EnglishNederlands
Netherlands flag

Netherlands

Legitieme portie 2026 berekenen: wie is legitimaris en de vervaltermijn

Onafhankelijk gecontroleerdDoor Redactieteam van Recording Law20 min. leestijd

Independently fact-checked against primary sources (last audited 21 juli 2026). · 14 primary sources cited on this page. How we verify our legal content

Legitieme portie 2026 berekenen: wie is legitimaris en de vervaltermijn

Veelgestelde vragen

Heeft een achtergebleven echtgenoot een legitieme portie in Nederland?

Nee. Artikel 4:63 lid 2 BW beperkt de legitimarissen tot de afstammelingen van de overledene die door de wet tot de nalatenschap worden geroepen, uit eigen hoofde of door plaatsvervulling, en een echtgenoot of geregistreerd partner is geen afstammeling. Een echtgenoot die in een testament wordt overgeslagen, heeft in plaats daarvan andere wettelijke rechten, met name het vruchtgebruik van de woning volgens artikel 4:29 BW en van verdere goederen die hij nodig heeft voor zijn verzorging volgens artikel 4:30 BW.

Hoeveel bedraagt de legitieme portie in Nederland?

Artikel 4:64 lid 1 BW stelt de legitieme portie van een kind op de helft van de waarde waarover de legitieme porties worden berekend, gedeeld door het aantal personen genoemd in artikel 4:10 lid 1 onder a BW dat de overledene heeft achtergelaten, dat wil zeggen de echtgenoot en de kinderen samen. In een nalatenschap met een achtergebleven echtgenoot en twee kinderen is de legitieme portie van elk kind dus de helft van een derde van de rekengrondslag, wat neerkomt op een zesde daarvan.

Kan een ouder een kind onterven in Nederland?

Een kind kan als erfgenaam worden uitgesloten, maar niet met lege handen worden achtergelaten. Artikel 4:63 lid 1 BW geeft een legitimaris een aanspraak op een deel van de waarde van de goederen van de overledene, ongeacht giften en makingen, en artikel 4:80 lid 1 BW maakt daarvan een geldvordering op de erfgenamen. Wat onterving verandert, is het karakter van de positie: het kind is niet langer erfgenaam met zeggenschap over de nalatenschap, maar wordt schuldeiser ervan.

Hoe lang is er de tijd om een legitieme portie op te eisen?

Artikel 4:85 lid 1 BW geeft een uiterste termijn van vijf jaar na het overlijden van de overledene, waarbinnen de legitimaris moet hebben verklaard de legitieme portie te willen ontvangen. Diezelfde bepaling laat een belanghebbende een redelijke termijn stellen die eerder afloopt, zodat op de vijf jaar niet kan worden vertrouwd als zo'n aanmaning is gedaan. Artikel 4:85 lid 2 BW voegt een termijn van negen maanden toe voor het deel van de vordering dat op de achtergebleven echtgenoot zou rusten als nog niet vaststaat of de echtgenoot een vruchtgebruik volgens artikel 4:30 BW zal inroepen.

Kan een onterfd kind de legitieme portie meteen opeisen?

Niet meteen, en vaak jarenlang niet. Artikel 4:81 lid 1 BW maakt de vordering pas na zes maanden na het overlijden opeisbaar, en als de nalatenschap is verdeeld volgens artikel 4:13 BW, stelt artikel 4:81 lid 2 BW de opeisbaarheid uit tot de achtergebleven echtgenoot overlijdt, failliet wordt verklaard of tot de WSNP wordt toegelaten. Dat uitstel kent een grens: voor zover de vordering rust op een legaat aan iemand anders dan de echtgenoot, houdt de slotzin van artikel 4:81 lid 2 BW dat deel bij de termijn van zes maanden uit lid 1. Artikel 4:84 BW verhoogt de vordering intussen met het deel van de wettelijke rente boven zes procent, gerekend vanaf de dag waarop de vordering is opgeëist.

Tellen giften die vóór het overlijden zijn gedaan mee voor de legitieme portie?

Sommige wel. Artikel 4:67 BW telt bij: giften die kennelijk zijn gedaan en aanvaard met het doel legitimarissen te benadelen, giften die de overledene altijd kon herroepen of die vatbaar voor inkorting zijn verklaard, giften van een genot dat pas na het overlijden ten volle zou toekomen, giften aan een afstammeling mits die persoon of een afstammeling van hem legitimaris is, en elke andere gift die binnen vijf jaar vóór het overlijden is volbracht. Artikel 4:69 BW sluit giften uit die voortvloeien uit een morele onderhoudsverplichting en gebruikelijke giften die niet overdreven waren.

Hoe wordt een legitieme portie precies ingeroepen, en tegen wie?

Door een verklaring dat de legitimaris zijn legitieme portie wenst te ontvangen, afgelegd binnen de termijnen van artikel 4:85 BW. Artikel 4:80 lid 1 BW richt de vordering die daaruit ontstaat op de gezamenlijke erfgenamen, of op de achtergebleven echtgenoot als de nalatenschap is verdeeld volgens artikel 4:13 BW, en lid 2 begrenst wat zij moeten betalen tot de aldaar omschreven waarde van de nalatenschap, waarbij concurrerende vorderingen naar evenredigheid worden verminderd als dat plafond wordt bereikt.

Wat gebeurt er met de legitieme portie als de legitimaris de nalatenschap verwerpt?

Artikel 4:63 lid 3 BW bepaalt dat verwerping het recht op de legitieme portie tenietdoet, tenzij de legitimaris tegelijk met de verklaring volgens artikel 4:191 BW verklaart deze te willen ontvangen. Artikel 4:72 BW brengt vervolgens hoe dan ook de waarde in mindering van wat hij als erfgenaam had kunnen verkrijgen, met beperkte uitzonderingen voor goederen die onder een voorwaarde, een last of een bewind waren nagelaten.

Updates

Onafhankelijk gecontroleerd tegen de geciteerde primaire bronnen

Bronnen en referenties

  1. Artikel 4:63 BW, de legitieme portie en wie legitimaris is(wetten.overheid.nl).gov
  2. Artikel 4:64 BW, de helft van de waarde gedeeld door de achtergelaten personen(wetten.overheid.nl).gov
  3. Artikel 4:65 BW, de grondslag waarover de legitieme porties worden berekend(wetten.overheid.nl).gov
  4. Artikel 4:66 BW, waardering van giften(wetten.overheid.nl).gov
  5. Artikel 4:67 BW, welke giften in aanmerking worden genomen(wetten.overheid.nl).gov
  6. Artikel 4:69 BW, giften die niet als gift worden beschouwd(wetten.overheid.nl).gov
  7. Artikel 4:70 BW, giften aan een legitimaris komen in mindering van diens legitieme portie(wetten.overheid.nl).gov
  8. Artikel 4:71 BW, hetgeen krachtens erfrecht wordt verkregen komt in mindering(wetten.overheid.nl).gov
  9. Artikel 4:80 BW, een vordering in geld op de gezamenlijke erfgenamen(wetten.overheid.nl).gov
  10. Artikel 4:81 BW, opeisbaarheid: zes maanden en de wettelijke verdeling(wetten.overheid.nl).gov
  11. Artikel 4:82 BW, uitstel van opeisbaarheid ten behoeve van de echtgenoot(wetten.overheid.nl).gov
  12. Artikel 4:85 BW, verval na vijf jaren en de termijn van negen maanden(wetten.overheid.nl).gov
  13. Artikel 4:13 BW, de wettelijke verdeling waaraan de opeisbaarheid is gekoppeld(wetten.overheid.nl).gov
  14. Artikel 4:29 BW, vruchtgebruik van de woning en de inboedel voor de echtgenoot(wetten.overheid.nl).gov
Delen: