Aangifte Doen bij de Politie in Nederland

Aangifte doen is de formele manier om een strafbaar feit vast te leggen bij de Nederlandse politie en, via haar, bij het Openbaar Ministerie. Het is de meest gezochte strafprocesrechtelijke vraag in Nederland, en het antwoord draait om een onderscheid dat het Nederlandse recht scherp trekt maar het dagelijks taalgebruik vertroebelt: het verschil tussen een aangifte, een melding en een klacht.
Deze pagina zet uiteen wie aangifte mag doen, hoe een aangifte wordt gedaan, wat de officier van justitie ermee doet, en welk rechtsmiddel bestaat als de officier besluit niets te doen. Zij is geschreven voor wie overweegt aangifte te doen, niet voor de autoriteiten. De toepasselijke wet is het Wetboek van Strafvordering (Sv), in zijn geheel gepubliceerd op wetten.overheid.nl.
Informatie voor het laatst gecontroleerd op 22 juli 2026. Deze pagina geeft algemene juridische informatie over het Nederlandse recht en vormt geen juridisch advies in een individueel geval.
Aangifte, melding en klacht: drie verschillende handelingen
Het Nederlandse strafprocesrecht kent drie afzonderlijke handelingen, en het gebruik van de verkeerde kan betekenen dat er nooit een zaak wordt geopend. Een aangifte is een formele melding van een strafbaar feit bij de politie (artikel 161 Sv); een melding is slechts een kennisgeving, waarna de politie doorgaans geen onderzoek start; en een klacht is een aangifte samen met een uitdrukkelijk verzoek tot vervolging (artikel 164 Sv), wat vereist is voor een klachtdelict zoals smaad of laster.
Het onderscheid is het belangrijkst bij de klachtdelicten, de strafbare feiten die het Openbaar Ministerie alleen mag vervolgen als het slachtoffer daar uitdrukkelijk om vraagt. Smaad is het belangrijkste voorbeeld. Wie de uitlatingen bij de politie meldt maar nooit om vervolging vraagt, heeft aangifte gedaan, geen klacht, en voor een klachtdelict is dat niet genoeg om de zaak in beweging te brengen. Hoe de klacht voor smaad en laster in zijn werk gaat, met de beperkte termijn waarbinnen zij moet worden ingediend, staat op de pagina over het indienen van een klacht wegens smaad.
Het woord melding heeft in de Sv zelf geen afzonderlijke betekenis. De wet spreekt alleen van aangifte en klacht; melding is de eigen operationele term van de politie voor een kennisgeving die niet, of nog niet, om vervolging vraagt. Voorlichtingspagina's van de politie omschrijven een aangifte soms als een verzoek tot vervolging, maar dat is een vereenvoudiging: strikt genomen is het het verzoek tot vervolging dat een klacht toevoegt, en dat is wettelijk alleen noodzakelijk voor een klachtdelict.
Wie mag aangifte doen, en wanneer is het een plicht
De hoofdregel is ruim. Artikel 161 Sv bepaalt dat ieder die kennis draagt van een gepleegd strafbaar feit bevoegd is daarvan aangifte te doen, zodat ook een getuige, een buur of een familielid aangifte kan doen, niet alleen het rechtstreekse slachtoffer. Voor de gewone burger is dit een bevoegdheid, geen verplichting: er bestaat geen algemene wettelijke plicht om een strafbaar feit waarvan men kennis heeft aan te geven.
Twee smalle uitzonderingen kennen wel een echte plicht. Artikel 160 Sv verplicht ieder die kennis draagt van bepaalde ernstige misdrijven, zoals misdrijven tegen de staat, misdrijven die het leven in gevaar brengen, en een terroristisch misdrijf, dit onverwijld aan te geven, en het ontslaat degene die daardoor zichzelf of een naaste aan vervolging zou blootstellen. Artikel 162 Sv legt een afzonderlijke plicht op aan openbare colleges en ambtenaren om bepaalde ambtsmisdrijven aan te geven waarvan zij in hun werk kennis krijgen.
Voor vrijwel iedereen die deze pagina leest, is aangifte doen dus een keuze. De waarde van die keuze is dat alleen een aangifte betrouwbaar het strafrechtelijke systeem binnenkomt, terwijl een melding dat niet noodzakelijk doet.
Hoe een aangifte wordt gedaan
Artikel 163 Sv regelt de vorm. Een aangifte kan mondeling of schriftelijk worden gedaan bij een bevoegde ambtenaar, hetzij in persoon, hetzij via een gevolmachtigde die over een bijzondere schriftelijke volmacht beschikt. Een schriftelijke aangifte wordt door de aangever ondertekend, en de aangever ontvangt een afschrift of het proces-verbaal van de aangifte, wat nuttig bewijs oplevert dat, en wanneer, de aangifte is gedaan.
De wet beschermt ook een aangever die onvoldoende Nederlands spreekt. Artikel 163 lid 3 Sv bepaalt dat zo iemand in staat wordt gesteld aangifte te doen in een taal die hij begrijpt, of taalkundige bijstand krijgt, zodat een beperkte beheersing van het Nederlands geen belemmering vormt om aangifte te doen.
In de praktijk bestaan er drie kanalen. Online aangifte doen is het smalst: particulieren kunnen alleen online aangifte doen voor een beperkt aantal strafbare feiten, in de praktijk diefstal, vernieling en internetoplichting. De wettelijke reden is artikel 163 lid 4 Sv, dat elektronische aangifte alleen toestaat via een aangewezen voorziening en alleen voor de strafbare feiten die die voorziening toelaat. Voor al het overige, waaronder geweld, bedreiging en zedendelicten, wordt aangifte gedaan telefonisch (het niet-spoednummer van de politie 0900-8844) of, meestal, in persoon op het politiebureau op afspraak.
Wat de officier van justitie met een aangifte doet
Een aangifte opent de deur naar vervolging, maar dwingt haar niet af. Het doen van aangifte verplicht het Openbaar Ministerie niet tot vervolging: op grond van het opportuniteitsbeginsel van artikel 167 Sv kan het OM afzien van vervolging op gronden aan het algemeen belang ontleend. Dit beginsel van vervolgingsdiscretie is een kenmerkend element van het Nederlandse strafprocesrecht, en het is het tegenovergestelde van een stelsel waarin elk gemeld strafbaar feit moet worden vervolgd.
Concreet weegt het Openbaar Ministerie na het opsporingsonderzoek af of vervolging moet plaatsvinden, hetzij door een strafbeschikking, hetzij via de rechter. Het kan ook besluiten niets te doen, een beslissing die een sepot heet, die onvoorwaardelijk of onder voorwaarden kan zijn. Veel aangiften eindigen op die manier, met name wanneer het bewijs mager is of het algemeen belang geen vervolging vergt. Dit ronduit stellen is geen ontmoediging: het is wat de wet bepaalt, en het verklaart waarom een aangifte een eerste stap is en geen uitspraak.
Als het OM niet vervolgt: beklag bij het gerechtshof
De beslissing om niet te vervolgen is niet het einde van de weg. Besluit het OM niet te vervolgen, dan kan een rechtstreeks belanghebbende een schriftelijk beklag indienen bij het gerechtshof op grond van artikel 12 Sv, dat het OM kan gelasten alsnog te vervolgen. Dit is de beklagprocedure, en zij vormt de belangrijkste correctie op de vervolgingsdiscretie.
Twee punten zijn van belang. Bevoegd is het gerechtshof, niet de rechtbank, en degene die beklag mag doen is een rechtstreeks belanghebbende, een begrip dat de wet uitbreidt tot een rechtspersoon die door zijn doelstelling en feitelijke werkzaamheden een belang behartigt dat rechtstreeks door het niet vervolgen wordt getroffen. Acht het gerechtshof het beklag gegrond, dan kan het een bevel tot vervolging geven, waarna het OM moet overgaan tot vervolging.
Een eenmaal ingediende klacht kan ook worden ingetrokken, in dezelfde vorm waarin zij is gedaan (artikel 166 Sv). Bij een klachtdelict zoals smaad of laster, waarbij de partijen elkaar vaak kennen, komt intrekking vaak voor, en zij ontneemt de grondslag aan een vervolging die van de klacht afhing.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een aangifte, een melding en een klacht?
Een aangifte is een formele melding van een strafbaar feit bij de politie die tot vervolging kan leiden. Een melding is slechts een kennisgeving, waarna de politie doorgaans geen onderzoek start. Een klacht is een aangifte plus een uitdrukkelijk verzoek tot vervolging, en dat is vereist voor een klachtdelict zoals smaad of laster.
Kan ik online aangifte doen bij de Nederlandse politie?
Alleen voor een beperkt aantal strafbare feiten, in de praktijk waaronder diefstal, vandalisme en internetoplichting. Dit volgt uit artikel 163 lid 4 Sv, dat elektronische aangifte alleen toestaat via de aangewezen voorziening en alleen voor de strafbare feiten die deze toelaat. Andere strafbare feiten worden telefonisch gemeld op 0900-8844 of in persoon op het politiebureau.
Ben ik verplicht aangifte te doen, of is het mijn keuze?
Voor een gewone burger is het een recht, geen plicht. Artikel 161 Sv bepaalt dat ieder die kennis draagt van een strafbaar feit dit mag aangeven. Een echte aangifteplicht bestaat alleen in smalle gevallen, zoals de ernstige misdrijven van artikel 160 Sv en de ambtsmisdrijven die ambtenaren op grond van artikel 162 Sv moeten aangeven.
Betekent het doen van aangifte dat de verdachte zal worden vervolgd?
Nee. Op grond van het opportuniteitsbeginsel van artikel 167 Sv kan het Openbaar Ministerie afzien van vervolging op gronden aan het algemeen belang ontleend. Een aangifte opent een onderzoek maar dwingt geen vervolging af, en veel aangiften eindigen in een sepot, een beslissing om verder niets te doen.
Wat kan ik doen als het OM besluit niet te vervolgen?
Een rechtstreeks belanghebbende kan een schriftelijk beklag indienen bij het gerechtshof op grond van artikel 12 Sv. Acht het gerechtshof het beklag gegrond, dan kan het het Openbaar Ministerie gelasten alsnog te vervolgen.
Hoe doe ik aangifte van smaad of laster?
Smaad en laster zijn klachtdelicten, dus een gewone aangifte volstaat niet: u moet een klacht indienen, een aangifte samen met een uitdrukkelijk verzoek tot vervolging, binnen de beperkte termijn die de wet stelt. De details staan op de pagina over het indienen van een klacht wegens smaad.
Kan ik een aangifte intrekken nadat ik haar heb gedaan?
Een klacht kan worden ingetrokken in dezelfde vorm waarin zij is gedaan (artikel 166 Sv), wat gebruikelijk is bij klachtdelicten waarbij de partijen elkaar kennen. Een gewone aangifte meldt feiten aan de politie, en zodra een onderzoek loopt, berust de vervolgingsbeslissing bij het Openbaar Ministerie, niet bij de aangever.
Bronnen en referenties
- Artikel 161 Sv, ieder die kennis draagt van een strafbaar feit is bevoegd aangifte of klachte te doen(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 160 Sv, de meldplicht bij bepaalde ernstige misdrijven en terroristische misdrijven(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 162 Sv, de aangifteplicht van openbare colleges en ambtenaren(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 163 Sv, hoe een aangifte mondeling of schriftelijk wordt gedaan, met volmacht, taalhulp en elektronische weg(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 164 Sv, de klacht bestaat in een aangifte met verzoek tot vervolging(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 165 Sv, elke officier en hulpofficier van justitie is bevoegd en verplicht de klacht te ontvangen(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 166 Sv, intrekking van de klacht in dezelfde vorm(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 167 Sv, de vervolgingsbeslissing en het opportuniteitsbeginsel(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 12 Sv, beklag bij het gerechtshof over niet vervolgen(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 269 Sr, belediging wordt alleen op klacht vervolgd (klachtdelict)(wetten.overheid.nl).gov
- Politie, aangifte of melding doen: kanalen en het niet-spoednummer 0900-8844(politie.nl).gov