Schuldsanering (WSNP) in Nederland: duur, toelating en de schone lei

Schuldsanering is de wettelijke route uit onhoudbare persoonlijke schulden in Nederland. De volledige naam is de wettelijke schuldsanering natuurlijke personen (WSNP), de schuldsaneringsregeling voor natuurlijke personen uit de Faillissementswet (Fw).
Zij bestaat voor één situatie: iemand die zijn schulden niet meer kan betalen en er niet op eigen kracht uitkomt met een werkbare regeling met de schuldeisers. De regeling is geen onderhandeling. Het is een door de rechtbank begeleide periode waarin de schuldenaar leeft van een beschermd minimum en betaalt wat mogelijk is, waarna de resterende schulden die onder de regeling vallen aan het einde niet langer afdwingbaar worden.
Deze pagina zet uiteen hoe lang een schuldsanering duurt, hoe iemand daartoe wordt toegelaten, wat de regeling gedurende de termijn vereist, en wat de schone lei aan het einde precies inhoudt. Een zuiver incasso- of loonbeslagprobleem is een ander onderwerp, behandeld op de pagina's incasso en loonbeslag.
Informatie voor het laatst gecontroleerd op 22 juli 2026. Deze pagina geeft algemene juridische informatie over het Nederlandse recht en vormt geen juridisch advies in een individueel geval.
Twee trajecten, na elkaar doorlopen
Nederland kent twee trajecten voor schuldhulp, en die zijn bedoeld om in volgorde te worden gebruikt. Het eerste is het buitengerechtelijke traject (minnelijk traject), uitgevoerd via de gemeentelijke schuldhulpverlening. Een schuldhulpverlener probeert met alle schuldeisers één aflossingsregeling (schuldregeling) overeen te komen, meestal over een vaste periode, zodat de schuldenaar betaalt wat mogelijk is en de rest met instemming wordt kwijtgescholden.
Pas wanneer die vrijwillige poging mislukt, komt het wettelijke traject (wettelijk traject), de WSNP, in beeld. Dit is de Nederlandse structuur, en niet de Belgische collectieve schuldenregeling, die een aparte regeling is onder een ander wetboek. In Nederland zit de wettelijke route in de Faillissementswet en wordt zij geopend door de rechtbank.
Artikel 349a lid 1 Fw verwijst zelf terug naar de vrijwillige poging, met een verwijzing naar de buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld in artikel 285, eerste lid, onder f. Het verzoek aan de rechtbank moet een verklaring bevatten dat het minnelijk traject niet is geslaagd of niet haalbaar is. In beginsel kan iemand dus niet rechtstreeks naar de WSNP zonder eerst de gemeentelijke poging.
Hoe lang een schuldsanering duurt
Het kerncijfer veranderde op 1 juli 2023. Voor die datum liep de WSNP normaal gesproken drie jaar; de hervorming die op die dag inging, verkortte de standaardtermijn tot anderhalf jaar, achttien maanden. Artikel 349a lid 1 Fw bepaalt nu klip-en-klaar dat de duur van de schuldsaneringsregeling anderhalf jaar is.
Voor die achttien maanden zijn twee aanvangsmomenten mogelijk, en het vroegste daarvan is bepalend. De termijn loopt vanaf de dag van de uitspraak, of, als dat eerder is, vanaf de dag waarop de eerste aflossing is gedaan binnen het buitengerechtelijke traject. Een schuldenaar die in het minnelijk traject al tegen het maximale tarief aflost, kan die tijd dus laten meetellen voor de achttien maanden.
De achttien maanden zijn een standaardtermijn, geen vaste lengte. Onder hetzelfde lid kan de rechtbank de termijn bij aanvang vaststellen op ten hoogste drieënhalf jaar, wanneer de aard van de schulden daartoe aanleiding geeft of de schuldenaar niet aan iedere verplichting kan voldoen, op voorwaarde dat voor de gehele termijn een nominaal bedrag wordt vastgesteld. Een langere termijn is dus een beslissing die de rechtbank bij aanvang neemt, op basis van het dossier dat op dat moment voorligt.
Nadat de regeling is begonnen, kan de lengte nog veranderen. Artikel 349a lid 2 Fw laat de rechter-commissaris de termijn wijzigen, met inbegrip van verlenging wanneer de schuldenaar de verplichtingen niet kan nakomen of daarin is tekortgeschoten op een manier die hem kan worden aangerekend. Die bevoegdheid is niet onbegrensd: hetzelfde lid stelt een absoluut maximum van vijf jaar, en de schuldenaar moet de kans krijgen te worden gehoord voordat een verlenging wordt beslist.
Een doorgerekende tijdlijn maakt de standaardtermijn concreet. Een regeling die is geopend bij uitspraak van 1 maart 2026, zonder eerdere aflossing in het minnelijk traject en zonder dat bij aanvang een langere termijn is vastgesteld, eindigt standaard rond 1 september 2027. Als de rechtbank bij aanvang drieënhalf jaar had vastgesteld, zou de einddatum in plaats daarvan eind 2029 liggen, en een latere verlenging zou dit kunnen oprekken tot het absolute maximum van vijf jaar, begin 2031.
Toelating: de rechtbank beslist
De WSNP wordt geopend door de rechtbank, op een schriftelijk verzoekschrift dat in de praktijk wordt voorbereid en ingediend via de gemeentelijke schuldhulpverlening. De rechtbank registreert het verzoek niet zomaar; zij past een wettelijke toelatingstoets toe.
Artikel 288 lid 1 Fw stelt drie cumulatieve voorwaarden, en alle moeten voldoende aannemelijk zijn. Ten eerste, dat de schuldenaar niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden. Ten tweede, dat de schuldenaar te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van de schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoek is ingediend. Ten derde, dat de schuldenaar de uit de regeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.
Die driejaarstermijn voor goede trouw is zelf een product van de hervorming van 1 juli 2023, die deze termijn verkortte van vijf naar drie jaar. Het is de voorwaarde waarop de meeste verzoeken worden beoordeeld, omdat de rechtbank daarmee kan afwegen hoe recent schulden zijn ontstaan, bijvoorbeeld schulden die lichtvaardig zijn aangegaan of zonder goede reden onbetaald zijn gelaten.
Er zijn afzonderlijke afwijzingsgronden in artikel 288 lid 2 Fw. Eén daarvan geldt wanneer een eerdere buitengerechtelijke poging niet is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Een andere, onder onderdeel c, geldt wanneer de schuldenaar schulden heeft die voortvloeien uit een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling die binnen vijf jaar voor het verzoek onherroepelijk is geworden, tenzij de rechtbank aanleiding ziet een langere termijn toe te staan.
Onder lid 3 kan de rechtbank een schuldenaar nog steeds toelaten als deze de onderliggende omstandigheden weer onder controle heeft gebracht. De hervorming van 1 juli 2023 heeft ook de oude regel geschrapt die iedereen uitsloot die de WSNP in de voorgaande tien jaar al had gebruikt.
Wat de regeling gedurende de termijn vereist
Toelating opent een begeleide periode, geen onmiddellijke kwijtschelding. De rechtbank stelt een bewindvoerder aan die toezicht houdt op de boedel en rapporteert aan de rechter-commissaris, en de schuldenaar krijgt een reeks verplichtingen voor de gehele termijn.
Inkomen boven een beschermd minimum, het vrij te laten bedrag, wordt via de regeling aan de schuldeisers betaald. De schuldenaar mag geen nieuwe schulden aangaan, moet proberen zoveel te verdienen als redelijkerwijs mogelijk is, moet afdragen wat in de boedel valt, en moet de bewindvoerder op de hoogte houden van wijzigingen in zijn situatie. Deze verplichtingen zijn de tegenprestatie voor de uiteindelijke schone lei, en gelden tot het einde van de termijn.
Naleving is het scharnierpunt van de hele regeling. Wanneer een schuldenaar verwijtbaar tekortschiet in de verplichtingen, kan de rechtbank de regeling voortijdig beëindigen zonder de schone lei te verlenen, waardoor de schulden blijven bestaan. De termijn van achttien maanden is dus een minimumperiode van daadwerkelijke inspanning, geen wachttijd waarna schulden vanzelf vervallen.
De schone lei aan het einde
Het doel van het afronden van een WSNP is de schone lei. Artikel 358 Fw bepaalt dat wanneer de regeling eindigt na het verstrijken van de termijn, een vordering waarop de regeling van toepassing was, voor zover deze onbetaald is gebleven, niet langer afdwingbaar is, ongeacht of de schuldeiser aan de regeling heeft deelgenomen.
Het effect is precies. Het resterende saldo verdwijnt niet boekhoudkundig, maar de schuldeiser kan betaling ervan niet langer afdwingen, wat voor de schuldenaar een nieuwe financiële start betekent. Daarom wordt de WSNP omschreven als eindigend in een schone lei, niet in een kwijtschelding.
Sommige verplichtingen vallen buiten de regeling en dus buiten de schone lei, en het verlenen van de schone lei hangt af van de vraag of de schuldenaar de verplichtingen gedurende de hele termijn is nagekomen. De schone lei is de beloning voor het afronden van de regeling, geen automatisch gevolg van het instromen erin.
Waar incasso en loonbeslag in passen
Schuldsanering staat aan het einde van een langer proces dat meestal begint met gewone incasso. Voordat dat proces bij de rechter uitkomt, zijn de incassokosten begrensd en gebonden aan een consumentenbeschermende regel die het waard is om voluit weer te geven.
Voordat een consument buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is, moet de schuldeiser eerst een aanmaning sturen met een betalingstermijn van ten minste 14 dagen, gerekend vanaf de dag na ontvangst van de aanmaning (artikel 6:96 lid 6 BW). Incassokosten die zonder die brief in rekening worden gebracht, zijn door een consument niet verschuldigd.
Als een schuldeiser een rechterlijk vonnis krijgt, kan de tenuitvoerlegging bestaan uit loonbeslag op loon of een uitkering, uitgevoerd door een gerechtsdeurwaarder, en de wet beschermt daarbij een minimuminkomen tegen dat beslag. De werking van de incassokosten komt aan bod op de pagina incasso, en de regels voor het beschermde inkomen op de pagina loonbeslag. De WSNP is de route voor het moment waarop die afzonderlijke druk wijst op een schuldenlast die helemaal niet meer te dragen is.
Waar hulp te vinden is
Schuldhulpverlening is een gemeentelijke taak, dus het eerste aanspreekpunt is de gemeentelijke schuldhulpverlening in de eigen gemeente van de schuldenaar, die het minnelijk traject uitvoert en de meeste WSNP-verzoeken indient. De rechtspraak publiceert eenvoudig toegankelijke informatie over de WSNP en de aanvraag via Rechtspraak, en ook Het Juridisch Loket, de gesubsidieerde juridische informatiedienst, behandelt schuldproblemen.
De bredere structuur van het Nederlandse recht, en de andere consumentenonderwerpen rond dit onderwerp, staan op de sectiepagina consumentenrecht in Nederland en het overzicht van het Nederlandse recht.
Veelgestelde vragen
Wat is schuldsanering en hoe verschilt dit van faillissement?
Schuldsanering is de wettelijke schuldregeling voor natuurlijke personen, de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP), geregeld in de Faillissementswet. Waar een faillissement iemand of een bedrijf liquideert en de schulden laat bestaan, loopt de WSNP gedurende een vaste termijn waarin de schuldenaar betaalt wat mogelijk is, waarna de onder de regeling vallende schulden niet langer afdwingbaar worden op grond van artikel 358 Fw. Het is een weg naar een schone lei, geen liquidatie.
Hoe lang duurt de WSNP?
De standaardtermijn is anderhalf jaar (achttien maanden) op grond van artikel 349a lid 1 Fw, de termijn die is ingevoerd door de hervorming die op 1 juli 2023 in werking trad en de oude termijn van drie jaar heeft vervangen. Bij aanvang kan de rechtbank de termijn vaststellen op ten hoogste drieënhalf jaar wanneer de aard van de schulden daartoe aanleiding geeft, en de rechter-commissaris kan de termijn later verlengen, met een absoluut maximum van vijf jaar op grond van lid 2.
Moet ik eerst het minnelijk traject proberen voordat ik WSNP aanvraag?
In beginsel wel. De buitengerechtelijke poging (minnelijk traject) via de gemeentelijke schuldhulpverlening is de eerste weg, en het WSNP-verzoek moet een verklaring bevatten dat die poging is mislukt (artikel 285 lid 1 onder f Fw). Artikel 349a lid 1 Fw verwijst zelf naar die regeling terug, en de WSNP-termijn kan zelfs gaan lopen vanaf de eerste aflossing die al binnen het minnelijk traject is gedaan.
Wie laat iemand toe tot de schuldsanering?
De rechtbank beslist op een schriftelijk verzoekschrift, meestal ingediend via de gemeente. Artikel 288 lid 1 Fw stelt de toets: voldoende aannemelijk moet zijn dat de schuldenaar niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden, in de drie jaar voor het verzoek te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van de schulden, en de verplichtingen van de regeling naar behoren zal nakomen. Toelating gaat niet vanzelf.
Kan een strafrechtelijke schuld of recente veroordeling toelating blokkeren?
Dat kan. Artikel 288 lid 2 onder c Fw verplicht de rechtbank het verzoek af te wijzen als de schuldenaar schulden heeft die voortvloeien uit een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling die binnen vijf jaar voor het verzoek onherroepelijk is geworden, tenzij de rechtbank aanleiding ziet een langere termijn toe te staan. Dit staat los van de driejaarstoets van goede trouw in lid 1, en beide worden door de rechtbank beoordeeld.
Wat gebeurt er tijdens de schuldsanering?
Een bewindvoerder wordt aangesteld en houdt toezicht op de regeling onder de rechter-commissaris. De schuldenaar houdt alleen een beschermd minimum over om van te leven (het vrij te laten bedrag), terwijl inkomen boven dat bedrag naar de schuldeisers gaat, mag geen nieuwe schulden aangaan, moet zoveel mogelijk proberen te verdienen en moet wijzigingen melden. Tekortschieten in deze verplichtingen kan ertoe leiden dat de regeling eindigt zonder schone lei.
Wat is een schone lei en is die gegarandeerd?
Een schone lei is het gevolg van een geslaagde WSNP: op grond van artikel 358 Fw is een vordering die onder de regeling valt, voor zover deze onbetaald is gebleven, niet langer afdwingbaar nadat de regeling is geëindigd. Dit is niet gegarandeerd, want het hangt af van het nakomen van de verplichtingen gedurende de gehele termijn. Als de schuldenaar verwijtbaar tekortschiet, kan de rechtbank de regeling beëindigen zonder de schone lei te verlenen.
Wat als een schuldeiser aanmaningen blijft sturen terwijl ik niet kan betalen?
Incassokosten zijn gereguleerd. Voordat een consument buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is, moet de schuldeiser eerst een aanmaning sturen met een betalingstermijn van ten minste veertien dagen, gerekend vanaf de dag na ontvangst (artikel 6:96 lid 6 BW). Als de schulden werkelijk niet meer beheersbaar zijn, richten de routes hierboven (het minnelijk traject en daarna de WSNP) zich op de onderliggende schuld in plaats van op elke afzonderlijke brief.
Bronnen en referenties
- Artikel 349a Faillissementswet, duur van de schuldsaneringsregeling: anderhalf jaar, ten hoogste drieënhalf jaar bij aanvang, met een maximum van vijf jaar(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 285 Faillissementswet, het verzoek en de verklaring dat de buitengerechtelijke schuldregeling is mislukt (lid 1 onder f)(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 288 Faillissementswet, toelatingstoets: de driejaarstermijn voor goede trouw en de afwijzingsgronden(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 358 Faillissementswet, de schone lei: onbetaald gebleven vorderingen zijn niet langer afdwingbaar(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 6:96 lid 6 BW, de veertiendagenbrief (aanmaning) voor buitengerechtelijke incassokosten bij een consument(wetten.overheid.nl).gov
- Rechtspraak, Wettelijke schuldsanering (Wsnp): uitleg van de regeling en de toelating(rechtspraak.nl).gov
- Rechtspraak, Aanvragen wettelijke schuldsanering (Wsnp)(rechtspraak.nl).gov
- Rechtspraak, Vanaf zaterdag verandert de wettelijke schuldsanering ingrijpend: de vernieuwde Wsnp trad in werking op 1 juli 2023 (looptijd van 3 naar 1,5 jaar, goede-trouwtermijn van 5 naar 3 jaar, de tienjaarstermijn vervalt)(rechtspraak.nl).gov
- Rijksoverheid, Kan ik wettelijke schuldsanering (Wsnp) aanvragen: voorwaarden en procedure(rijksoverheid.nl).gov
- Rijksoverheid, Waar moet ik schuldhulpverlening aanvragen: de gemeentelijke schuldhulpverlening(rijksoverheid.nl).gov
- Het Juridisch Loket, informatie over geldzaken en schulden(juridischloket.nl)