Erfenis 2026 in Nederland: wettelijke verdeling, aanvaarden of verwerpen

Een nalatenschap in Nederland wordt beheerst door Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, dat zowel bepaalt wie haar verkrijgt als waarvoor elke erfgenaam aansprakelijk wordt. Bijna alles wat hierna volgt, draait om twee vragen: is er een testament, en wat doet elke erfgenaam in de eerste weken na het overlijden.
Bij de tweede vraag gaat meestal geld verloren. Een erfgenaam kan zonder ook maar iets te ondertekenen, aansprakelijk worden voor de schulden van de overledene uit zijn eigen vermogen, simpelweg door de nalatenschap op de verkeerde manier af te handelen.
Informatie voor het laatst gecontroleerd op 21 juli 2026. Deze pagina geeft algemene juridische informatie over het Nederlandse recht en vormt geen juridisch advies in een individueel geval.
Zuiver aanvaarden zonder het te willen
Artikel 4:192 lid 1 BW is de bepaling waar mensen in trappen. Een erfgenaam aanvaardt de nalatenschap zuiver als hij zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud gedraagt als een erfgenaam die zuiver heeft aanvaard, door overeenkomsten aan te gaan die gericht zijn op het vervreemden of bezwaren van goederen van de nalatenschap, of door deze anderszins te onttrekken aan het verhaal van de schuldeisers.
Er wordt geen formulier ingediend en niets ondertekend. De auto van de overledene verkopen, het tegoed van een rekening verplaatsen of een woning leeghalen naar een eigen opslag kan allemaal binnen die omschrijving vallen. De keuze is dan gemaakt, en artikel 4:190 lid 4 BW maakt haar onherroepelijk en laat haar terugwerken tot het ogenblik van het overlijden. De tweede zin van lid 1 stelt de buitengrens van de regel: zij geldt niet als de erfgenaam al een keuze had gemaakt.
De regel is versmald door de Wet bescherming erfgenamen tegen schulden, die op 1 september 2016 in werking trad en het onderdeel over het verhaal van schuldeisers heeft ingevoerd; de hierboven weergegeven tekst is de latere geconsolideerde tekst van het artikel. De toets draait nu om de vraag of goederen buiten het bereik van de schuldeisers van de nalatenschap worden gebracht, en niet meer om gedrag dat er slechts als eigenaarsgedrag uitziet.
Rechtspraak.nl formuleert de praktische versie zonder omwegen: het meenemen van enkele dierbare spullen uit de woning brengt het risico met zich mee dat die handeling als zuivere aanvaarding wordt aangemerkt. De eigen suggestie is om zulke spullen op te slaan in plaats van ze te verkopen of te houden.
De uitvaart regelen en betalen, abonnementen opzeggen en de woning verzekerd houden zijn gewoon beheer. De scheidslijn die de wet trekt, is of goederen van de nalatenschap buiten het bereik van de schuldeisers worden gebracht.
De drie keuzes
Artikel 4:190 lid 1 BW geeft het hele menu. Een erfgenaam kan de nalatenschap aanvaarden of verwerpen, en een aanvaarding kan zuiver zijn of onder voorrecht van boedelbeschrijving.
- Zuiver aanvaarden. Artikel 4:184 lid 2 onder a BW maakt de erfgenaam dan aansprakelijk voor de schulden van de nalatenschap uit zijn gehele vermogen, niet alleen uit wat de nalatenschap bevat.
- Beneficiair aanvaarden, aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving. Waar de nalatenschap daardoor volgens de wettelijke vereffeningsregels moet worden vereffend, maakt artikel 4:195 lid 1 BW iedere erfgenaam tot vereffenaar. Aansprakelijkheid boven de nalatenschap vervalt, behoudens de overige onderdelen van artikel 4:184 lid 2 BW.
- Verwerpen. Het erfdeel gaat over alsof die persoon nooit erfgenaam is geweest. Artikel 4:184 lid 4 BW laat de persoonlijke aansprakelijkheid in stand voor een erfgenaam die deze al had opgelopen door betaling te frustreren of goederen te verbergen.
Niet elke beneficiair aanvaardende erfgenaam is vereffenaar, want niet elke zo'n nalatenschap hoeft volgens de wet te worden vereffend. Artikel 4:202 lid 1 onder a BW zondert een nalatenschap uit waarin een executeur bevoegd is de opeisbare schulden en legaten te voldoen en kan aantonen dat de goederen van de nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om alle schulden van de nalatenschap te voldoen, waarbij een geschil daarover door de kantonrechter wordt beslist. Lid 3 zondert een nalatenschap uit die is verdeeld volgens artikel 4:13 BW, die alleen volgens de wet wordt vereffend als de echtgenoot beneficiair heeft aanvaard.
Artikel 4:190 lid 2 BW beschermt de keuze. De overledene kan haar niet bij testament beperken, en geen enkele erfgenaam kan zich vóór het openvallen van de nalatenschap al aan een keuze binden.
Lid 3 voegt toe dat de keuze onvoorwaardelijk moet zijn, niet in tijd beperkt kan worden en niet slechts een deel van een erfdeel kan betreffen. Lid 4 sluit het af: eenmaal gemaakt is zij onherroepelijk, werkt zij terug tot het ogenblik waarop de nalatenschap openviel, en kan zij niet wegens dwaling of omdat zij een schuldeiser benadeelt worden vernietigd.
Waar de verklaring wordt afgelegd, en wat dat kost
Artikel 4:191 lid 1 BW wijst de verklaring toe aan de griffie van de rechtbank van het sterfhuis, de rechtbank die het artikel daarvoor aanwijst. De verklaring wordt ingeschreven in het boedelregister.
Dat register is het openbare overzicht van de nalatenschap. Artikel 4:186 lid 1 BW laat de griffiers van de rechtbanken een openbaar boedelregister bijhouden van feiten die van belang zijn voor de rechtspositie van nalatenschappen, en lid 2 verplicht een notaris die bij een vereffening betrokken is, die betrokkenheid te laten inschrijven.
Rechtspraak.nl geeft het griffierecht voor de akte nalatenschap op als € 165 in 2026, tegen € 160 in 2025. Als meerdere erfgenamen dezelfde verklaring gezamenlijk indienen, wordt het recht eenmaal geheven.
Het recht vervalt voor een erfgenaam met een toevoeging of een inkomensverklaring waaruit een inkomen onder de toevoegingsgrens blijkt, die met de verklaring wordt meegestuurd. Als de erfgenamen uiteenlopen, waarbij de een beneficiair aanvaardt en de ander verwerpt, worden twee akten opgemaakt en wordt het griffierecht tweemaal geheven.
Termijnen die de keuze automatisch maken
Artikel 4:192 lid 2 BW laat de kantonrechter, op verzoek van een belanghebbende, een termijn stellen voor een erfgenaam die nog niet heeft gekozen, lopend vanaf de dag na de betekening van de beslissing en de inschrijving daarvan in het boedelregister. De kantonrechter kan deze termijn op verzoek van de erfgenaam verlengen.
Lid 3 geeft het gevolg: een erfgenaam die die termijn laat verstrijken zonder te kiezen, wordt geacht zuiver te hebben aanvaard. Schuldeisers van een nalatenschap gebruiken deze route om een antwoord af te dwingen.
Lid 4 werkt de andere kant op. Een erfgenaam die nog niet heeft gekozen, wordt geacht beneficiair te aanvaarden zodra een mede-erfgenaam beneficiair verklaart, tenzij hij binnen drie maanden nadat hij van die verklaring kennisnam, alsnog zuiver aanvaardt of verwerpt.
Artikel 4:193 lid 1 BW beschermt erfgenamen die niet voor zichzelf kunnen optreden. Een wettelijk vertegenwoordiger kan namens hen niet zuiver aanvaarden, heeft de machtiging van de kantonrechter nodig om te verwerpen, en moet binnen drie maanden verklaren; laat hij die termijn verstrijken, dan geldt de nalatenschap volgens lid 2 als beneficiair aanvaard.
Een later ontdekte schuld
Artikel 4:194a lid 1 BW ziet op de erfgenaam die zuiver heeft aanvaard en pas achteraf kennis krijgt van een schuld van de nalatenschap die hij niet kende en ook niet behoorde te kennen. Op een verzoek binnen drie maanden na de ontdekking machtigt de kantonrechter hem alsnog beneficiair te aanvaarden.
Lid 2 regelt het latere geval, waarin de nalatenschap al is vereffend of verdeeld. De erfgenaam kan binnen dezelfde drie maanden vragen te worden ontheven van de verplichting die schuld uit zijn eigen vermogen te voldoen, voor zover deze niet uit het verkregene kan worden voldaan.
De kantonrechter verleent die ontheffing tenzij de erfgenaam zich zo heeft gedragen dat de schuldeiser erop mocht vertrouwen dat betaling uit zijn overige vermogen zou volgen. Beide onderdelen zijn rechtsmiddelen met een korte klok, geen algemeen vangnet.
Wie erft er zonder testament
Artikel 4:10 lid 1 BW roept vier groepen uit eigen hoofde op, de een na de ander:
| Orde | Groep die wordt geroepen (artikel 4:10 lid 1 BW) |
|---|---|
| a | de echtgenoot die niet van tafel en bed is gescheiden, samen met de kinderen |
| b | de ouders samen met de broers en zussen |
| c | de grootouders |
| d | de overgrootouders |
Een latere groep wordt alleen bereikt als de eerdere leeg is. Artikel 4:11 lid 1 BW verdeelt binnen een groep gelijkelijk, met twee correcties: lid 2 geeft een halfbroer of halfzus de helft van het erfdeel van een volle broer of zus of van een ouder, en lid 3 verhoogt het erfdeel van een ouder tot een kwart als de berekening minder zou opleveren, waarbij de overige erfdelen naar evenredigheid worden verminderd.
Artikel 4:12 lid 1 BW voegt plaatsvervulling toe. Afstammelingen treden in de plaats van iemand die niet meer bestaat op het ogenblik waarop de nalatenschap openvalt, of die onwaardig is, is onterfd, verwerpt, of wiens recht van erfopvolging is vervallen.
Zij worden staaksgewijze geroepen, zodat de eigen kinderen van een overleden kind het erfdeel van dat kind onder elkaar verdelen in plaats van dat ieder een volledig erfdeel krijgt. Lid 3 stopt de keten: bloedverwanten voorbij de zesde graad erven niet.
Artikel 4:8 lid 1 BW stelt geregistreerde partners in heel Boek 4 gelijk aan echtgenoten. Een partner die noch gehuwd is noch een geregistreerd partnerschap heeft, komt in artikel 4:10 lid 1 BW niet voor en krijgt van rechtswege niets, hoe lang het stel ook heeft samengewoond.
De wettelijke verdeling
Artikel 4:13 lid 1 BW is van toepassing als de overledene een echtgenoot en een of meer kinderen als erfgenamen achterlaat. Zij geldt tenzij de overledene bij testament heeft bepaald dat de gehele afdeling buiten toepassing blijft, en is dus een hoofdregel en niet een regel die alleen speelt bij het ontbreken van een testament.
Lid 2 doet het werk dat mensen verrast. De echtgenoot verkrijgt de goederen van de nalatenschap van rechtswege, en de betaling van de schulden van de nalatenschap komt voor rekening van de echtgenoot, uitdrukkelijk met inbegrip van uitgaven ter voldoening van lasten uit het testament die op de gezamenlijke erfgenamen rusten.
Lid 3 geeft de kinderen de andere helft van de regeling. Elk kind verkrijgt als erfgenaam een geldvordering op de echtgenoot ter waarde van zijn erfdeel, en die vordering is alleen opeisbaar in de genoemde gevallen.
Die gevallen zijn beperkt. De vordering wordt opeisbaar als de echtgenoot failliet wordt verklaard of de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (WSNP) op hem van toepassing wordt verklaard, en als de echtgenoot overlijdt. Een testament kan verdere gevallen noemen, en doet dat vaak, bijvoorbeeld bij opname van de echtgenoot in een zorginstelling of bij hertrouwen.
Lid 5 voegt een omkering toe die gemakkelijk wordt gemist. Als de vordering opeisbaar is geworden door de WSNP, maakt de beëindiging van die regeling volgens artikel 356 lid 2 Faillissementswet het onbetaalde deel weer niet-opeisbaar.
Lid 4 regelt de rente. Het bedrag wordt verhoogd met een percentage gelijk aan de wettelijke rente voor zover dat percentage zes te boven gaat, berekend per jaar over de hoofdsom alleen vanaf de dag waarop de nalatenschap openviel, tenzij de overledene, of de echtgenoot en het kind samen, anders hebben bepaald.
Een uitgewerkt voorbeeld. Goederen van de nalatenschap ter waarde van € 300.000, schulden van de nalatenschap van € 20.000, geen testament, een achtergebleven echtgenoot en twee kinderen. De nettonalatenschap van € 280.000, in drieën gedeeld, geeft een erfdeel van € 93.333,33 voor ieder.
De echtgenoot verkrijgt alle € 300.000 aan goederen en draagt de € 20.000 aan schulden. Elk kind heeft een vordering van € 93.333,33 op de echtgenoot die niet kan worden opgeëist zolang de echtgenoot in leven is, solvabel is en buiten de WSNP blijft.
Bij een lange weduwestaat kan dat wachten decennia duren. De kinderen zijn vanaf de eerste dag erfgenaam, ook al beweegt het geld niet, en de wettelijke rente uit artikel 4:13 lid 4 BW is het enige dat de vordering intussen laat aangroeien.
Erfbelasting wordt geheven van de verkrijger op grond van artikel 36 Successiewet 1956, niet van de nalatenschap als zodanig, zodat een kind een aanslag kan krijgen over een vordering die nog niet kan worden geïnd. De tarieven, vrijstellingen en aangifteregels staan op de pagina over erfbelasting in Nederland.
Wat de echtgenoot op zich neemt
Artikel 4:14 lid 1 BW maakt de echtgenoot aansprakelijk voor de schulden van de nalatenschap, zowel tegenover de schuldeisers als tegenover de kinderen, waarbij de schulden in de onderlinge verhouding tussen hen voor rekening van de echtgenoot komen.
Lid 3 beschermt de kinderen. Hun eigen vermogen kan niet worden uitgewonnen voor schulden van de nalatenschap, met de geldvordering zelf als uitzondering, en dan alleen voor zover die vordering is verminderd door betaling of door overdracht van goederen.
Lid 4 is de angel. De verplichting van de echtgenoot om de schulden te dragen, geldt ook als de schulden de goederen te boven gaan, zodat een wettelijke verdeling een achtergebleven echtgenoot kan opzadelen met een insolvente nalatenschap. Het artikel stelt dat onderdeel onverminderd artikel 4:184 lid 2 BW, waar de eigen keuze van de echtgenoot tussen zuiver aanvaarden en beneficiair aanvaarden nog steeds haar werk doet.
Artikel 4:18 lid 1 BW is daaraan de ontsnapping. Binnen drie maanden na de dag waarop de nalatenschap openviel, kan de echtgenoot de verdeling ongedaan maken door een verklaring in een notariële akte, gevolgd binnen dezelfde termijn door inschrijving in het boedelregister.
Lid 2 laat de ongedaanmaking terugwerken tot het ogenblik waarop de nalatenschap openviel, met eerbiediging van rechten die derden vóór het verstrijken van de termijn hebben verkregen, mede-erfgenamen inbegrepen. Betalingen die de echtgenoot al heeft gedaan volgens artikel 4:13 lid 2 BW, worden tussen de echtgenoot en de kinderen verrekend.
Als de erfgenamen het niet eens worden over de omvang van de vordering van een kind, laat artikel 4:15 lid 1 BW de kantonrechter deze vaststellen op verzoek van de meest gerede partij. Lid 2 staat een latere correctie toe als de waardering onjuist was en een erfgenaam voor meer dan een kwart is benadeeld, als het saldo van de nalatenschap verkeerd is berekend, of als de vordering niet over het juiste erfdeel is berekend.
Artikel 4:19 BW voegt een bescherming toe die op nieuw samengestelde gezinnen is gericht. Als de langstlevende ouder kennisgeeft van het voornemen om te hertrouwen, kan het kind de overdracht van goederen verlangen tot de waarde van zijn vordering, normaal gesproken onder voorbehoud van een vruchtgebruik ten behoeve van de ouder.
Andere wettelijke rechten van een achtergebleven echtgenoot
Twee verdere rechten staan los van de wettelijke verdeling en gaan dwars door wat een testament bepaalt. Het zijn aanspraken die de echtgenoot moet inroepen, geen automatische verkrijgingen.
Artikel 4:29 lid 1 BW verplicht de erfgenamen mee te werken aan een vruchtgebruik op de woning waarin de echtgenoten of de echtgenoot woonden en de inboedel daarvan, voor zover het testament de echtgenoot daarvan verstoken laat. Zolang dat recht nog kan worden ingeroepen, verbiedt lid 2 de erfgenamen die goederen te vervreemden, te verhuren of te verpachten.
Artikel 4:30 lid 1 BW breidt hetzelfde mechanisme uit tot andere goederen van de nalatenschap, voor zover de echtgenoot die nodig heeft voor zijn verzorging, beoordeeld naar de omstandigheden. Beide rechten worden, waar van toepassing, vermeld in de verklaring van erfrecht.
Bewijzen wie de erfgenamen zijn
Een verklaring van erfrecht is de notariële akte waarin een notaris vastlegt wie de erfgenamen zijn, of zij hebben aanvaard, en wie het bestuur over de nalatenschap heeft (artikel 4:188 lid 1 BW), en banken en andere instellingen vragen daar doorgaans om voordat zij rekeningen vrijgeven of goederen overdragen. Het is een vaststelling van de stand van zaken, geen stap in de verdeling, en zij beslecht op zichzelf geen geschil. Wat de akte kan bevatten en hoe een notaris deze opstelt, staat op de sectiepagina erfrecht en nalatenschappen.
Welk forum een geschil behandelt, hangt af van de vraag. De kantonrechter stelt de vordering van de kinderen vast volgens artikel 4:15 BW, stelt de termijnen uit artikel 4:192 lid 2 BW en verleent de machtigingen uit artikel 4:194a BW, terwijl een betwiste verdeling van de nalatenschap naar de rechtbank gaat.
Wat een testament verandert, en wat niet
Een testament kan de wettelijke verdeling uitsluiten, andere erfgenamen aanwijzen, een executeur benoemen en de gevallen verruimen waarin de vordering van de kinderen opeisbaar wordt. De vormvereisten, het beperkte codicil en het Centraal Testamentenregister staan op de pagina over testamenten in Nederland.
Wat een testament niet kan, is een afstammeling wegnemen zonder hem een geldvordering te laten. Alleen afstammelingen zijn legitimaris volgens artikel 4:63 lid 2 BW, zodat de achtergebleven echtgenoot dat niet is, en de pagina over de legitieme portie zet uiteen hoe die vordering wordt berekend en welke termijn van vijf jaar daarop staat.
De hierboven genoemde wetboeken en rechters staan op het overzicht van het Nederlandse recht.
Veelgestelde vragen
Wie erft er in Nederland zonder testament?
Artikel 4:10 lid 1 BW roept vier groepen op in een vaste volgorde, en een latere groep wordt alleen bereikt als de eerdere leeg is: de echtgenoot of geregistreerd partner samen met de kinderen; de ouders samen met de broers en zussen; de grootouders; de overgrootouders. Binnen een groep zijn de erfdelen gelijk volgens artikel 4:11 lid 1 BW, met twee correcties: een halfbroer of halfzus krijgt de helft van het erfdeel van een volle broer of zus of van een ouder, en het erfdeel van een ouder wordt verhoogd tot een kwart als de berekening minder zou opleveren.
Wat is de wettelijke verdeling?
Het is de standaardverdeling van artikel 4:13 BW voor een nalatenschap waarvan een echtgenoot of geregistreerd partner en een of meer kinderen de erfgenamen zijn. De echtgenoot verkrijgt van rechtswege alle goederen van de nalatenschap en neemt de schulden van de nalatenschap op zich (lid 2), terwijl elk kind een geldvordering op de echtgenoot verkrijgt gelijk aan de waarde van zijn erfdeel (lid 3). Zij geldt tenzij de overledene de gehele afdeling bij testament heeft uitgesloten, en beheerst dus ook veel nalatenschappen waarin wel een testament bestaat.
Wanneer kunnen kinderen hun erfdeel opeisen van de langstlevende ouder?
Artikel 4:13 lid 3 BW maakt de vordering slechts in twee wettelijke gevallen opeisbaar: als de echtgenoot failliet wordt verklaard of de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (WSNP) op hem van toepassing wordt verklaard, en als de echtgenoot overlijdt. Een testament kan verdere gevallen toevoegen, en artikel 4:13 lid 4 BW verhoogt het bedrag met het deel van de wettelijke rente dat zes procent te boven gaat, gerekend vanaf de dag waarop de nalatenschap openviel, tenzij de overledene of de partijen anders hebben bepaald.
Kan een erfenis worden aanvaard zonder aansprakelijk te worden voor de schulden?
Daarvoor dient beneficiaire aanvaarding, aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving. De nalatenschap wordt dan vereffend volgens de vereffeningsregels en, buiten de uitzonderingen van artikel 4:184 lid 2 BW, hoeft de erfgenaam schulden van de nalatenschap niet uit zijn eigen vermogen te voldoen. Artikel 4:184 lid 3 BW staat schuldeisers wel toe zo'n erfgenaam aan te spreken tot de waarde van wat al aan hem uit de nalatenschap is uitgekeerd.
Hoe wordt een erfenis verworpen in Nederland en wat kost dat?
Verwerpen gebeurt door een verklaring bij de griffie van de rechtbank van het sterfhuis, die wordt ingeschreven in het boedelregister (artikel 4:191 lid 1 BW). Rechtspraak.nl geeft het griffierecht voor de akte nalatenschap op als € 165 in 2026, eenmaal geheven als meerdere erfgenamen dezelfde verklaring gezamenlijk indienen, en vervallen voor erfgenamen met een toevoeging of een inkomensverklaring onder de toevoegingsgrens. De keuze is onherroepelijk volgens artikel 4:190 lid 4 BW.
Kan het leeghalen van de woning van de overledene een erfgenaam aansprakelijk maken voor de schulden?
Dat kan. Artikel 4:192 lid 1 BW merkt gedrag aan als zuivere aanvaarding als de erfgenaam zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud gedraagt als een erfgenaam die zuiver heeft aanvaard, door overeenkomsten aan te gaan die gericht zijn op het vervreemden of bezwaren van goederen van de nalatenschap of deze anderszins te onttrekken aan het bereik van de schuldeisers. Rechtspraak.nl waarschuwt in dezelfde bewoordingen voor het meenemen van dierbare spullen uit de woning en raadt aan deze op te slaan in plaats van ze te verkopen of te houden.
Wat gebeurt er als na de aanvaarding van de erfenis een schuld opduikt?
Artikel 4:194a lid 1 BW laat een erfgenaam die kennis krijgt van een schuld van de nalatenschap die hij niet kende en ook niet behoorde te kennen, de kantonrechter binnen drie maanden na de ontdekking machtiging vragen om alsnog beneficiair te aanvaarden. Als de nalatenschap al is vereffend of verdeeld, staat lid 2 een verzoek toe om ontheffing van de verplichting die schuld uit zijn eigen vermogen te voldoen, wat de kantonrechter verleent tenzij de erfgenaam zich zo heeft gedragen dat de schuldeiser erop mocht vertrouwen dat betaling uit dat overige vermogen zou volgen.
Erven ongehuwde partners volgens Nederlands recht?
Artikel 4:8 lid 1 BW stelt geregistreerde partners in heel Boek 4 gelijk aan echtgenoten, zodat een geregistreerd partnerschap de volledige positie bij versterferfrecht meebrengt. Een partner die noch gehuwd is noch geregistreerd, komt in artikel 4:10 lid 1 BW helemaal niet voor en krijgt van rechtswege niets, hoe lang het stel ook heeft samengewoond, en dat is de reden waarom de positie van zo'n stel doorgaans op een testament berust.
Bronnen en referenties
- Artikel 4:10 BW, de vier groepen erfgenamen bij versterf(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 4:11 BW, gelijke erfdelen, halfbroers en halfzusters, het kwart van een ouder(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 4:12 BW, plaatsvervulling en de zesde graad(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 4:13 BW, de wettelijke verdeling en de niet-opeisbare geldvordering(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 4:14 BW, aansprakelijkheid van de echtgenoot voor de schulden der nalatenschap(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 4:18 BW, ongedaanmaking van de wettelijke verdeling binnen drie maanden(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 4:8 BW, geregistreerde partners gelijkgesteld met echtgenoten(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 4:190 en artikel 4:191 BW, aanvaarden of verwerpen, de onherroepelijkheid van de keuze en de verklaring ter griffie(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 4:202 BW, wanneer een nalatenschap volgens de wet moet worden vereffend en de uitzonderingen van lid 1 onder a en lid 3(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 4:192 BW, zuivere aanvaarding door gedragingen en de termijn van de kantonrechter(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 4:194a BW, een later ontdekte schuld van de nalatenschap(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 4:184 BW, verhaal op het overige vermogen van een erfgenaam(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 4:188 BW, de verklaring van erfrecht(wetten.overheid.nl).gov
- Rechtspraak, kosten erfenisprocedures: griffierecht akte nalatenschap 2026(rechtspraak.nl).gov