Aangifte Smaad: Een Klacht Indienen in Nederland

Het Nederlandse recht behandelt smaad als iets wat de staat alleen vervolgt wanneer degene tegen wie de uitlating is gericht daarom vraagt. Op grond van artikel 269 Sr zijn smaad, laster en eenvoudige belediging klachtdelicten, zodat de aangifte niet louter een formaliteit is die een al lopende machine in werking zet. Het is de stap die bepaalt of er überhaupt een zaak is.
Eén zin in het Wetboek van Strafvordering draagt het grootste risico. Artikel 164 lid 1 Sv bepaalt dat een klacht bestaat uit een aangifte samen met een verzoek tot vervolging. Iemand die de uitlating bij de politie meldt en nooit om vervolging vraagt, kan verder alles juist en op tijd hebben gedaan, en toch niet de klacht hebben ingediend die artikel 269 Sr vereist.
Deze pagina behandelt de strafrechtelijke route: wie mag indienen, wat de aangifte moet bevatten, hoeveel tijd daarvoor staat, hoe het Openbaar Ministerie beslist en wat er overblijft wanneer het niet vervolgt. Wat smaad en laster als strafbare feiten precies vereisen, en de aparte civiele vordering, komen aan bod op smaad en laster in Nederland.
Informatie voor het laatst gecontroleerd op 21 juli 2026. Deze pagina geeft algemene juridische informatie over het Nederlandse recht en vormt geen juridisch advies in een individueel geval.
Een klacht is een aangifte plus een verzoek tot vervolging
Dit is de ene zin die correct moet worden begrepen. Artikel 164 lid 1 Sv stelt het, in de archaïsche spelling die de vastgestelde tekst nog altijd draagt, als volgt:
De klachte bestaat in eene aangifte met verzoek tot vervolging.
Een aangifte is op zichzelf een melding dat een strafbaar feit is gepleegd. Een klacht is die melding plus een uitdrukkelijk verzoek dat de verantwoordelijke persoon wordt vervolgd. Bij een gewoon strafbaar feit heeft dit onderscheid geen gevolg, omdat het Openbaar Ministerie ook zonder verzoek kan optreden. Bij een klachtdelict is het beslissend: zonder het verzoek is niet voldaan aan de voorwaarde van artikel 269 Sr.
De oplossing is één zin. Het verzoek moet aan de balie worden uitgesproken, in de bewoordingen waarmee het gebeurde wordt beschreven, en het moet terugkomen in het proces-verbaal van de aangifte. Artikel 163 lid 5 Sv geeft de aangever een afschrift van de aangifte of van het proces-verbaal, het document waarop te controleren valt of het verzoek is vastgelegd.
Artikel 164 lid 2 Sv verklaart artikel 163 leden 2, 3 en 5 ook van toepassing op een klacht, zodat dezelfde regels over het opstellen, de taal en het ontvangen van een afschrift in beide gevallen gelden.
Voor welke strafbare feiten is een klacht vereist
Smaad, laster en eenvoudige belediging zijn klachtdelicten: op grond van artikel 269 Sr worden zij alleen vervolgd op klacht van degene tegen wie het misdrijf is gepleegd. Het artikel werkt niet met een opsomming van artikelnummers. Het duidt de strafbare feiten aan per titel in plaats van per artikelnummer: belediging, strafbaar krachtens deze titel, dat wil zeggen belediging strafbaar gesteld in Titel XVI van Boek Tweede Sr. Het artikel noemt zelf geen termijn.
Beide uitzonderingen staan in hetzelfde artikel, en de tweede wordt gemakkelijk over het hoofd gezien. Artikel 269 lid 2 Sr laat het klachtvereiste buiten toepassing voor de gevallen die onder artikel 267 Sr vallen, en artikel 269 lid 3 Sr laat het buiten toepassing voor belediging van leden van algemeen vertegenwoordigende lichamen, zoals de Tweede Kamer, Provinciale Staten en een gemeenteraad. In beide gevallen kan het Openbaar Ministerie optreden zonder enige klacht.
Waar het hier om gaat is uitsluitend welke gevallen lid 2 uit het klachtvereiste tilt. De gevallen van artikel 267 Sr zijn die waarin de belediging is gericht tegen de Koning en de directe koninklijke kring, tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, of tegen een openbaar lichaam of een openbare instelling. Leden van algemeen vertegenwoordigende lichamen zijn door lid 1 onder 2° uitdrukkelijk uitgezonderd van artikel 267 Sr, en lid 3 van artikel 269 Sr haalt hen vervolgens sowieso uit het klachtvereiste, zodat een belediging van een raadslid geen verhoogde straf kent en evenmin een klacht vereist. De verhoging zelf staat beschreven op de pagina over belediging.
Wie is klachtgerechtigd
Artikel 64 Sr geeft het recht om de klacht in te dienen aan degene tegen wie het feit is gepleegd. Dat is enger dan het recht om aangifte te doen: artikel 161 Sv staat ieder die kennis draagt van een strafbaar feit toe daarvan aangifte of klachte te doen, maar een melding van een vriend, een collega of een werkgever levert niet de klacht op die artikel 269 Sr vereist.
Artikel 65 Sr regelt de vervanging. Wanneer de in artikel 64 Sr aangewezen persoon jonger is dan zestien jaar, onder curatele staat anders dan wegens verkwisting, of wegens een psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap niet kan beoordelen of een klacht in zijn belang is, dient diens wettige vertegenwoordiger in burgerlijke zaken de klacht in (lid 1).
Is die persoon overleden, dan geeft artikel 65 lid 2 Sr het recht aan diens ouders, diens kinderen en de achterblijvende echtgenoot, tenzij blijkt dat de overledene geen vervolging wilde. Artikel 65 lid 3 Sr regelt het geval waarin de klacht moet worden ingediend tegen de wettelijke vertegenwoordiger zelf: het recht gaat dan over op de echtgenoot, op een bloedverwant in de rechte linie, of, bij ontstentenis van allen, op een broer en een zuster.
Drie maanden, en de dag waarop de termijn begint
De klachttermijn is drie maanden en loopt op grond van artikel 66 Sr vanaf de dag waarop de klachtgerechtigde kennis heeft genomen van het gepleegde feit, niet vanaf de datum van publicatie. De wettelijke maatstaf is kennis heeft genomen van het gepleegde feit, zodat de datum van de post, de brief of de uitzending niet doorslaggevend is.
Een uitgewerkt voorbeeld maakt het verschil concreet. Stel dat een lasterlijk bericht op 3 februari 2026 verschijnt op een obscuur forum en dat de daarin genoemde persoon hier op 20 april 2026 voor het eerst van hoort. De drie maanden lopen dan vanaf 20 april, zodat de klacht kan worden ingediend tot 20 juli 2026, ook al is de uitlating dan al meer dan vijf maanden oud. De datum van kennisname kan worden betwist, en daarom wordt zij doorgaans gedocumenteerd.
Artikel 66 lid 2 Sr sluit de voor de hand liggende verlengingen uit. Is de termijn eenmaal begonnen, dan wordt hij niet gestuit of verlengd door het overlijden van degene tegen wie het feit is gepleegd, of door het verlies, het verkrijgen of het herkrijgen van het recht om de klacht in te dienen. De tekst is uitdrukkelijk dat de termijn zonder verlenging doorloopt: loopt deze termijn zonder verlenging door.
Hoe de aangifte in de praktijk wordt gedaan
Artikel 163 lid 1 Sv bepaalt dat een aangifte mondeling of schriftelijk wordt gedaan bij de bevoegde ambtenaar, hetzij door de aangever in persoon, hetzij door een ander die daartoe over een bijzondere schriftelijke volmacht beschikt. Een schriftelijke aangifte wordt ondertekend door de aangever of die gevolmachtigde (lid 4).
Een mondelinge aangifte is niet minderwaardig. Op grond van artikel 163 lid 2 Sv stelt de ontvangende ambtenaar de aangifte op schrift, leest haar voor, en ondertekent haar vervolgens samen met de aangever of de gevolmachtigde, met vermelding van de reden als de aangever niet kan tekenen. Dat proces-verbaal is er ook de reden voor dat een mondelinge aangifte normaal gesproken alsnog voldoet aan het schriftelijkheidsvereiste dat artikel 268 Sr hanteert.
Artikel 163 lid 3 Sv is direct van belang voor wie onvoldoende Nederlands beheerst: iemand die de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt of spreekt, moet in staat worden gesteld de aangifte te doen in een taal die hij wel begrijpt of spreekt, of moet de nodige taalkundige bijstand krijgen. Artikel 163 lid 7 Sv voegt daaraan toe dat op verzoek een vertaling van de schriftelijke bevestiging wordt verstrekt.
Wat de onlineroute betreft, biedt de wet minder houvast dan de meeste lezers verwachten. Artikel 163 lid 4 Sv staat toe dat een aangifte langs elektronische weg wordt overgedragen, maar uitsluitend via een voorziening die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur is aangewezen, en uitsluitend voor de strafbare feiten die die voorziening toelaat. De lijst van toegelaten strafbare feiten staat niet in het artikel zelf, zodat de vraag of een aangifte van smaad via het onlinekanaal kan worden gedaan, een vraag is voor het daadwerkelijk gebruikte politiekanaal. De mondelinge en schriftelijke route blijven in ieder geval beschikbaar.
Het ontvangen van de klacht is niet facultatief. Artikel 165 lid 1 Sv bepaalt dat elke officier van justitie en elke hulpofficier van justitie bevoegd en verplicht is haar te ontvangen.
Acht dagen om in te trekken
Artikel 67 Sr bepaalt dat degene die de klacht heeft ingediend bevoegd blijft haar in te trekken gedurende acht dagen na de dag van indiening. Het artikel stelt geen voorwaarden en kent geen andere termijn, wat van belang is wanneer een aangifte wordt gedaan in de hitte van een geschil dat vervolgens rechtstreeks wordt geschikt.
De acht dagen vallen binnen de drie maanden van artikel 66 Sr en verlengen deze niet. Artikel 67 Sr regelt niet wat er gebeurt na een intrekking, zodat het artikel niet moet worden gelezen als een algemeen recht om er later op terug te komen.
Het Openbaar Ministerie beslist over vervolging
Artikel 167 lid 1 Sv bepaalt dat wanneer het Openbaar Ministerie, gelet op het opsporingsonderzoek, van oordeel is dat vervolging moet plaatsvinden, hetzij door het uitvaardigen van een strafbeschikking, hetzij op andere wijze, het daartoe zo spoedig mogelijk overgaat. Artikel 167 lid 2 Sv formuleert vervolgens het opportuniteitsbeginsel: van vervolging kan worden afgezien op gronden aan het algemeen belang ontleend, en de beslissing kan ook voor een bepaalde tijd onder voorwaarden worden uitgesteld.
Een geldige klacht is dus een noodzakelijke voorwaarde voor vervolging, geen voldoende voorwaarde. Het indienen ervan verplicht het Openbaar Ministerie niet tot vervolging, en de politie neemt die beslissing niet en behandelt de zaak daarna evenmin. De wettelijke grond om af te zien van vervolging is geformuleerd in de ruimste bewoordingen die de wet kent, gronden aan het algemeen belang ontleend, en de beoordeling daarvan komt toe aan het Openbaar Ministerie op basis van het dossier dat voorligt.
Als de zaak wordt geseponeerd: beklag bij het gerechtshof
Artikel 12 lid 1 Sv geeft een rechtstreeks belanghebbende het recht om schriftelijk beklag te doen bij het gerechtshof wanneer een strafbaar feit niet wordt vervolgd, een vervolging niet wordt voortgezet, of de zaak wordt afgedaan met een strafbeschikking. Bevoegd is het gerechtshof in wiens rechtsgebied de beslissing is genomen, met afzonderlijke regels voor beslissingen van het landelijk parket en het functioneel parket, die naar het gerechtshof Den Haag gaan. Artikel 12 lid 2 Sv breidt het begrip rechtstreeks belanghebbende uit tot een rechtspersoon die door zijn doelstelling en feitelijke werkzaamheden rechtstreeks wordt getroffen, en artikel 12 lid 4 Sv staat toe dat het klaagschrift langs elektronische weg wordt overgedragen.
Artikel 12i Sv regelt wat het gerechtshof kan doen. Is het beklag ontvankelijk en oordeelt het gerechtshof dat vervolging had moeten plaatsvinden of worden voortgezet, dan gelast het dat dit alsnog gebeurt; het kan die last ook weigeren op gronden aan het algemeen belang ontleend. Artikel 12 lid 3 Sv sluit een beklag uit wanneer al een onherroepelijke einduitspraak bestaat als bedoeld in artikel 482a Sv.
Drie afzonderlijke termijnen van drie maanden, en hoe ze uit elkaar te houden
Termijnen van drie maanden komen op verschillende plaatsen in deze procedure terug, en het gaat niet om dezelfde termijn. Artikel 12 Sv stelt zelf helemaal geen algemene termijn voor een beklag; de twee hieronder genoemde termijnen zijn gekoppeld aan specifieke situaties.
| Termijn | Wetsartikel | Waarvoor deze geldt | Wanneer de termijn begint |
|---|---|---|---|
| Drie maanden | artikel 66 lid 1 Sr | het indienen van de klacht voor het strafbare feit | de dag waarop de klachtgerechtigde kennis kreeg van het feit |
| Drie maanden | artikel 12k lid 1 Sv | een beklag wanneer een strafbeschikking is uitgevaardigd | de datum waarop de rechtstreeks belanghebbende daarvan kennis kreeg |
| Drie maanden | artikel 12l lid 2 Sv | een beklag wanneer aan de verdachte een kennisgeving van niet verdere vervolging is betekend | het moment waarop de klager van die kennisgeving kennis kreeg |
Bij de tabel horen twee kanttekeningen. Artikel 12k lid 2 Sv staat een beklag na die termijn toe wanneer de strafbeschikking niet volledig is uitgevoerd, en artikel 12l lid 1 Sv sluit een beklag geheel uit voor strafbare feiten waarvoor de verdachte buiten vervolging is gesteld of waarvoor hem een beslissing is betekend dat de zaak is geëindigd.
Een valse aangifte is zelf een strafbaar feit
Het tegenwicht op een pagina over hoe aangifte te doen, is artikel 268 Sr. Het stelt strafbaar wie opzettelijk bij een overheidsinstantie een valse klacht of aangifte tegen een bepaald persoon indient of op schrift laat stellen, waardoor de eer of goede naam van die persoon wordt aangerand. Het strafbare feit heet lasterlijke aanklacht.
De bestanddelen zijn zwaar: opzet, een bepaald persoon als doelwit, een melding aan de overheid, schriftelijk of op schrift gesteld, die vals is, en aantasting van eer of goede naam als gevolg. Het schuldbestanddeel is opzettelijk, zodat een te goeder trouw gedane aangifte die het Openbaar Ministerie later niet verder vervolgt, iets anders is dan een aangifte die doelbewust vals is, en het artikel is op dat tweede gericht.
Het maximum is twee jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie, € 27.500 volgens de bedragen die vanaf 1 januari 2026 gelden. Een categorie is een plafond en geen tarief, omdat artikel 24 Sr de rechter verplicht rekening te houden met de draagkracht van de verdachte. Hoe de categorieën worden vastgesteld en wanneer zij veranderen, staat op de pagina over belediging.
De civiele vordering is een aparte route
Een civiele vordering op grond van artikel 6:162 BW loopt onafhankelijk van de strafrechtelijke route: zij vereist geen klacht en is niet gebonden aan de klachttermijn van drie maanden. Het is ook de route die tot een rectificatie, een verwijdering of schadevergoeding kan leiden, iets wat een strafvervolging degene die is belasterd niet biedt. De bestanddelen, het bevoegde forum en de mogelijkheid van een kort geding staan op smaad en laster in Nederland, en voor de situatie waarin de uitlating een belediging is in plaats van de toedichting van een bepaald feit, zie belediging. De sectiepagina over het Nederlandse smaadrecht brengt in kaart hoe de strafrechtelijke en civiele route zich tot elkaar verhouden.
Veelgestelde vragen
Hoe doe ik aangifte van smaad in Nederland?
Artikel 163 lid 1 Sv bepaalt dat een aangifte van een strafbaar feit mondeling of schriftelijk wordt gedaan bij de bevoegde ambtenaar, hetzij in persoon, hetzij via iemand met een bijzondere schriftelijke volmacht. Een mondelinge aangifte wordt op grond van artikel 163 lid 2 Sv door de ontvangende ambtenaar op schrift gesteld, voorgelezen en vervolgens ondertekend. Voor een klachtdelict zoals smaad voegt artikel 164 Sv de stap toe die de zaak beslist: de aangifte moet een uitdrukkelijk verzoek tot vervolging bevatten, omdat een klacht bestaat uit een aangifte samen met dat verzoek.
Wat is het verschil tussen een aangifte en een klacht?
Een aangifte is een melding van een strafbaar feit. Een klacht, in de betekenis die artikel 164 lid 1 Sv daaraan geeft, is een aangifte plus een verzoek tot vervolging, en het is die combinatie die artikel 269 Sr vereist voordat smaad, laster of eenvoudige belediging kan worden vervolgd. Artikel 161 Sv staat ieder die kennis draagt van een strafbaar feit toe daarvan melding te maken, maar alleen de in artikel 64 Sr aangewezen persoon, of degene die voor hem indient op grond van artikel 65 Sr, kan de klacht leveren.
Kan aangifte van smaad online worden gedaan?
Artikel 163 lid 4 Sv staat toe dat een aangifte langs elektronische weg wordt overgedragen via een voorziening die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur is aangewezen, en uitsluitend voor de strafbare feiten die die voorziening toelaat. Het artikel somt die strafbare feiten niet op, en de lijst staat in de algemene maatregel van bestuur en niet in de wet zelf, zodat de vraag of aangifte van smaad via het onlinekanaal kan worden gedaan, een vraag is voor het gebruikte politiekanaal en niet een vraag die de wet beantwoordt. Artikel 163 lid 1 Sv houdt de mondelinge en schriftelijke route in ieder geval open.
Hoeveel tijd heb ik om een klacht van smaad in te dienen?
Drie maanden. Artikel 66 lid 1 Sr bepaalt dat de klacht kan worden ingediend gedurende drie maanden nadat de klachtgerechtigde kennis heeft genomen van het gepleegde feit. Bepalend is de kennisname, niet de datum van de uitlating, zodat bij een anoniem bericht dat pas maanden later wordt ontdekt, de termijn begint te lopen op het moment van ontdekking. Artikel 66 lid 2 Sr voegt daaraan toe dat, eenmaal lopend, de termijn niet wordt verlengd door het overlijden van degene tegen wie het feit is gepleegd, of door het verlies, het verkrijgen of het herkrijgen van het recht om de klacht in te dienen.
Kan een klacht worden ingetrokken nadat zij is ingediend?
Artikel 67 Sr bepaalt dat degene die de klacht heeft ingediend bevoegd blijft haar in te trekken gedurende acht dagen na de dag van indiening. Het artikel verbindt aan die bevoegdheid geen voorwaarden en kent geen andere termijn. De klachttermijn van artikel 66 Sr loopt op eigen kracht door en wordt door een intrekking niet opgeschort.
Is een ambtenaar verplicht een klacht van smaad in ontvangst te nemen?
Artikel 165 lid 1 Sv bepaalt dat elke officier van justitie en elke hulpofficier van justitie bevoegd en verplicht is de klacht te ontvangen. Het artikel noemt uitsluitend die twee ambtenaren, zodat het de hulpofficier bindt en niet elke ambtenaar aan de balie. Het ontvangen van de klacht staat los van de vraag of wordt vervolgd: op grond van artikel 167 lid 2 Sv komt de beslissing om te vervolgen toe aan het Openbaar Ministerie, dat kan afzien van vervolging op gronden aan het algemeen belang ontleend.
Wat gebeurt er als het Openbaar Ministerie besluit niet te vervolgen?
Artikel 12 lid 1 Sv staat een rechtstreeks belanghebbende toe schriftelijk beklag te doen bij het gerechtshof over een beslissing om niet te vervolgen, een vervolging niet voort te zetten, of de zaak af te doen met een strafbeschikking. Artikel 12i Sv laat het gerechtshof gelasten dat alsnog wordt vervolgd of dat de vervolging wordt voortgezet wanneer het oordeelt dat dit had moeten gebeuren, en laat het die last ook weigeren op gronden aan het algemeen belang ontleend. Artikel 12 Sv zelf stelt geen algemene termijn voor een beklag; de termijnen van drie maanden in artikel 12k en artikel 12l Sv gelden alleen in de twee situaties die deze artikelen beschrijven.
Is het een strafbaar feit om aangifte te doen die achteraf onjuist blijkt?
Artikel 268 Sr stelt strafbaar wie opzettelijk bij een overheidsinstantie een valse klacht of aangifte tegen een bepaald persoon indient of op schrift laat stellen, waardoor de eer of goede naam van die persoon wordt aangerand. Het schuldbestanddeel in het artikel is opzettelijk, zodat het artikel ziet op het doelbewust indienen van een valse aangifte en niet op een te goeder trouw gedane aangifte die het Openbaar Ministerie later niet verder vervolgt. Het maximum is twee jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie.
Bronnen en referenties
- Artikel 164 Sv, de klacht bestaat in een aangifte met verzoek tot vervolging(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 163 Sv, hoe een aangifte mondeling of schriftelijk wordt gedaan(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 161 Sv, ieder die kennis draagt van een strafbaar feit is bevoegd aangifte of klachte te doen(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 165 Sv, elke officier van justitie en hulpofficier is bevoegd en verplicht de klacht te ontvangen(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 167 Sv, beslissing omtrent vervolging en het opportuniteitsbeginsel(wetten.overheid.nl).gov
- Artikelen 12 en 12i Sv, beklag bij het gerechtshof en de beslissing op het beklag(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 12k Sv, termijn voor beklag na een strafbeschikking(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 12l Sv, beklag na een kennisgeving van niet verdere vervolging(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 269 Sr, belediging wordt niet vervolgd dan op klacht, met de uitzonderingen in lid 2 en lid 3(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 66 Sr, de klachttermijn van drie maanden en het moment van kennisneming(wetten.overheid.nl).gov
- Artikelen 64 en 65 Sr, wie tot de klacht gerechtigd is(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 67 Sr, intrekking van de klacht binnen acht dagen(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 268 Sr, lasterlijke aanklacht(wetten.overheid.nl).gov
- Artikelen 23 en 24 Sr, de geldboetecategorieën en de draagkracht van de verdachte(wetten.overheid.nl).gov