Opname- en cameratoezichtrecht in Nederland: Sr en AVG

Het Nederlandse recht rond opnemen en cameratoezicht is geen enkele regel, maar twee rechtsgebieden die naast elkaar lopen. Het Wetboek van Strafrecht (Sr) stelt bepaalde manieren van het vastleggen van een gesprek of een afbeelding strafbaar. Het gegevensbeschermingsrecht, de AVG zoals die in Nederland wordt toegepast, grijpt al aan op het moment van opnemen, omdat artikel 4 lid 2 AVG het verzamelen en vastleggen van gegevens al aanmerkt als verwerking van persoonsgegevens.
Bijna elk werkelijk geschil draait om de vraag welk van de twee van toepassing is. Wat de meeste particuliere opnames buiten de AVG houdt, is niet het ontbreken van publicatie, maar de uitzondering van artikel 2 lid 2 onder c AVG voor een zuiver persoonlijke of huishoudelijke activiteit. Een opname kan volstrekt rechtmatig zijn om te maken en toch onrechtmatig om te publiceren, en een camera kan op de ene plek toelaatbaar zijn en een strafbaar feit een meter verderop.
Informatie voor het laatst gecontroleerd op 21 juli 2026. Deze pagina geeft algemene juridische informatie over het Nederlandse recht en vormt geen juridisch advies in een individueel geval.
De strafrechtelijke kant en de gegevensbeschermingskant
De strafbepalingen staan in Titel V van Boek Tweede Sr, onder het opschrift misdrijven tegen de openbare orde. Ze gaan over de handeling van het vastleggen zelf: afluisteren, opnemen, een apparaat plaatsen, een afbeelding maken, en vervolgens materiaal dat uit een van die handelingen voortkomt bewaren of doorgeven.
Ze zijn met opzet nauw geformuleerd. Elke bepaling heeft een omschreven plaats, een omschreven techniek en een omschreven dader, en gedrag dat buiten die bestanddelen valt, wordt niet strafbaar enkel omdat het onaangenaam is.
Het gegevensbeschermingsrecht stelt een andere vraag, en stelt die eerder. Artikel 4 lid 2 AVG rekent verzamelen en vastleggen tot verwerking, zodat het vastleggen van een identificeerbare persoon vanaf de eerste seconde verwerking is, ongeacht of er ooit iets wordt gepubliceerd. Wat de meeste particuliere opnames uit de AVG haalt, is niet het ontbreken van publicatie, maar artikel 2 lid 2 onder c AVG, dat een zuiver persoonlijke of huishoudelijke activiteit volledig buiten de verordening plaatst. Dat is waarom dezelfde deurbelcamera helemaal geen strafrechtelijke vraag oproept en toch een gegevensbeschermingsprobleem wordt zodra hij de stoep bestrijkt.
Boven beide staat artikel 10 Grondwet, dat ieder recht geeft op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, en artikel 13 Grondwet, dat het telecommunicatiegeheim beschermt.
De drie lijnen die elke zaak bepalen
Vrijwel elke Nederlandse vraag over opnemen komt neer op een van drie onderscheidingen. De volledige behandeling van elke bepaling, met haar bestanddelen en maximumstraf, staat op gesprekken opnemen.
De eerste lijn is geluid tegenover beeld. Artikel 139a en artikel 139b Sr zijn geschreven rond een gesprek, terwijl artikel 139f Sr is geschreven rond een afbeelding van een persoon op een niet voor het publiek toegankelijke plaats, en artikel 441b Sr de tegenhanger daarvan is voor de openbare plaats. Artikel 139f Sr kent helemaal geen uitzondering voor deelnemers, zodat aanwezigheid in de ruimte een verborgen camera niet buiten de reikwijdte van dat artikel brengt, en een camera behandelen alsof de geluidsregel erop van toepassing is, is de meest verstrekkende fout op dit terrein.
De tweede lijn is deelnemer tegenover niet-deelnemer, en die lijn is smaller dan meestal wordt gesteld. Artikel 139a lid 1 Sr valt in twee onderdelen uiteen: sub 1°, afluisteren, wordt gepleegd door iedereen die anders dan in opdracht van een deelnemer handelt, terwijl sub 2°, opnemen, vereist dat iemand zowel geen deelnemer is als niet in opdracht van een deelnemer handelt. Artikel 139b lid 1 Sr herhaalt dat onderscheid voor gesprekken die elders worden gevoerd, maar alleen wanneer het apparaat heimelijk wordt gebruikt. Een deelnemer die opneemt, valt dus buiten het onderdeel over opnemen, en dat is een uitspraak over geluid.
De derde lijn is maken tegenover gebruiken. Artikel 139e en artikel 139g Sr raken alleen materiaal dat wederrechtelijk of door een misdrijf is verkregen, zodat geen van beide een rechtmatig gemaakte opname regelt, en het blok strafbepalingen zelf loopt van artikel 139a tot en met artikel 139g Sr, waarbij de bepaling die daar ooit op volgde, met ingang van 1 juli 2024 is vervallen. De AVG regelt wel een rechtmatig gemaakte opname, en doet dat vanaf het moment van opnemen in plaats van vanaf het moment van publicatie. Het portretrecht van artikel 21 Auteurswet en de onrechtmatige daad van artikel 6:162 BW staan daarnaast.
Artikel 23 lid 4 Sr legt de geldboetecategorieën vast waarnaar die bepalingen verwijzen. De geldende tekst stelt de derde categorie op € 6.700 en de vierde op € 16.750, met een redactionele aantekening dat deze bedragen vanaf 1 januari 2026 € 11.000 en € 27.500 bedragen. Artikel 23 lid 9 Sr voorziet erin dat de bedragen elke twee jaar bij algemene maatregel van bestuur worden aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijsindex.
De Autoriteit Persoonsgegevens
Artikel 6 van de Uitvoeringswet AVG (UAVG) stelt de Autoriteit Persoonsgegevens in en wijst haar aan als de toezichthoudende autoriteit voor de toepassing van de verordening. Zij behandelt klachten, onderzoekt en handhaaft, en publiceert de praktische richtsnoeren waarmee de meeste mensen als eerste in aanraking komen, waaronder richtsnoeren over cameragebruik in en om het huis, waarbij de uitzondering voor een zuiver persoonlijke of huishoudelijke activiteit in de meeste zaken de doorslaggevende vraag is.
Zij is geen rechter en kent geen schadevergoeding toe. Een vergoeding voor een privacyschending is een civiele vordering op grond van artikel 6:162 BW, die bij de burgerlijke rechter wordt ingesteld en op haar eigen bewijs wordt beoordeeld.
Een opname later gebruiken
Het Nederlandse civiele bewijsrecht is bewust open, en dat is waarom een opname zo vaak wordt overgelegd in een arbeids- of burengeschil en waarom de toelaatbaarheid op zich zelden de interessante vraag is. Hoe artikel 152 Rv werkt, en hoe de rechter een onrechtmatig verkregen opname heeft behandeld, staat op opnames als bewijs.
Waar een probleem terechtkomt
De te volgen route hangt af van de aard van de klacht, niet van het onderwerp. Een klacht over gegevensbescherming tegen een organisatie gaat naar de Autoriteit Persoonsgegevens, die vraagt eerst contact op te nemen met de organisatie zelf.
Een vordering tot een verbod, verwijdering of schadevergoeding is een civiele zaak. Arbeids- en huurgeschillen gaan op grond van artikel 93 sub c Rv naar de kantonrechter, ongeacht het financiële belang, en andere civiele vorderingen gaan naar de kantonrechter of de rechtbank, afhankelijk van de vordering.
Een vermoeden van een strafbaar feit onder een van bovenstaande bepalingen wordt gemeld bij de politie, en de beslissing om al dan niet te vervolgen ligt bij het Openbaar Ministerie.
Gidsen in deze sectie
Twee pagina's zijn gepubliceerd:
- Gesprekken opnemen, de uitgebreide behandeling van artikel 139a tot en met 139g Sr, de deelnemersregel, verborgen camera's en het afzonderlijke recht dat regelt wat u met de opname doet.
- Opnames als bewijs, over artikel 152 Rv, onrechtmatig verkregen bewijs in civiele procedures en hoe de strafrechtelijke positie daarvan verschilt.
Voor een kortere landensamenvatting die deel uitmaakt van het wereldwijde overzicht van opnamewetgeving, zie het Nederland-onderdeel in het wereldwijde opnamerecht-overzicht. De bredere Nederlandse rechtskaart staat op de sectiepagina Nederlands recht overzicht, verplichtingen op de werkvloer op de sectiepagina Nederlands arbeidsrecht, en screeningsregels op de sectiepagina Nederlandse antecedentenonderzoeken.
Veelgestelde vragen
Is het legaal om een gesprek op te nemen in Nederland?
Het opnemen van een gesprek waaraan u zelf deelneemt, valt buiten het onderdeel over opnemen van artikel 139a en artikel 139b Sr, dat alleen wordt gepleegd door iemand die geen deelnemer is en niet in opdracht van een deelnemer handelt. Het onderdeel over afluisteren van dezelfde bepalingen is ruimer, omdat dat alleen vraagt of iemand anders dan in opdracht van een deelnemer heeft gehandeld. Dat antwoord gaat over geluid: een heimelijke afbeelding wordt geregeld door artikel 139f Sr, dat geen uitzondering voor deelnemers kent. De AVG loopt daarnaast mee vanaf het moment van opnemen, tenzij de opname een zuiver persoonlijke of huishoudelijke activiteit is.
Wat is de straf voor het heimelijk opnemen van iemand in Nederland?
Dat hangt af van welke bepaling van toepassing is. Artikel 139a Sr staat op maximaal zes maanden of een geldboete van de vierde categorie, artikel 139b Sr op maximaal drie maanden of een geldboete van de derde categorie, artikel 139c Sr op maximaal twee jaar of een geldboete van de vierde categorie, en artikel 139f Sr op maximaal een jaar of een geldboete van de vierde categorie. De geldende tekst van artikel 23 lid 4 Sr stelt de derde categorie op € 6.700 en de vierde categorie op € 16.750, met een redactionele aantekening dat deze maxima vanaf 1 januari 2026 € 11.000 en € 27.500 bedragen.
Geldt de deelnemersregel ook voor beeld, of alleen voor geluid?
Nee, en dit is de meest voorkomende vergissing op dit terrein. Artikel 139a en artikel 139b Sr gaan over een gesprek, dat is geluid, terwijl artikel 139f Sr gaat over een afbeelding van een persoon op een niet voor het publiek toegankelijke plaats, gemaakt met een apparaat waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt. Artikel 139f Sr kent geen uitzondering voor deelnemers, zodat aanwezigheid in de ruimte een verborgen camera niet buiten de reikwijdte van dat artikel brengt.
Welke instantie behandelt privacyklachten in Nederland?
De Autoriteit Persoonsgegevens, die artikel 6 van de Uitvoeringswet AVG aanwijst als de toezichthoudende autoriteit voor de toepassing van de AVG. Zij behandelt klachten en handhaving over de verwerking van persoonsgegevens. Zij is een toezichthoudend orgaan en geen rechter, en beslist niet over strafzaken onder het Wetboek van Strafrecht.
Kan de Autoriteit Persoonsgegevens een schadevergoeding toekennen?
Nee. De AP houdt toezicht en handhaaft, maar kent geen schadevergoeding toe aan een individu. Een vordering tot schadevergoeding is een civiele vordering die bij de burgerlijke rechter wordt ingesteld, en die op haar eigen regels wordt beoordeeld, los van de uitkomst van een klacht bij de AP.
Is de AVG al van toepassing zodra ik een opname maak?
Ja, in beginsel. Artikel 4 lid 2 AVG rekent verzamelen en vastleggen tot verwerking, zodat een opname van een identificeerbare persoon al verwerking is vanaf het moment dat zij wordt gemaakt, en niet pas vanaf het moment dat zij wordt gedeeld. De uitzondering van artikel 2 lid 2 onder c AVG voor een zuiver persoonlijke of huishoudelijke activiteit is wat de meeste particuliere opnames buiten de verordening houdt, en is ook wat een werkgever, een verhuurder, een bedrijf of een vereniging niet kan inroepen. De Autoriteit Persoonsgegevens publiceert praktische richtsnoeren voor cameragebruik in en om het huis.
Bronnen en referenties
- Artikel 139a Sr, opnemen van een gesprek in een woning, besloten lokaal of erf(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 139b Sr, heimelijk opnemen van een gesprek elders dan in een woning, besloten lokaal of erf(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 139c Sr, aftappen of opnemen van gegevens die niet voor hem bestemd zijn(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 139e Sr, beschikken over of bekendmaken van wederrechtelijk verkregen gegevens(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 139f Sr, heimelijk vervaardigen van een afbeelding op een niet voor het publiek toegankelijke plaats(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 441b Sr, heimelijk vervaardigen van een afbeelding op een voor het publiek toegankelijke plaats(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 139g Sr, door misdrijf verkregen niet-openbare gegevens(wetten.overheid.nl).gov
- Verordening (EU) 2016/679 (AVG), artikel 2 lid 2 onder c en artikel 4 lid 2(eur-lex.europa.eu).gov
- Artikel 21 Auteurswet, portretrecht en het redelijk belang van de geportretteerde(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 6:162 BW, onrechtmatige daad(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 93 Rv, bevoegdheid van de kantonrechter, waaronder arbeidszaken ongeacht de waarde(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 23 Sr, de zes geldboetecategorieën en hun bedragen(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 10 en artikel 13 Grondwet, persoonlijke levenssfeer en telecommunicatiegeheim(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 6 Uitvoeringswet AVG, de Autoriteit Persoonsgegevens als toezichthoudende autoriteit(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 152 Rv, vrije bewijsleer en vrije bewijswaardering(wetten.overheid.nl).gov
- Autoriteit Persoonsgegevens, cameragebruik in en om het huis(autoriteitpersoonsgegevens.nl).gov
- Autoriteit Persoonsgegevens, een tip of klacht indienen bij de AP(autoriteitpersoonsgegevens.nl).gov