Echtscheiding: Hoe een Scheiding Verloopt in Nederland (2026)

Een Nederlandse echtscheiding is procedureel eenvoudig en vol deadlines. Er is een grond, geen schuldvraag en geen wachttijd voordat een verzoekschrift kan worden ingediend, en een echtgenoot kan dit alleen indienen.
Wat het lastiger doet lijken dan het is, zijn de drie zaken waar de wet op staat: een verzoekschrift ondertekend door een advocaat, een ouderschapsplan wanneer er minderjarige kinderen zijn, en een inschrijvingsstap na de rechterlijke beslissing waarvan de meeste lezers niet weten dat die bestaat en die een eigen deadline kent.
Deze pagina volgt die volgorde, geeft het eerlijke antwoord op de vraag over scheiden zonder advocaat, en zet uiteen wat de procedure in 2026 kost.
Informatie voor het laatst gecontroleerd op 21 juli 2026. Deze pagina geeft algemene juridische informatie over het Nederlandse recht en vormt geen juridisch advies in een individueel geval.
Een grond, geen schuld, geen wachttijd
Artikel 1:151 BW telt een zin. Een echtscheiding wordt uitgesproken op verzoek van een van de echtgenoten wanneer het huwelijk duurzaam is ontwricht. Er is geen lijst van oorzaken, geen vereiste van een periode van gescheiden leven en geen gedragstoets.
Artikel 1:150 BW bepaalt wie kan verzoeken. Een echtscheiding tussen echtgenoten die niet zijn gescheiden van tafel en bed wordt uitgesproken op verzoek van een van hen of op hun gezamenlijk verzoek, zodat een verzoekschrift van een echtgenoot alleen een even geldige route is als een gezamenlijk verzoek.
Bij een gezamenlijk verzoek maakt artikel 1:154 lid 1 BW het gedeelde oordeel van de echtgenoten de grondslag van de beslissing: de echtscheiding wordt uitgesproken wanneer het verzoek berust op het oordeel van beiden dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De rechter onderzoekt dat oordeel niet. Op grond van lid 2 kan elke echtgenoot het gezamenlijke verzoek intrekken tot het moment van de beslissing.
De enige situatie waarin een Nederlandse echtscheiding echt kan worden opgehouden, is artikel 1:153 BW. Wanneer de echtscheiding ertoe zou leiden dat een bestaand uitzicht van de andere echtgenoot op voorzieningen die na het overlijden van de verzoeker verschuldigd zijn, teniet zou gaan of ernstig zou verminderen, en de andere echtgenoot zich op die grond tegen het verzoek verweert, kan de echtscheiding niet worden uitgesproken voordat een voorziening is getroffen die voor beide echtgenoten billijk is, en de rechter kan daarvoor een termijn stellen. Lid 2 zet de rem buiten werking wanneer redelijkerwijs van de andere echtgenoot kan worden gevergd dat deze zelf voldoende voorziet, of wanneer de ontwrichting van het huwelijk overwegend aan die echtgenoot zelf te wijten is.
Waarom een advocaat het verzoekschrift moet ondertekenen
Een verzoekschrift tot echtscheiding moet worden ondertekend door een advocaat op grond van artikel 278 lid 3 Rv, dat alleen zaken uitzondert die bij de kantonrechter worden aangebracht of die bij een bijzondere wet zijn vrijgesteld, en een echtscheiding is geen van beide.
De redenering daarachter loopt via twee artikelen in plaats van een, en het is de moeite waard om die te volgen, omdat daarmee ook vaststaat welke rechter de zaak behandelt. Een echtscheiding wordt ingeleid met een verzoekschrift op grond van de scheidingstitel van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), zodat de algemene regel over verzoekschriften in artikel 278 Rv daarop van toepassing is.
Artikel 93 Rv noemt vervolgens wat de kantonrechter behandelt: geldvorderingen onder een wettelijke drempel, vorderingen van onbepaalde waarde waarbij duidelijke aanwijzingen bestaan dat deze eronder blijven, zaken over een arbeidsovereenkomst, een cao, een agentuur-, huur- of consumentenkoopovereenkomst of consumentenkrediet ongeacht het bedrag, en andere zaken die de wet toewijst. Familie- en alimentatiezaken komen in geen van die categorieën voor.
Nederlandse familie- en alimentatiezaken worden behandeld door de rechtbank, niet door de kantonrechter, ongeacht het bedrag waar het om gaat, omdat artikel 93 Rv familie- en alimentatiezaken bij geen enkel bedrag aan de kantonrechter toewijst. De relatieve bevoegdheid volgt uit artikel 262 sub a Rv, dat verwijst naar de rechtbank van de woonplaats van de verzoeker, of van een van de gezamenlijke verzoekers, of van een van de in het verzoekschrift genoemde belanghebbenden.
Twee bepalingen in de scheidingstitel zelf volgen uit dezelfde regel. Artikel 816 lid 1 Rv vereist dat het aan de andere echtgenoot betekende stuk vermeldt dat een verweer of een verzoek om uitstel alleen door een advocaat kan worden gedaan, en artikel 279 lid 3 Rv bepaalt dat in zaken waarin het verzoekschrift door een advocaat moet worden ingediend, de opgeroepene in persoon of bij advocaat verschijnt. Een echtgenoot kan dus zelf verschijnen, maar het schriftelijke verweer zelf is een stuk van een advocaat.
Wat scheiden zonder advocaat werkelijk betekent
Dit is een van de meest gezochte vragen op het gebied van het Nederlandse familierecht, en het simpele antwoord dat het onmogelijk is, klopt maar voor een van de drie situaties achter die vraag.
Een huwelijk. Er bestaat geen route naar een echtscheiding zonder advocaat, en geen online of zelfstandig alternatief. Wat wel kan, is er een delen: niets vereist twee advocaten, en een echtpaar dat een gezamenlijk verzoekschrift indient, gebruikt gewoonlijk een enkele advocaat of een scheidingsmediator die tevens advocaat is. Dat is vaste praktijk en geen wettelijke regel, dus dit moet worden gelezen als wat gebruikelijk is en niet als wat de wet voorschrijft.
De reden dat het weinig juridisch zwaar aanvoelt, is artikel 818 lid 1 Rv, dat toestaat de mondelinge behandeling volledig achterwege te laten wanneer er geen minderjarige kinderen zijn die op grond van artikel 809 Rv in de gelegenheid moeten worden gesteld hun mening te geven, en, bij een verzoekschrift van een echtgenoot alleen, geen verweer tijdig is ingediend. Artikel 818 lid 2 Rv staat de rechter afzonderlijk toe de echtgenoten naar een mediator te verwijzen, en lid 5 bepaalt dat de mondelinge behandeling waar mogelijk in een enkele zitting plaatsvindt.
Een geregistreerd partnerschap. Hier bestaat een echte route zonder rechter. Artikel 1:80c lid 1 sub c BW beëindigt een geregistreerd partnerschap met wederzijds goedvinden door de inschrijving, door de ambtenaar van de burgerlijke stand, van een gedateerde verklaring, ondertekend door beide partners en door een of meer advocaten of notarissen, waarin is vastgelegd dat zij een overeenkomst hebben gesloten om het te beëindigen.
Artikel 1:80c lid 3 BW sluit die route af wanneer de partners, al dan niet gezamenlijk, gezag uitoefenen over een of meer van hun gezamenlijke kinderen, of gezamenlijk gezag hebben op grond van artikel 1:253sa of 1:253t BW. Artikel 1:80d lid 1 BW bepaalt dat de overeenkomst ten minste moet vastleggen dat het partnerschap duurzaam is ontwricht en dat de partners het willen beëindigen, en noemt alimentatie, de woning, de verdeling van een eventuele gemeenschap en pensioenverevening als onderwerpen die zij regelt, uitdrukkelijk niet op straffe van nietigheid. Artikel 1:80d lid 3 BW geeft de harde deadline: de verklaring wordt alleen ingeschreven als zij binnen drie maanden na het sluiten van de overeenkomst de ambtenaar bereikt.
Een ongeregistreerde samenwoning. Er hoeft niets te worden ontbonden, dus er is geen rechter, geen advocaat en geen inschrijving. Wat de scheiding overleeft, is kinderalimentatie, gezag, omgang en wat een samenlevingscontract bepaalt, en die vragen zijn hetzelfde ongeacht of het stel ooit geregistreerd is geweest.
Het ouderschapsplan
Artikel 815 lid 2 Rv vereist dat het verzoekschrift een door beide echtgenoten ondertekend ouderschapsplan bevat, dat betrekking heeft op hun gezamenlijke minderjarige kinderen, ongeacht of zij gezamenlijk gezag uitoefenen, en op de minderjarige kinderen over wie zij gezamenlijk gezag hebben op grond van artikel 1:253sa of 1:253t BW.
Artikel 815 lid 3 Rv bepaalt de inhoud. Het plan moet vastleggen hoe de echtgenoten de zorg- en opvoedingstaken van artikel 1:247 BW verdelen of hoe zij invulling geven aan het recht en de plicht tot omgang van artikel 1:377a lid 1 BW, hoe zij elkaar over belangrijke aangelegenheden betreffende de persoon en het vermogen van de kinderen op de hoogte houden en raadplegen, en de kosten van de verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen.
Dat derde onderdeel is de reden waarom kinderalimentatie binnen de echtscheiding wordt geregeld en niet erna. Beide ouders zijn op grond van artikel 1:404 lid 1 BW alimentatie voor hun kinderen verschuldigd, ieder naar eigen draagkracht, en die verplichting duurt op grond van artikel 1:395a lid 1 BW voort totdat het kind 21 jaar wordt. Hoe het bedrag wordt berekend aan de hand van de behoefte- en draagkrachttabellen staat op de pagina over kinderalimentatie.
Twee verdere leden doen er in de praktijk toe. Artikel 815 lid 4 Rv vereist dat het verzoekschrift vermeldt welke van de gevraagde voorzieningen zijn overeengekomen en welke worden betwist en waarom, en hoe de kinderen bij het opstellen van het plan zijn betrokken; en artikel 815 lid 6 Rv bepaalt dat wanneer het plan redelijkerwijs niet kan worden opgesteld, andere stukken of een andere regeling kunnen worden aanvaard, wat ter beoordeling van de rechter staat en niet ter keuze van de echtgenoten. Op grond van artikel 815 lid 7 Rv zendt de griffier een afschrift van het verzoekschrift rechtstreeks aan de Raad voor de Kinderbescherming wanneer voorzieningen moeten worden getroffen voor minderjarige kinderen.
Hoe de procedure verloopt
Artikel 815 lid 5 Rv somt de stukken op die met het verzoekschrift worden meegezonden: een uittreksel van de huwelijksakte, stukken over de grond van bevoegdheid, een uittreksel van de geboorteakte van ieder minderjarig kind van de echtgenoten samen of van een van hen, de stukken over eventuele voorlopige voorzieningen, en, wanneer het verzoek volgt op een scheiding van tafel en bed, een authentiek afschrift van die beslissing.
Wanneer een echtgenoot alleen een verzoekschrift indient, vereist artikel 816 Rv dat een afschrift binnen veertien dagen na indiening aan de andere echtgenoot wordt betekend. Het betekende stuk noemt de datum waarop uiterlijk een verweerschrift of een verzoek om uitstel moet zijn ingediend, en die datum wordt gesteld op een termijn van ten minste zes weken na de betekening, of ten minste drie maanden wanneer de andere echtgenoot geen bekende woonplaats in Nederland heeft.
Voorlopige voorzieningen voor de duur van de procedure zijn mogelijk op grond van artikel 822 Rv, en betreffen zaken zoals het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning en de goederen die voor het dagelijks leven nodig zijn. Artikel 358 lid 2 Rv geeft de verzoeker en de verschenen belanghebbenden drie maanden om in hoger beroep te gaan tegen een eindbeschikking, gerekend vanaf de dag van de beslissing, en artikel 820 Rv geeft een echtgenoot die in eerste aanleg niet is verschenen in plaats daarvan drie maanden, gerekend vanaf de betekening van de beschikking in persoon of vanaf andere betekening plus openbare bekendmaking.
De vaststellingsovereenkomst die de meeste scheidende echtparen sluiten, het echtscheidingsconvenant, is een praktijkterm en geen wettelijk instrument, en elk van de gevolgen ervan komt uit een andere bepaling. Artikel 1:158 BW staat de echtgenoten toe om voor of na de echtscheidingsbeschikking partneralimentatie overeen te komen, artikel 1:159 BW staat een schriftelijk niet-wijzigingsbeding toe, en artikel 819 Rv staat de rechter toe om de regelingen die de echtgenoten hebben getroffen, uitdrukkelijk met inbegrip van afspraken over alimentatie en over de kosten van verzorging en opvoeding van een minderjarige, geheel of gedeeltelijk in de beschikking op te nemen. Waar minderjarige kinderen zijn, vervangt het convenant het ouderschapsplan niet; beide stukken bestaan naast elkaar.
Niet de beschikking, maar de inschrijving beëindigt het huwelijk
Een Nederlandse echtscheiding krijgt pas effect wanneer de beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand op grond van artikel 1:163 lid 1 BW, en op grond van lid 3 verliest de beschikking haar kracht als de inschrijving niet binnen zes maanden na de dag waarop zij in kracht van gewijsde is gegaan, is verzocht.
Daaruit volgen drie gevolgen, en alle drie zijn voor de lezer van groot belang. De beschikking alleen laat het echtpaar gehuwd, zodat het huwelijksgoederenregime en de fiscale positie voortduren tot de inschrijving. De zes maanden lopen vanaf de dag waarop de beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, dat wil zeggen zodra de beroepstermijn is verstreken of beide echtgenoten een akte van berusting hebben getekend, niet vanaf de datum waarop de beslissing is gegeven. En als de termijn verstrijkt, verliest de beschikking haar kracht en moet de hele procedure opnieuw worden doorlopen.
De inschrijvingsdatum is ook het scharnier voor wat daarna komt. Het is de dag waarop de termijn van de partneralimentatie begint te lopen, en artikel 1:165 BW staat de echtgenoot die in de echtelijke woning woont toe om de rechter, in de echtscheidingsbeschikking of later, te vragen daar nog zes maanden na de inschrijving te mogen blijven wonen tegen een redelijke vergoeding.
Wat een Nederlandse echtscheiding in 2026 kost
De griffiekosten zijn het voorspelbare deel. Een verzoekschrift tot echtscheiding, en een zelfstandig alimentatieverzoek, gelden als een verzoek van onbepaalde waarde bij de rechtbank, en de Wet griffierechten burgerlijke zaken stelt de tarieven voor 2026 vast in de bijlage.
| Verzoek van onbepaalde waarde, rechtbank, 2026 | Bedrag |
|---|---|
| Niet-natuurlijke personen | € 735 |
| Natuurlijke personen | € 341 |
| Onvermogenden | € 93 |
Bij een gezamenlijk verzoekschrift wordt het griffierecht een keer in rekening gebracht in plaats van twee keer, wat een reële besparing is ten opzichte van twee afzonderlijke verzoekschriften. Artikel 2 Wgbz staat toe dat de bedragen in de wet en de bijlage elke 1 januari bij ministeriële regeling worden aangepast, voor zover de consumentenprijsindex daartoe aanleiding geeft, zodat de cijfers hierboven uitsluitend de cijfers voor 2026 zijn.
Het onvermogendentarief wordt niet apart aangevraagd. De griffier brengt dit in rekening wanneer een toevoeging op grond van de Wet op de rechtsbijstand is verleend of wanneer een aanvraag daarvoor is ingediend, en als de toevoeging later wordt ingetrokken of geweigerd, wordt het verschil achteraf in rekening gebracht. De toevoeging doet dus twee dingen tegelijk: zij subsidieert de advocaat en verlaagt het griffierecht van € 341 naar € 93.
Personen- en familierecht kent een eigen schaal van eigen bijdragen, en die is hoger dan de algemene schaal, zodat een cijfer dat uit de standaardtabel wordt overgenomen elke schijf te laag weergeeft. De schaal voor 2026 voor familierechtelijk werk, met 2024-inkomen als peiljaar, is:
| Inkomen, alleenstaande (EUR) | Eigen bijdrage (EUR) | Inkomen, paar, samenwonend of eenoudergezin (EUR) |
|---|---|---|
| tot 25.200 | 448 | tot 35.000 |
| 25.201 t/m 25.900 | 543 | 35.001 t/m 36.200 |
| 25.901 t/m 27.500 | 747 | 36.201 t/m 37.900 |
| 27.501 t/m 29.800 | 950 | 37.901 t/m 42.400 |
| 29.801 t/m 35.400 | 1.120 | 42.401 t/m 50.000 |
| boven 35.400 | geen toevoeging | boven 50.000 |
Een mediationtoevoeging is veel goedkoper: € 69 tot de lagere inkomensschijf en € 138 tot de hogere, wat van belang is omdat een scheidingsmediator de gebruikelijke route is bij een echtscheiding in onderling overleg. De Raad voor Rechtsbijstand past sinds maart 2020 automatisch een korting van € 69 toe op de eigen bijdrage, zodat het niet nodig is daarvoor eerst langs Het Juridisch Loket te gaan.
Twee voorwaarden gelden dwars door dit alles heen. Vermogen sluit een toevoeging uit ongeacht het inkomen, getoetst aan de vermogensgrens voor het peiljaar, die voor het peiljaar 2024 € 36.952 per persoon bedraagt. En wanneer de zaak de cliënt een aanzienlijk bedrag oplevert, bijvoorbeeld uit de verdeling van het huwelijksvermogen, kan de toevoeging achteraf worden ingetrokken op grond van een resultaatsbeoordeling en het werk alsnog commercieel in rekening worden gebracht, en dat is waar een flink aantal toevoegingen in familiezaken op vastlopen.
Echtscheiding, scheiding van tafel en bed, en het beëindigen van een geregistreerd partnerschap
| Echtscheiding | Scheiding van tafel en bed | Geregistreerd partnerschap | |
|---|---|---|---|
| Beëindigt de relatie in rechte | Ja | Nee, het huwelijk blijft bestaan | Ja |
| Grond | duurzame ontwrichting, artikel 1:151 BW | dezelfde grond en dezelfde procedure, artikel 1:169 lid 1 BW | duurzame ontwrichting, met wederzijds goedvinden of via de rechter |
| Rechter nodig | Altijd | Altijd | Niet bij wederzijds goedvinden waarbij de partners geen gezag hebben over een gezamenlijk kind |
| Wie ondertekent | een advocaat, artikel 278 lid 3 Rv | een advocaat | een advocaat of een notaris via de verklaringsroute, een advocaat bij ontbinding door de rechter |
| Krijgt effect door | inschrijving in de registers van de burgerlijke stand | inschrijving in het huwelijksgoederenregister | inschrijving van de verklaring of van de rechterlijke beslissing |
| Deadline voor die stap | zes maanden nadat de beschikking in kracht van gewijsde is gegaan | zes maanden nadat de beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, artikel 1:173 lid 3 BW | drie maanden na de overeenkomst, bij de verklaringsroute |
Scheiding van tafel en bed komt zelden voor en wordt vooral gekozen om religieuze of pensioentechnische redenen. Het is een scheiding die het huwelijk in stand laat, geen zachtere vorm van echtscheiding, en op grond van artikel 1:169 lid 2 BW wordt de duur van het huwelijk geteld tot de dag van inschrijving, de dag waarop de termijn van de alimentatie begint te lopen.
Veelgestelde vragen
Hoe krijg je een echtscheiding in Nederland?
Met een verzoekschrift aan de rechtbank, ondertekend door een advocaat, waarin om een echtscheiding wordt gevraagd op de grond dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De echtgenoten kunnen gezamenlijk indienen op grond van artikel 1:150 BW, in welk geval artikel 1:154 lid 1 BW hun gedeelde oordeel over de ontwrichting tot grondslag van de beslissing maakt, of een van hen kan alleen indienen en de andere laten oproepen. Waar minderjarige kinderen zijn, gaat een door beide echtgenoten ondertekend ouderschapsplan met het verzoekschrift mee. Het huwelijk zelf eindigt pas wanneer de daaruit voortvloeiende beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
Kun je in Nederland scheiden zonder advocaat?
Een huwelijk niet, en het eerlijke antwoord hangt af van wat er wordt beëindigd. Een verzoekschrift tot echtscheiding moet worden ondertekend door een advocaat op grond van artikel 278 lid 3 Rv, dat alleen zaken uitzondert die bij de kantonrechter worden aangebracht of die bij een bijzondere wet zijn vrijgesteld, en een echtscheiding is geen van beide. Wat het echtpaar wel kan doen, is een advocaat delen, of een scheidingsmediator gebruiken die tevens advocaat is, en gezamenlijk een verzoekschrift indienen; dat is praktijk en geen wettelijke regel, maar niets vereist twee advocaten. Een geregistreerd partnerschap ligt anders: artikel 1:80c lid 1 sub c BW beëindigt dit zonder enige rechter door middel van een verklaring, ondertekend door de partners en door een advocaat of een notaris, tenzij de partners gezag hebben over een gezamenlijk kind. Een ongeregistreerde samenwoning vereist helemaal geen procedure, omdat er niets te ontbinden valt, al blijven de vragen over alimentatie, gezag en omgang bestaan.
Kan een echtgenoot een Nederlandse echtscheiding weigeren?
Nee. Artikel 1:150 BW staat een verzoekschrift van een echtgenoot alleen toe, en artikel 1:151 BW vraagt alleen of het huwelijk duurzaam is ontwricht, zodat er geen instemmingsvereiste, geen schuldvraag en geen scheidingsperiode geldt. De enige echte rem is artikel 1:153 BW, dat verhindert dat de echtscheiding wordt uitgesproken wanneer dit een bestaand uitzicht op nabestaandenvoorzieningen teniet zou doen of ernstig zou verminderen en de andere echtgenoot zich op die grond verweert, totdat een voor beiden billijke voorziening is getroffen. Zelfs dan stelt dit de echtscheiding alleen uit in plaats van deze te verhinderen, en lid 2 noemt twee situaties waarin de bepaling helemaal niet van toepassing is.
Is een ouderschapsplan verplicht bij een Nederlandse echtscheiding?
Waar minderjarige kinderen zijn, ja. Artikel 815 lid 2 Rv vereist dat het verzoekschrift een door beide echtgenoten ondertekend ouderschapsplan bevat, en artikel 815 lid 3 Rv bepaalt wat dit moet omvatten: hoe de zorg- en opvoedingstaken worden verdeeld of hoe de omgang wordt vormgegeven, hoe de ouders elkaar over belangrijke aangelegenheden op de hoogte houden en raadplegen, en de kosten van de verzorging en opvoeding van de kinderen. Artikel 815 lid 4 Rv vraagt ook hoe de kinderen bij het opstellen ervan zijn betrokken. Het is geen absolute belemmering, want artikel 815 lid 6 Rv staat andere stukken of een andere regeling toe wanneer een plan redelijkerwijs niet kan worden opgesteld, maar dat is ter beoordeling van de rechter en geen keuze van de echtgenoten.
Wanneer is een Nederlandse echtscheiding definitief?
Een Nederlandse echtscheiding krijgt pas effect wanneer de beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand op grond van artikel 1:163 lid 1 BW, en op grond van lid 3 verliest de beschikking haar kracht als de inschrijving niet binnen zes maanden na de dag waarop zij in kracht van gewijsde is gegaan, is verzocht. Dat is de deadline waar mensen over struikelen, omdat deze loopt vanaf de dag waarop de beschikking in kracht van gewijsde is gegaan en niet vanaf de datum waarop zij is gegeven, en een beschikking gaat in kracht van gewijsde zodra de beroepstermijn is verstreken of beide echtgenoten haar hebben aanvaard. Tot de inschrijving is het echtpaar nog gehuwd, wat de beschikking ook zegt. Artikel 1:165 BW staat de echtgenoot die in de woning woont afzonderlijk toe daar nog zes maanden na de inschrijving te blijven wonen, tegen een redelijke vergoeding.
Hoeveel kost een echtscheiding in Nederland in 2026?
De griffiekosten liggen vast, de advocaatkosten niet. Voor 2026 bedraagt het griffierecht voor een verzoek van onbepaalde waarde bij de rechtbank € 341 voor een particulier en € 93 tegen het onvermogendentarief, en bij een gezamenlijk verzoekschrift wordt dit een keer in plaats van twee keer in rekening gebracht. Wie een toevoeging krijgt op grond van de Wet op de rechtsbijstand, betaalt zowel het onvermogendentarief als een gesubsidieerde eigen bijdrage, en voor personen- en familierecht loopt die bijdrage in 2026 van € 448 tot € 1.120 afhankelijk van het inkomen, met een mediationtoevoeging van € 69 of € 138. Al deze bedragen worden per 1 januari opnieuw vastgesteld.
Wat is het verschil tussen een echtscheiding en een scheiding van tafel en bed?
Een scheiding van tafel en bed scheidt de echtgenoten, maar laat het huwelijk in stand. Artikel 1:169 lid 1 BW geeft hieraan dezelfde grond en dezelfde procedure als een echtscheiding, zodat in beide gevallen een advocaat en de rechtbank betrokken zijn, maar deze krijgt effect door inschrijving in het huwelijksgoederenregister in plaats van in de registers van de burgerlijke stand, en de duur van het huwelijk wordt tot die dag geteld. Het komt echt zelden voor en wordt meestal gekozen om religieuze of pensioentechnische redenen in plaats van als een eenvoudiger alternatief. Artikel 1:169 lid 3 BW voegt daaraan toe dat een daaruit voortvloeiende alimentatieplicht eindigt wanneer het huwelijk later wordt ontbonden.
Bronnen en referenties
- Artikel 1:150 BW, echtscheiding op verzoek van één echtgenoot of op gemeenschappelijk verzoek(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 1:151 BW, duurzame ontwrichting als enige grond(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 1:153 BW, verweer wegens verlies van nabestaandenvoorzieningen(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 1:154 BW, echtscheiding op gemeenschappelijk verzoek en intrekking daarvan(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 1:163 BW, inschrijving in de registers van de burgerlijke stand en de termijn van zes maanden(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 1:165 BW, voortgezet gebruik van de woning gedurende zes maanden(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 1:173 BW, inschrijving van de scheiding van tafel en bed en de termijn van zes maanden(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 1:80c BW, beëindiging van het geregistreerd partnerschap(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 1:80d BW, de inhoud van de overeenkomst en de termijn van drie maanden(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 815 Rv, het verzoekschrift en het verplichte ouderschapsplan(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 816 Rv, betekening binnen veertien dagen en de verweertermijn(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 278 Rv, ondertekening van het verzoekschrift door een advocaat(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 93 Rv, de zaken die door de kantonrechter worden behandeld(wetten.overheid.nl).gov
- Wet griffierechten burgerlijke zaken, bijlage met de tarieven per 1 januari 2026(wetten.overheid.nl).gov
- Raad voor Rechtsbijstand, inkomen, vermogen en eigen bijdrage 2026(rvr.org).gov