Nederland, klachtnr. 39315/06, uitspraak 22 november 2012. https://hudoc.echr.coe.int/eng?i=001-114439
- EU AI-verordening, Verordening (EU) 2024/1689, art. 50. https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=OJ:L_202401689
- Kantonrechter Roermond (Rechtbank Limburg), ECLI:NL:RBLIM:2022:6152 (Chetu-webcamzaak). https://uitspraken.rechtspraak.nl
- Autoriteit Persoonsgegevens, cameratoezicht bij organisaties. https://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/en/themes/camera-surveillance/camera-surveillance-at-organisations/rules-for-camera-surveillance-for-organisations
Gerelateerde artikelen
- EU-opnamewetgeving: AVG en toestemmingsregels in de lidstaten
- Wereldwijde opnamewetgeving: internationale gids over toestemming en privacy
- AVG en wetgeving inzake gegevensprivacy
Laatst bijgewerkt: 15 mei 2026. De aangehaalde wetten weerspiegelen de op 15 mei 2026 geldende versie.
Frequently Asked Questions
Is Nederland een land met toestemming van één partij of van beide partijen voor het opnemen van gesprekken?
Nederland is een land met toestemming van één partij. Op grond van de artikelen 139a en 139b van het Wetboek van Strafrecht mag elke deelnemer aan een gesprek dit opnemen zonder medeweten of toestemming van de andere partijen. De Hoge Raad bevestigde deze regel in HR 26 maart 1985, NJ 1985/772. Toestemming van twee of alle partijen is niet vereist onder het Nederlandse strafrecht.
Mag ik in Nederland heimelijk een gesprek met mijn werkgever opnemen?
Ja, als je deelnemer bent aan het gesprek. Het Nederlandse strafrecht (art. 139a en 139b Sr) verbiedt alleen opname door iemand die geen deel uitmaakt van het gesprek. Een werknemer die aanwezig is bij een gesprek met zijn leidinggevende, mag opnemen zonder de opname bekend te maken. Nederlandse rechters hebben echter geoordeeld dat stelselmatig heimelijk opnemen, of het gebruik van opnames als dreigmiddel, arbeidsrechtelijke gevolgen en civiele aansprakelijkheid kan rechtvaardigen, ook wanneer geen strafbaar feit is gepleegd.
Mag ik in Nederland een telefoongesprek opnemen zonder de ander te informeren?
Ja, als particulier. Het opnemen van je eigen telefoongesprek is rechtmatig onder het Nederlandse strafrecht, omdat art. 139c Sr onderschepping door derden verbiedt, niet opname door deelnemers. Als bedrijf moet je voldoen aan de AVG: geef een hoorbare melding aan het begin van het gesprek, vermeld het doel, en wijs je rechtsgrondslag voor de verwerking van de opname aan.
Heeft de AVG invloed op mijn recht om op te nemen in Nederland?
Ja, voor opnames waarin persoonsgegevens worden vastgelegd. Elke geluids- of video-opname die een natuurlijke persoon identificeert, vormt persoonsgegevens op grond van art. 4, lid 1, AVG. Particulieren die opnemen voor zuiver persoonlijk gebruik, vallen onder de huishoudelijke uitzondering van art. 2, lid 2, sub c, AVG. Zodra een opname extern wordt gedeeld, geldt het volledige AVG-regime: je hebt een rechtsgrondslag nodig, moet transparant zijn over de opname, en moet de rechten van betrokkenen respecteren. De Autoriteit Persoonsgegevens handhaaft de AVG in Nederland.
Is wraakporno en seksuele deepfake-content illegaal in Nederland?
Ja. Na de inwerkingtreding van de Wet seksuele misdrijven op 1 juli 2024 zijn niet-consensueel gedeelde intieme beelden en AI-gegenereerde seksuele deepfake-content strafbaar gesteld op grond van artikel 254ba van het Wetboek van Strafrecht. De maximale straf is twee jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie (tot 27.500 euro). De bepaling is technologieneutraal en omvat zowel echt beeldmateriaal als AI-gegenereerde beelden.
Mag ik politieagenten filmen in Nederland?
Ja, het filmen van politieagenten die hun taken in het openbaar uitoefenen, is momenteel rechtmatig op grond van artikel 7 van de Grondwet en artikel 10 EVRM. Je mag het beeldmateriaal publiceren zonder de gezichten van agenten onherkenbaar te maken. Het toevoegen van vals commentaar waarin specifiek wangedrag aan met naam genoemde agenten wordt toegeschreven, kan echter smaad opleveren op grond van de artikelen 261-262 Sr. Per mei 2026 had het parlement gedebatteerd over, maar geen wetgeving aangenomen die zou vereisen dat de gezichten van agenten onherkenbaar zijn in gepubliceerd beeldmateriaal.
Mogen werkgevers werknemers monitoren door op te nemen in Nederland?
Alleen onder strikte voorwaarden. De Autoriteit Persoonsgegevens vereist dat werkgevers een gerechtvaardigd belang aantonen dat zwaarder weegt dan de privacyrechten van werknemers, dat de monitoring noodzakelijk is, en dat werknemers volledig zijn geïnformeerd. Cruciaal is dat artikel 27, lid 1, sub l, van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) voorafgaande instemming van de ondernemingsraad vereist voordat een systeem voor personeelsmonitoring wordt ingevoerd. Heimelijke monitoring is alleen toegestaan in beperkte omstandigheden waarin een concreet vermoeden van ernstig wangedrag bestaat.
Zijn heimelijk opgenomen telefoongesprekken toelaatbaar als bewijs bij Nederlandse rechtbanken?
Ja, in de meeste gevallen. Nederlandse rechters volgen het afwegingskader dat de Hoge Raad heeft vastgesteld in ECLI:NL:HR:1987:AG5500 (Bespiede bijstandsmoeder, 1987): uitsluiting van onrechtmatig verkregen bewijs vereist een juridisch ontoelaatbare privacyschending op basis van bijkomende omstandigheden. Opnames van deelnemers worden consequent toegelaten in civiele procedures, waaronder arbeidsgeschillen, contractuele vorderingen, en familierechtelijke zaken. Rechters kunnen de opname meewegen bij het vaststellen van schadevergoeding.
Wat zijn de straffen voor illegaal opnemen in Nederland?
De straffen hangen af van het strafbare feit. Opname zonder deelname in een besloten ruimte: tot 6 maanden gevangenisstraf of een geldboete van de derde categorie (11.000 euro) op grond van art. 139a Sr. Opname zonder deelname in een niet-besloten ruimte: tot 3 maanden gevangenisstraf of een geldboete van de derde categorie (11.000 euro) op grond van art. 139b Sr. Onderscheppen van telecommunicatie: tot 1 jaar en een geldboete van de vierde categorie (27.500 euro) op grond van art. 139c Sr. Installeren van onderscheppingsapparatuur of malware: tot 4 jaar en een geldboete van de vijfde categorie (110.000 euro) op grond van art. 139d Sr. Verspreiding van NCII of seksuele deepfake-beelden: tot 2 jaar en een geldboete van de vierde categorie op grond van art. 254ba Sr.
Heeft de EU AI-verordening invloed op de opname- en deepfakewetgeving in Nederland?
Ja, vanaf 2 augustus 2026. Artikel 50 van de EU AI-verordening (Verordening (EU) 2024/1689) vereist dat aanbieders van AI-systemen die synthetische content genereren waarop bestaande personen worden afgebeeld, die content markeren of labelen als kunstmatig gegenereerd. Dit geldt in alle EU-lidstaten, met inbegrip van Nederland. Seksuele deepfake-beelden zijn bovendien afzonderlijk strafbaar gesteld op grond van art. 254ba Sr, ongeacht naleving van de AI-verordening, zodat het strafrechtelijke verbod en de labelverplichting naast elkaar bestaan.
Wat gebeurt er als ik een grensoverschrijdend gesprek vanuit Nederland opneem?
Het Nederlandse strafrecht regelt jouw gedrag als je in Nederland bent. De AVG is van toepassing op elke verwerking van persoonsgegevens van EU-ingezetenen, ongeacht waar de opnemer zich bevindt. Als de andere partij zich in een land bevindt met een vereiste van toestemming van alle partijen, kan het nationale recht van dat land ook van toepassing zijn op hun kant van het gesprek. De veiligste praktijk voor zakelijke opnames is om alle partijen een hoorbare melding te geven en uitdrukkelijke toestemming te verkrijgen voordat internationale gesprekken worden opgenomen.
Sources and References
- Wetboek van Strafrecht, art. 139a, BWBR0001854(wetten.overheid.nl).gov
- Wetboek van Strafrecht, art. 139b, BWBR0001854(wetten.overheid.nl).gov
- Wetboek van Strafrecht, art. 139c, BWBR0001854(wetten.overheid.nl).gov
- Wetboek van Strafrecht, art. 139d, BWBR0001854(wetten.overheid.nl).gov
- Wetboek van Strafrecht, art. 139e, BWBR0001854(wetten.overheid.nl).gov
- Wetboek van Strafrecht, art. 139f, BWBR0001854(wetten.overheid.nl).gov
- Wetboek van Strafrecht, art. 254ba (Wet seksuele misdrijven 2024)(wetten.overheid.nl).gov
- Wet seksuele misdrijven, BWBR0049509(wetten.overheid.nl).gov
- Hoge Raad 26 maart 1985, NJ 1985/772(uitspraken.rechtspraak.nl).gov
- Hoge Raad 9 januari 1987, ECLI:NL:HR:1987:AG5500, NJ 1987/928(uitspraken.rechtspraak.nl).gov
- AVG, Verordening (EU) 2016/679(eur-lex.europa.eu).gov
- UAVG, BWBR0040940(wetten.overheid.nl).gov
- AP, voorwaarden voor het controleren van werknemers(autoriteitpersoonsgegevens.nl).gov
- AP-besluit, boete Clearview AI, september 2024(autoriteitpersoonsgegevens.nl).gov
- Wet op de ondernemingsraden (WOR), art. 27, BWBR0002747(wetten.overheid.nl).gov
- Grondwet, art. 7, BWBR0001840(wetten.overheid.nl).gov
- Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, art. 10(echr.coe.int).gov
- EHRM, Telegraaf Media Nederland t. Nederland, klachtnr. 39315/06, 2012(hudoc.echr.coe.int).gov
- EU AI-verordening, Verordening (EU) 2024/1689, art. 50(eur-lex.europa.eu).gov
- Kantonrechter Roermond, ECLI:NL:RBLIM:2022:6152 (Chetu-webcamzaak)(uitspraken.rechtspraak.nl).gov
- AP, cameratoezicht bij organisaties(autoriteitpersoonsgegevens.nl).gov