Taakstraf in Nederland: Regels en Grenzen

Wanneer een Nederlandse strafrechter oordeelt dat een zaak geen gevangenisstraf vergt, kan hij een taakstraf opleggen: onbetaalde arbeid ten behoeve van de samenleving. De taakstraf is een van de vier hoofdstraffen in het Nederlandse strafrecht en wordt opgelegd in een breed scala van zaken, van vandalisme en diefstal tot lichtere vormen van mishandeling.
Deze pagina legt uit wat een taakstraf is, wat het wettelijke maximum van 240 uren inhoudt, voor welke strafbare feiten zij niet op zichzelf mag worden opgelegd (het taakstrafverbod), en wat er gebeurt als het werk niet wordt uitgevoerd. Zij verwijst naar het Wetboek van Strafrecht (Sr) als de geldende wet.
Informatie voor het laatst gecontroleerd op 22 juli 2026. Deze pagina geeft algemene juridische informatie over het Nederlandse recht en vormt geen juridisch advies in een individueel geval.
Wat een taakstraf is
Het Nederlandse strafrecht noemt in artikel 9 lid 1 Sr vier hoofdstraffen: gevangenisstraf, hechtenis, de taakstraf, en de geldboete. De taakstraf is een volwaardige straf op zichzelf, geen aanvulling op een andere straf.
Artikel 9 lid 2 Sr staat de rechter toe een taakstraf op te leggen in plaats van een vrijheidsstraf of een geldboete, voor de meeste misdrijven en voor overtredingen waarop vrijheidsstraf staat. De ene uitzondering geldt waar de wet anders bepaalt, wat het hierna besproken taakstrafverbod is.
Artikel 22c lid 1 Sr omschrijft de inhoud: een taakstraf bestaat uit onbetaalde arbeid, en het vonnis vermeldt het aantal uren, en kan de aard van het werk vermelden. Sinds een hervorming in 2012 kan een taakstraf alleen nog bestaan uit onbetaalde arbeid; de afzonderlijke leerstraf bestaat niet meer als vorm van taakstraf. In de praktijk regelt en begeleidt de reclassering de plaatsing.
Het maximum van 240 uren en wat er gebeurt als u niet voltooit
Een taakstraf bestaat uit onbetaalde arbeid en duurt ten hoogste 240 uren (artikel 22c Sr); wordt zij niet voltooid, dan geldt de door de rechter opgelegde vervangende hechtenis, van ten hoogste één dag voor elke twee niet-gewerkte uren van de taakstraf (artikel 22d Sr).
Het maximum in artikel 22c lid 2 Sr is 240 uren. Dat artikel kent geen wettelijk minimum, zodat een rechter bijvoorbeeld een korte taakstraf van 40 of 60 uren kan opleggen bij een licht strafbaar feit, en langere taakstraffen kan reserveren voor ernstigere zaken.
De voltooiing wordt afgedwongen via vervangende hechtenis. Op grond van artikel 22d lid 1 Sr gelast de rechter op het moment dat hij de taakstraf oplegt, tevens vooraf de vervangende hechtenis die zal gelden als het werk niet naar behoren wordt verricht. Artikel 22d lid 3 Sr stelt de verhouding vast: de vervangende hechtenis bedraagt ten minste één dag en ten hoogste vier maanden, en voor elke twee niet-gewerkte uren van de taakstraf wordt ten hoogste één dag opgelegd.
De rekensom volgt daaruit rechtstreeks. Een taakstraf van 120 uren die niet wordt uitgevoerd, komt overeen met ten hoogste 60 dagen vervangende hechtenis. Het maximum van 240 uren komt overeen met ten hoogste 120 dagen, dat is vier maanden. Wordt het werk niet voltooid, dan kan het Openbaar Ministerie de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis gelasten op grond van artikel 6:3:3 Sv.
Wanneer een taakstraf niet op zichzelf mag staan: het taakstrafverbod
Een taakstraf mag niet op zichzelf worden opgelegd voor een misdrijf waarop een wettelijk strafmaximum van zes jaren of meer staat en dat de lichamelijke integriteit van het slachtoffer ernstig heeft geschaad, of voor de strafbare feiten van de artikelen 181, 252 en 253 Sr; de rechter mag er dan alleen een opleggen naast een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf (artikel 22b Sr).
Artikel 22b Sr regelt het verbod. Lid 1 ziet op twee situaties. Ten eerste een misdrijf waarop een wettelijk strafmaximum van zes jaren gevangenisstraf of meer staat en dat een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer heeft veroorzaakt. Ten tweede een veroordeling voor een van de strafbare feiten van de artikelen 181, 252 en 253 Sr.
Deze drie artikelen verdienen een toelichting. Artikel 181 Sr ziet op geweld tegen, of wederspannigheid jegens, een ambtenaar (de strafbare feiten van de artikelen 179 en 180 Sr) waarbij dit lichamelijk letsel, zwaar lichamelijk letsel of de dood tot gevolg heeft. De artikelen 252 en 253 Sr betreffen kinderpornografie. Zij dragen deze nummers vanwege de Wet seksuele misdrijven, die op 1 juli 2024 in werking is getreden en de zedendelicten-artikelen hernummerde, zodat oudere bronnen andere nummers vermelden.
Artikel 22b lid 2 Sr voegt een recidivebepaling toe. Een taakstraf is ook uitgesloten wanneer de dader in de vijf jaar voorafgaand aan het strafbare feit al een taakstraf voor een soortgelijk misdrijf kreeg opgelegd en deze heeft uitgevoerd, of de vervangende hechtenis daarvoor is gelast.
Het woord 'op zichzelf' is van belang, vanwege de uitzondering. Artikel 22b lid 3 Sr staat de rechter toe af te wijken van lid 1 en lid 2 als hij naast de taakstraf een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of een vrijheidsbenemende maatregel oplegt. Bij een ernstige mishandeling met blijvend letsel is een zelfstandige taakstraf dus uitgesloten, maar de rechter kan nog altijd een taakstraf koppelen aan ten minste enige onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Een taakstraf combineren met een geldboete of een voorwaardelijke straf
Een taakstraf kan samengaan met andere straffen. Artikel 9 lid 3 Sr staat toe dat een geldboete wordt toegevoegd, en artikel 9 lid 4 Sr staat de rechter toe een taakstraf toe te voegen wanneer het onvoorwaardelijke deel van een vrijheidsstraf ten hoogste zes maanden bedraagt. Een voorwaardelijke gevangenisstraf gecombineerd met een taakstraf is een gebruikelijke afdoening bij zaken van middelzware ernst.
Wordt in plaats van, of naast, een taakstraf een geldboete opgelegd, dan volgt het maximum uit de boetecategorieën van artikel 23 Sr. De basisbedragen in de geconsolideerde tekst dragen een redactionele aantekening 'Per 1 januari 2026', die hogere geïndexeerde bedragen geeft: op die grondslag bedraagt de derde categorie € 11.000 en de vierde € 27.500. Deze bedragen worden periodiek opnieuw geïndexeerd, zodat het jaar van belang is bij het noemen van een bedrag.
Veelgestelde vragen
Wat is een taakstraf in Nederland?
Een taakstraf is een straf van onbetaalde arbeid, opgelegd door een strafrechter. Zij is een van de vier hoofdstraffen in artikel 9 Sr en kan voor de meeste strafbare feiten worden opgelegd in plaats van gevangenisstraf of een geldboete, tot een maximum van 240 uren.
Wat is het maximumaantal uren voor een taakstraf?
Het maximum is 240 uren op grond van artikel 22c lid 2 Sr. Dat artikel stelt geen minimum, zodat korte taakstraffen van enkele tientallen uren worden gebruikt bij lichte strafbare feiten en langere bij ernstigere.
Kan voor elk strafbaar feit een taakstraf worden opgelegd?
Nee. Het taakstrafverbod in artikel 22b Sr sluit een zelfstandige taakstraf uit voor een misdrijf met een strafmaximum van zes jaren of meer dat de lichamelijke integriteit van het slachtoffer ernstig heeft geschaad, en voor de strafbare feiten van de artikelen 181, 252 en 253 Sr. In die gevallen mag de rechter een taakstraf alleen opleggen naast een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf.
Wat gebeurt er als ik mijn taakstraf niet voltooi?
De rechter heeft vooraf al vervangende hechtenis gelast. Op grond van artikel 22d Sr geldt ten hoogste één dag voor elke twee niet-gewerkte uren, met een minimum van één dag en een maximum van vier maanden. Niet-gewerkte uren worden tegen die verhouding omgerekend.
Is een taakstraf betaald werk?
Nee. Artikel 22c lid 1 Sr omschrijft een taakstraf als onbetaalde arbeid. Het aantal uren wordt vastgesteld in het vonnis, en de reclassering regelt de plaatsing.
Kan een taakstraf worden gecombineerd met een gevangenisstraf of een geldboete?
Ja. Artikel 9 lid 3 Sr staat een geldboete naast een taakstraf toe, en artikel 9 lid 4 Sr staat een taakstraf toe naast een vrijheidsstraf waarvan het onvoorwaardelijke deel ten hoogste zes maanden bedraagt. Een voorwaardelijke gevangenisstraf met een taakstraf komt vaak voor.
Betekent de vijfjaarsregel dat een recidivist nooit meer een taakstraf kan krijgen?
Artikel 22b lid 2 Sr sluit een zelfstandige taakstraf uit wanneer de dader in de vijf jaar daarvoor al een taakstraf voor een soortgelijk misdrijf heeft uitgevoerd. Net als bij de andere onderdelen staat artikel 22b lid 3 Sr een taakstraf nog altijd toe als daarnaast een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt opgelegd.
Bronnen en referenties
- Artikel 9 Sr, de hoofdstraffen(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 22b Sr, het taakstrafverbod(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 22c Sr, taakstraf en het maximum van 240 uren(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 22d Sr, vervangende hechtenis(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 23 Sr, de geldboetecategorieën(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 181 Sr, dwang en wederspannigheid met lichamelijk letsel(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 252 Sr, kinderpornografie (Wet seksuele misdrijven)(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 253 Sr, bijwonen van een voorstelling met een minderjarige(wetten.overheid.nl).gov