Incasso in Nederland: incassokosten, de veertiendagenregel en de staffel

Incasso is een van de meest gezochte onderwerpen binnen het consumentenrecht, omdat de brieven verontrustend kunnen overkomen en de extra kosten willekeurig kunnen lijken. Dat zijn ze niet. Het Nederlandse recht regelt twee dingen nauwkeurig: wanneer een schuldeiser überhaupt incassokosten aan een schuld mag toevoegen, en hoeveel die kosten mogen bedragen.
De regels staan in het Burgerlijk Wetboek (BW) en in een kort uitvoeringsbesluit, het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (Besluit BIK). Samen zorgen zij ervoor dat een incassobureau bij een consument niet zomaar kosten kan stapelen op een onbetaalde rekening.
Deze pagina zet uiteen welke aanmaning van veertien dagen eerst moet worden verstuurd, welke vaste staffel de kosten begrenst, hoe bedrijven anders worden behandeld, en welke rechter een incassovordering behandelt. Wat te doen wanneer de onderliggende schulden helemaal niet meer te betalen zijn, staat op de pagina schuldsanering.
Informatie voor het laatst gecontroleerd op 22 juli 2026. Deze pagina geeft algemene juridische informatie over het Nederlandse recht en vormt geen juridisch advies in een individueel geval.
De aanmaning van veertien dagen komt eerst
Voor een consument mag niets aan de schuld worden toegevoegd voor incasso totdat één specifieke brief is verstuurd. Dit is de veertiendagenbrief, vaak de WIK-brief genoemd naar de onderliggende wetgeving.
Voordat een consument buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is, moet de schuldeiser eerst een aanmaning sturen met een betalingstermijn van ten minste 14 dagen, gerekend vanaf de dag na ontvangst van de aanmaning (artikel 6:96 lid 6 BW). Incassokosten die zonder die brief in rekening worden gebracht, zijn door een consument niet verschuldigd.
Twee details in deze regel doen echt werk. De veertien dagen lopen vanaf de dag na ontvangst van de aanmaning, niet vanaf de verzenddatum, dus een brief die binnen een kortere termijn betaling eist, of die de dagen vanaf de verzenddatum telt, voldoet niet aan de eis. En de bescherming werkt in één richting: artikel 6:96 lid 5 BW bepaalt dat de regeling niet ten nadele van een schuldenaar die consument is, mag worden toegepast.
De aanmaning begrenst ook wat verder op de rekening mag verschijnen. De wettelijke incassokosten vormen het geheel van wat voor buitengerechtelijke inning in rekening mag worden gebracht, dus een schuldeiser kan geen aparte herinneringskosten, administratiekosten of kantoorkosten daarbovenop toevoegen. Een rekening waarop incassokosten plus een reeks behandelingskosten staan, rekent meer dan de wet toestaat.
Hoeveel een schuldeiser mag toevoegen: de staffel
Het bedrag van de incassokosten ligt vast in een glijdende staffel in artikel 2 van het Besluit BIK, berekend als een percentage van de hoofdsom, het oorspronkelijke onbetaalde bedrag zonder rente of kosten.
| Schijf van de hoofdsom | Percentage over die schijf |
|---|---|
| Eerste € 2.500 | 15 procent (minimum € 40) |
| Volgende € 2.500 | 10 procent |
| Volgende € 5.000 | 5 procent |
| Volgende € 190.000 | 1 procent |
| Boven € 200.000 | 0,5 procent |
Twee grenzen omsluiten de staffel. Er is een bodem: artikel 2 lid 2 stelt een minimum van € 40, zodat ook een kleine schuld ten minste dat bedrag met zich meebrengt. En er is een plafond: de staffel is in totaal begrensd op € 6.775, hoe groot de hoofdsom ook is.
Dat maximum van € 6.775 ligt vast in het Besluit BIK, waarvan de huidige versie geldt sinds 1 oktober 2024. Het is niet een van de bedragen die elk jaar in januari opnieuw worden geïndexeerd, dus het blijft gelden totdat het Besluit zelf wordt gewijzigd, en een pagina of brief die het voorstelt als een jaarlijks bijgewerkt bedrag, heeft de werking verkeerd voorgesteld.
Het is de moeite waard de som één keer te maken. Bij een hoofdsom van € 1.000 zijn de kosten 15 procent, oftewel € 150. Bij een hoofdsom van € 200 is 15 procent slechts € 30, dus geldt in plaats daarvan het minimum van € 40. Bij een hoofdsom van € 10.000 worden de schijven bij elkaar opgeteld: 15 procent van de eerste € 2.500 is € 375, 10 procent van de volgende € 2.500 is € 250, en 5 procent van de volgende € 5.000 is € 250, samen € 875.
Als de schuldeiser de btw niet kan terugvorderen, staat artikel 2 lid 3 van het Besluit toe dat de incassokosten worden verhoogd met het toepasselijke btw-percentage. Wettelijke rente over het achterstallige bedrag is een aparte kwestie, die naast de incassokosten wordt berekend en niet binnen de staffel valt.
Consumenten en bedrijven worden verschillend behandeld
De veertiendagenbrief is een consumentenbescherming en geldt niet voor elke schuld. Het onderscheid is of de schuldenaar een natuurlijk persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.
Wanneer de schuldenaar een bedrijf is, gaat het om een handelsovereenkomst, en artikel 6:96 lid 4 BW hanteert een strengere lijn: het minimum van € 40 is al verschuldigd vanaf de dag na de overeengekomen betalingstermijn, zonder dat eerst een aanmaning nodig is. Een leverancier die een ander bedrijf aanmaant, hoeft dus geen aanmaning van veertien dagen te sturen voordat incassokosten gaan lopen, terwijl een winkel die een consument aanmaant dat wel moet.
Deze twee door elkaar halen is een veelgemaakte fout. De eis van veertien dagen, en de regel dat kosten die zonder die aanmaning in rekening worden gebracht niet verschuldigd zijn, zijn consumentenregels; zij beschermen een zakelijke schuldenaar niet, en zij houden niet tegen dat het minimum van € 40 direct gaat lopen op een factuur tussen bedrijven.
Termijnbetalingen en kleine terugkerende rekeningen
Een aparte regel geldt voor schulden die in termijnen worden betaald, zoals een abonnement of een betalingsregeling met achterstand. Artikel 2a van het Besluit BIK stelt de vergoeding op € 40 voor de eerste termijn die binnen een periode van zes maanden de laagste vergoeding oplevert, en € 20 voor latere termijnen binnen diezelfde periode.
Er is ook een cumulatiegrens voor kleine terugkerende schulden. Waar het maandbedrag of de termijn onder € 266,67 ligt, mogen de incassokosten in totaal ten hoogste € 140 over zes maanden bedragen, een grens die op 1 oktober 2024 is ingegaan. Dit voorkomt dat een reeks kleine gemiste betalingen elk het minimum van € 40 oplevert en zo uit de hand loopt.
Incassobureaus zijn nu gereguleerd
Tot voor kort kon iedereen een incassobureau beginnen. Dat veranderde op 1 april 2024, toen de Wet kwaliteit incassodienstverlening ging eisen dat aanbieders van incassodiensten voldoen aan wettelijke kwaliteitseisen en zijn opgenomen in een openbaar register.
Het register wordt beheerd door Justis, en het toezicht op de naleving van de kwaliteits- en registratie-eisen ligt bij de Inspectie Justitie en Veiligheid. Bestaande bureaus kregen vanaf die datum een jaar de tijd om zich te registreren. Een consument die vindt dat een rekening niet klopt, of dat een bureau zich onbehoorlijk gedraagt, kan dit melden bij de ACM via ConsuWijzer, die ook modelbrieven publiceert voor het betwisten van een onjuiste veertiendagenbrief.
Een incassobureau is geen gerechtsdeurwaarder
Een veelvoorkomende angst is dat een incassobureau kan langskomen en spullen kan meenemen. Dat kan niet. Een incassobureau is een particulier bedrijf dat door de schuldeiser is ingehuurd, en het heeft niet meer wettelijke bevoegdheid dan de schuldeiser zelf: het kan brieven sturen, bellen en betalingsregelingen voorstellen, maar het kan geen woning binnentreden, geen goederen meenemen en geen loon in beslag nemen.
Die handhavingsstappen zijn voorbehouden aan een gerechtsdeurwaarder, en alleen zodra de schuldeiser een rechterlijk vonnis tegen de schuldenaar heeft verkregen. Zolang er geen vonnis is, is een aanmaning slechts een aanmaning, hoe officieel het briefpapier er ook uitziet. De praktische scheidslijn is het vonnis: een incassobureau dat daarzonder optreedt, onderhandelt, en handhaaft niet.
Dat betekent ook dat een betwiste schuld niet betaald hoeft te worden alleen omdat een incassobureau daarop aandringt. Waar een consument de schuld, of de veertiendagenbrief, oprecht betwist, wordt het geschil beslecht door de rechter en niet door het bureau, en ConsuWijzer publiceert modelbrieven om dat standpunt uiteen te zetten.
Welke rechter behandelt een incassovordering
Als een schuld niet wordt betaald en de schuldeiser naar de rechter gaat, is de bevoegde rechter meestal de kantonrechter. Artikel 93 sub a Rv geeft deze gewone geldvorderingen tot € 25.000.
Het bedrag is niet het hele verhaal, en hier kan een incassovordering zich anders gedragen dan een kale geldvordering. Waar de schuld voortvloeit uit een consumentenkoop of uit consumentenkrediet, stuurt artikel 93 sub c Rv de zaak naar de kantonrechter, ongeacht het bedrag dat op het spel staat. Een kale geldschuld is niet automatisch een consumentenkoop, dus welk onderdeel van toepassing is, hangt af van waar de schuld vandaan komt; de sectiepagina consumentenrecht zet die bevoegdheidsregel volledig uiteen.
De procedure bij de kantonrechter is laagdrempelig: een partij mag zelf in persoon procederen, zodat een advocaat niet verplicht is. Zodra een schuldeiser een vonnis heeft, wordt de tenuitvoerlegging uitgevoerd door een gerechtsdeurwaarder en kan deze bestaan uit loonbeslag op loon of een uitkering, binnen de grenzen van het beschermde inkomen op de pagina loonbeslag.
Wanneer de schuld zelf niet betaald kan worden
Gereguleerde incassokosten zijn één probleem; een schuldenlast die niet meer te dragen is, is een ander probleem. Waar het niet gaat om één betwiste rekening maar om schulden over de hele linie, is het antwoord niet om elke aanmaning één voor één af te handelen.
De Nederlandse route is dan schuldhulpverlening via de gemeente (gemeentelijke schuldhulpverlening) en, als die buitengerechtelijke poging mislukt, de wettelijke schuldsanering (WSNP) onder artikel 349a Fw. Beide komen aan bod op de pagina schuldsanering, en de bredere structuur van het Nederlandse consumentenrecht op de sectiepagina consumentenrecht en het overzicht van het Nederlandse recht.
Veelgestelde vragen
Wat zijn incassokosten en hoeveel mag een incassobureau in rekening brengen?
Incassokosten zijn de buitengerechtelijke kosten die een schuldeiser mag toevoegen voor het innen van een onbetaalde schuld. Ze zijn niet vrij te bepalen: het Besluit BIK legt ze vast als een percentage van de hoofdsom, beginnend bij 15 procent van de eerste € 2.500, met een minimum van € 40 en een totaalmaximum van € 6.775. Een incassobureau mag niet meer rekenen dan de staffel toestaat, wat de brieven ook beweren.
Moet ik incassokosten betalen als ik nooit een aanmaning van 14 dagen heb ontvangen?
Voor een consument niet. Op grond van artikel 6:96 lid 6 BW worden incassokosten pas verschuldigd na een aanmaning met een betalingstermijn van ten minste veertien dagen, gerekend vanaf de dag na ontvangst van de aanmaning. Als aan een consument incassokosten in rekening worden gebracht zonder ooit die veertiendagenaanmaning te hebben ontvangen, zijn die kosten niet verschuldigd, al blijft de onderliggende schuld zelf wel bestaan.
Wat is het maximum aan incassokosten?
De staffel loopt van een minimum van € 40 tot een maximum van € 6.775 bij zeer grote schulden. Dat plafond ligt vast in het Besluit BIK, waarvan de huidige versie geldt sinds 1 oktober 2024, en het wordt niet elk jaar in januari opnieuw geïndexeerd, dus hetzelfde bedrag blijft gelden totdat het Besluit zelf wordt gewijzigd.
Kan een incassobureau daarbovenop herinnerings- of administratiekosten toevoegen?
Nee. De wettelijke incassokosten vormen het geheel van wat voor buitengerechtelijke inning in rekening mag worden gebracht, dus aparte herinneringskosten, administratiekosten of kantoorkosten kunnen daar niet bovenop komen. Een rekening waarop incassokosten plus extra behandelingskosten staan, rekent meer dan de wet toestaat.
Geldt de veertiendagenregel ook voor een zakelijke schuld?
Nee, het is een consumentenbescherming. Bij een schuld tussen bedrijven (een handelsovereenkomst) is op grond van artikel 6:96 lid 4 BW het minimum van € 40 al verschuldigd vanaf de dag na de overeengekomen betalingstermijn, zonder dat eerst een aanmaning nodig is. De eis van de veertiendagenaanmaning geldt waar de schuldenaar een natuurlijk persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.
Wat zijn de incassokosten bij een schuld van € 1.000 of € 10.000?
Bij een hoofdsom van € 1.000 zijn de kosten 15 procent, oftewel € 150. Bij een hoofdsom van € 10.000 wordt de staffel schijf voor schijf opgeteld: 15 procent van de eerste € 2.500 (€ 375), plus 10 procent van de volgende € 2.500 (€ 250), plus 5 procent van de volgende € 5.000 (€ 250), samen € 875. Bij een kleine schuld van € 200 is 15 procent slechts € 30, dus geldt in plaats daarvan het minimum van € 40.
Zijn incassobureaus gereguleerd in Nederland?
Ja. Sinds 1 april 2024 verplicht de Wet kwaliteit incassodienstverlening aanbieders van incassodiensten om te voldoen aan kwaliteitseisen en zich in te schrijven in een openbaar register van Justis, waarbij de Inspectie Justitie en Veiligheid toezicht houdt op de naleving. Een consument die het niet eens is met een rekening, kan dit ook melden bij de ACM via ConsuWijzer.
Welke rechter behandelt een incassovordering, en mag ik mezelf vertegenwoordigen?
Een gewone geldvordering tot € 25.000 gaat naar de kantonrechter op grond van artikel 93 sub a Rv, en een vordering die voortvloeit uit een consumentenkoop of consumentenkrediet gaat daar op grond van sub c naartoe, ongeacht het bedrag. Een partij mag in persoon procederen bij de kantonrechter, zodat daar geen advocaat verplicht is.
Bronnen en referenties
- Artikel 6:96 BW, buitengerechtelijke incassokosten: de veertiendagenbrief (lid 6), de handelsovereenkomst (lid 4) en de bescherming van de consument (lid 5)(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 2 Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, de staffel met minimum van € 40 en maximum van € 6.775(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 2a Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, vergoeding bij termijnbetalingen (€ 40 en € 20 binnen zes maanden)(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 93 Rv, bevoegdheid van de kantonrechter: vorderingen tot € 25.000 en consumentenkoop of consumentenkrediet ongeacht de waarde(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 349a Faillissementswet, de schuldsaneringsregeling wanneer schulden niet meer betaald kunnen worden(wetten.overheid.nl).gov
- Rijksoverheid, Hoeveel betaal ik voor incassokosten: het minimum en de staffel(rijksoverheid.nl).gov
- Rijksoverheid, Wanneer krijg ik te maken met een incassobureau: de aanmaning en de veertien dagen(rijksoverheid.nl).gov
- Rijksoverheid, Per 1 april 2024 regels voor incassodienstverlening: registratie en kwaliteitseisen (Wki)(rijksoverheid.nl).gov
- ACM ConsuWijzer, Moet ik een rekening van een incassobureau zomaar betalen(consuwijzer.nl).gov
- ACM ConsuWijzer, Niet eens met de rekening: incassokosten controleren(consuwijzer.nl).gov
- Het Juridisch Loket, informatie over incasso en incassobureaus(juridischloket.nl)