EnglishNederlands
Netherlands flag

Netherlands

Erfbelasting 2026 berekenen: tarieven, vrijstellingen en rekenhulp

Onafhankelijk gecontroleerdDoor Redactieteam van Recording Law18 min. leestijd

Independently fact-checked against primary sources (last audited 21 juli 2026). · 14 primary sources cited on this page. How we verify our legal content

Erfbelasting 2026 berekenen: tarieven, vrijstellingen en rekenhulp

Veelgestelde vragen

Hoeveel erfbelasting wordt er in Nederland geheven in 2026?

Artikel 24 Successiewet 1956 past twee schijven toe op de belaste verkrijging, met een grens bij € 158.669. Een partner en afstammelingen in de rechte lijn worden onder die grens belast met 10% en daarboven met 20%; iedere andere verkrijger wordt belast met 30% en 40%. De belaste verkrijging is wat overblijft na de vrijstelling van artikel 32 die bij die relatie hoort.

Wat is de vrijstelling erfbelasting voor een kind in 2026?

€ 26.230 op grond van artikel 32 lid 1 sub 4 onderdeel c. Een kind dat grotendeels door de overledene werd onderhouden en dat door ziekte of gebrek vermoedelijk de komende drie jaren buiten staat is om de helft te verdienen van wat een gezond persoon van dezelfde leeftijd kan verdienen, heeft op grond van onderdeel b een hogere vrijstelling van € 78.671. Beide bedragen worden elke 1 januari opnieuw geïndexeerd.

Betalen kleinkinderen 18% erfbelasting in Nederland?

De percentages 18% en 36% komen in de Successiewet 1956 niet voor. Noot 1 bij de tabel van artikel 24 bepaalt dat voor afstammelingen in de tweede of verdere graad de belasting het bedrag uit kolom I is, vermeerderd met 80% daarvan, wat op dit moment op die percentages uitkomt. Als verhoging geschreven treft de regel ook terecht een achterkleinkind, dat een afstammeling in de derde graad is.

Betalen ouders meer erfbelasting dan kinderen?

Over dezelfde verkrijging wel. Kolom I van artikel 24 ziet op een partner en op afstammelingen in de rechte lijn, en een ouder is een bloedverwant in de opgaande lijn en geen afstammeling, zodat een ouder in kolom II valt met 30% en 40%. De hogere vrijstelling voor een ouder van € 62.110 compenseert slechts een klein deel van dat verschil.

Wanneer moet de aangifte erfbelasting worden gedaan?

Artikel 45 lid 1 Successiewet 1956 verplicht de inspecteur de aangiftetermijn zo te stellen dat deze niet eerder verstrijkt dan twintig maanden na het overlijden, en de Belastingdienst noemt de werkelijke datum in de aangiftebrief. Artikel 30g lid 4 Algemene wet inzake rijksbelastingen brengt geen belastingrente in rekening als de aangifte de Belastingdienst bereikt vóór de eerste dag van de eenentwintigste maand na het overlijden.

Bestaat de jubelton nog?

Nee. De verhoogde schenkingsvrijstelling voor een eigen woning stond in artikel 33a Successiewet 1956, en de geconsolideerde tekst van dat artikel vermeldt nog uitsluitend dat het per 1 januari 2024 is vervallen. De gewone vrijstelling voor een schenking van ouder aan kind in artikel 33 blijft bestaan, voor 2026 op € 6.908, met een eenmalig verhoogd bedrag voor een kind tussen 18 en 40 jaar, maar zij is niet langer aan een woning gekoppeld.

Geldt een ongehuwde partner als partner voor de erfbelasting?

Alleen onder de voorwaarden van artikel 1a Successiewet 1956. Gedurende de zes maanden vóór het overlijden moeten beiden meerderjarig zijn, op hetzelfde adres staan ingeschreven, een wederzijdse zorgverplichting zijn aangegaan in een notarieel samenlevingscontract, geen bloedverwanten in de rechte lijn zijn en niet met een ander aan die voorwaarden voldoen. Lid 3 laat de eis van het contract vervallen voor mensen die tot het overlijden vijf jaar onafgebroken op hetzelfde adres stonden ingeschreven.

Wie betaalt de erfbelasting, de nalatenschap of de erfgenamen?

De verkrijger. Artikel 36 Successiewet 1956 heft de belasting van de verkrijger en artikel 37 lid 1 doet dat bij wege van aanslag, zodat de aanslag de persoon volgt en niet de nalatenschap. Artikel 72 lid 1 legt een executeur dezelfde wettelijke verplichtingen op als de erfgenamen, en daarom doet de executeur meestal de aangifte.

Updates

Onafhankelijk gecontroleerd tegen de geciteerde primaire bronnen

Bronnen en referenties

  1. Artikel 5 Successiewet 1956, erfbelasting over hetgeen ieder verkrijgt(wetten.overheid.nl).gov
  2. Artikel 1a Successiewet 1956, wanneer twee ongehuwden als partner worden aangemerkt(wetten.overheid.nl).gov
  3. Artikel 21 Successiewet 1956, waardering, WOZ-waarde van een woning en de last van een vruchtgebruik(wetten.overheid.nl).gov
  4. Artikel 24 Successiewet 1956, tarief erfbelasting en de verhoging met 80% voor afstammelingen in de tweede of verdere graad(wetten.overheid.nl).gov
  5. Artikel 25 Successiewet 1956, verkrijgingen krachtens erfrecht door partners(wetten.overheid.nl).gov
  6. Artikel 32 Successiewet 1956, vrijstellingen erfbelasting en de pensioenimputatie van lid 2(wetten.overheid.nl).gov
  7. Artikel 33 Successiewet 1956, vrijstellingen schenkbelasting, met de bedragen voor 2026(wetten.overheid.nl).gov
  8. Artikel 33a Successiewet 1956, de schenkingsvrijstelling eigen woning, vervallen per 1 januari 2024(wetten.overheid.nl).gov
  9. Artikel 35b Successiewet 1956, de voorwaardelijke vrijstelling bij bedrijfsopvolging(wetten.overheid.nl).gov
  10. Artikel 36 en artikel 37 Successiewet 1956, heffing van de verkrijger bij wege van aanslag(wetten.overheid.nl).gov
  11. Artikel 45 Successiewet 1956, de termijn voor het doen van aangifte voor de erfbelasting(wetten.overheid.nl).gov
  12. Artikel 72 Successiewet 1956, verplichtingen van executeurs en van benoemde vereffenaars(wetten.overheid.nl).gov
  13. Artikel 30g Algemene wet inzake rijksbelastingen, belastingrente bij de erfbelasting(wetten.overheid.nl).gov
  14. Artikel 4:13 BW, de wettelijke verdeling en de geldvordering van de kinderen(wetten.overheid.nl).gov
Delen: