Alimentatie in Nederland: indexering 2026, het LBIO en de regels

Alimentatie omvat twee verplichtingen die weinig anders gemeen hebben dan de naam. Kinderalimentatie is geld voor een kind en is verschuldigd door beide ouders; partneralimentatie is geld voor een ex-echtgenoot en wordt door een rechter toegewezen.
Ze worden verschillend berekend, lopen voor verschillende perioden en eindigen om verschillende redenen. Wat ze wel gemeen hebben is het mechanisme: dezelfde jaarlijkse indexering, dezelfde voorrangsregel, dezelfde weg voor wijziging, dezelfde incasso-instantie en dezelfde rechter.
Deze pagina behandelt dat gedeelde mechanisme en verwijst naar de twee pagina's die de specifieke vragen beantwoorden. De pagina is geschreven aan de hand van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, zoals geconsolideerd op 5 juli 2025.
Informatie voor het laatst gecontroleerd op 21 juli 2026. Deze pagina geeft algemene juridische informatie over het Nederlandse recht en vormt geen juridisch advies in een individueel geval.
Over welk soort alimentatie gaat uw vraag
| Kinderalimentatie | Partneralimentatie | |
|---|---|---|
| Verschuldigd door | Beide ouders, ieder naar eigen draagkracht | De ex-echtgenoot aan wie betaling is opgelegd |
| Verschuldigd aan | Het kind, betaald aan de verzorgende ouder of de voogd | De ex-echtgenoot |
| Loopt tot | Het kind 21 jaar wordt | De periode die artikel 1:157 BW vaststelt |
| Kan het worden kwijtgescholden | Nee, artikel 1:400 lid 2 BW | De hoogte kan worden overeengekomen onder artikel 1:158 BW |
| Waar de bedragen vandaan komen | De behoeftetabel en de draagkrachttabel | Een aparte behoefteberekening en draagkrachttoets, uiteengezet op de pagina over partneralimentatie |
De bedragen, de tabellen en de uitgewerkte berekening voor kinderen staan op de pagina over kinderalimentatie. De duurregeling, de uitzonderingen en de hardheidsclausule voor een ex-echtgenoot staan op de pagina over partneralimentatie.
Wie is aan wie alimentatie verschuldigd
Beide ouders zijn op grond van artikel 1:404 lid 1 BW onderhoud aan hun kinderen verschuldigd, ieder naar eigen draagkracht, en die verplichting duurt op grond van artikel 1:395a lid 1 BW voort totdat het kind 21 jaar wordt. Artikel 1:392 BW noemt de bredere kring van bloed- en aanverwanten die onderhoud verschuldigd kunnen zijn, en vanaf 21 jaar bestaat de verplichting van een ouder alleen nog op grond van dat artikel. Lid 2 daarvan voegt een voorwaarde toe die onder de 21 jaar niet geldt: het onderhoud is dan alleen verschuldigd in geval van behoeftigheid, dat wil zeggen wanneer de persoon werkelijk behoeftig is.
Artikel 1:406 lid 1 BW biedt de weg naar afdwinging wanneer een ouder of stiefouder de verplichting helemaal niet nakomt: de andere ouder of de voogd kan de rechtbank vragen het voor het kind te betalen bedrag vast te stellen.
Voor een ex-echtgenoot ligt de grondslag anders. Artikel 1:156 lid 1 BW staat de rechter toe onderhoud toe te kennen aan een echtgenoot die onvoldoende inkomen heeft om van te leven en dat ook niet redelijkerwijs kan verwerven, en artikel 1:157 BW begrenst vervolgens hoe lang die toekenning kan doorlopen.
De twee maatstaven, en waar de bedragen vandaan komen
Het Burgerlijk Wetboek noemt de twee maatstaven in artikel 1:397 lid 1 BW, behoefte en draagkracht, maar stelt geen bedragen vast: elk bedrag komt uit het Rapport alimentatienormen, richtlijnen die de Expertgroep Alimentatie van de Rechtspraak elk jaar in januari publiceert, die geen wet zijn en waarvan een rechter in een individueel geval kan afwijken.
In grote lijnen is behoefte wat de onderhoudsgerechtigde daadwerkelijk nodig heeft, en is draagkracht wat de onderhoudsplichtige daadwerkelijk kan betalen. Artikel 1:397 lid 2 BW voegt daaraan toe dat wanneer meerdere personen onderhoud verschuldigd zijn aan dezelfde persoon, ieder een deel betaalt, bepaald door de eigen draagkracht en door de relatie tot de onderhoudsgerechtigde.
Het onderscheid dat van belang is bij het lezen van alles over alimentatie, is dat tussen deze twee soorten gezag. De wet is recht; het Rapport alimentatienormen is richtlijn die de rechterlijke macht publiceert ter wille van consistentie en waarvan zij kan afwijken wanneer er bijzondere omstandigheden zijn. De indexering hieronder is het tegenovergestelde geval, en het is de moeite waard te zien waarom.
Kinderen gaan voor
Wanneer een betaler niet aan alle verplichtingen kan voldoen, geeft artikel 1:400 lid 1 BW kinderen en stiefkinderen onder de 21 jaar voorrang boven een ex-echtgenoot, zodat kinderalimentatie eerst wordt berekend en partneralimentatie alleen uit wat overblijft.
Het praktische gevolg is een volgorde van berekenen, geen voorkeur. Bij krapte wordt eerst het bedrag voor het kind vastgesteld, en wordt de ex-echtgenoot betaald uit wat aan draagkracht overblijft, wat ook niets kan zijn.
De indexering voor 2026 is 4,6 procent
Alimentatiebedragen die door een rechter zijn vastgesteld of zijn overeengekomen, veranderen elk jaar op 1 januari automatisch op grond van artikel 1:402a BW, en voor 2026 heeft de minister van Justitie en Veiligheid die verhoging vastgesteld op 4,6 procent in een beschikking gepubliceerd in de Staatscourant.
Artikel 1:402a lid 1 BW is de bron, en de tekst ervan beantwoordt de twee vragen die mensen zich in de praktijk stellen. Het artikel geldt voor bedragen voor levensonderhoud die zijn vastgesteld bij rechterlijke uitspraak of bij overeenkomst, zodat zowel door de rechter vastgestelde als privé overeengekomen bedragen veranderen, en het staat in de algemene titel over levensonderhoud, zodat het zowel kinderalimentatie als partneralimentatie omvat.
Het gebeurt bovendien van rechtswege. Niemand hoeft dit aan te vragen en er is geen nieuwe rechterlijke beslissing nodig. Het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO), de publieke instantie die onbetaalde alimentatie int, verwoordt het praktische gevolg duidelijk: een betaler moet ervoor zorgen dat vanaf 1 januari het nieuwe bedrag wordt betaald.
Lid 2 regelt het tijdstip en de publicatie. De wijziging treedt in werking op 1 januari volgend op de peildatum van 30 september, en de beschikking waarin het percentage wordt vastgesteld, wordt gepubliceerd in de Staatscourant.
Hoe het percentage wordt bepaald
Het gebruikte indexcijfer is het CBS-indexcijfer van cao-lonen per maand inclusief bijzondere beloningen (indexcijfer der lonen), gedefinieerd bij algemene maatregel van bestuur op grond van lid 3. De vergelijking loopt tussen 30 september van het ene jaar en 30 september van het jaar daarvoor.
Voor 2026 stond het indexcijfer op 120,3 op 30 september 2024 en op 125,9 op 30 september 2025. Het verschil is 4,65502 procent.
Lid 4 regelt vervolgens de afronding, en die gebeurt niet in het voordeel van de onderhoudsgerechtigde. Het percentage mag worden afgerond op tienden van een procent, en wanneer het tweede of een volgend decimaal een vijf is, gebeurt die afronding naar beneden, waardoor 4,65502 wordt tot de 4,6 procent die op 1 januari 2026 is ingegaan.
Een uitgewerkt voorbeeld
Neem alimentatie van € 1.000 per maand, vastgesteld bij rechterlijke beslissing of in een echtscheidingsconvenant in 2025. Vanaf 1 januari 2026 wordt dit € 1.046,00 per maand, zonder dat daarvoor iets hoeft te worden ingediend.
De verhoging werkt cumulatief, omdat het percentage van elk jaar wordt toegepast op het bedrag zoals dat al is geïndexeerd. Daarom ligt een bedrag dat enkele jaren geleden is vastgesteld doorgaans ruim boven het oorspronkelijke bedrag, en komt een achterstand die op het oorspronkelijke bedrag wordt berekend te laag uit.
| Jaar | Percentage | Jaar | Percentage |
|---|---|---|---|
| 2019 | 2 | 2023 | 3,4 |
| 2020 | 2,5 | 2024 | 6,2 |
| 2021 | 3 | 2025 | 6,5 |
| 2022 | 1,9 | 2026 | 4,6 |
Het percentage voor het volgende jaar wordt in november bekendgemaakt, zodat het cijfer voor 2027 in november 2026 wordt verwacht. Elke vermelding van een percentage zonder jaartal is op 1 januari verouderd.
Wanneer indexering niet geldt
Artikel 1:402a lid 5 BW staat toe dat de automatische wijziging geheel of voor een bepaalde periode wordt uitgesloten, bij rechterlijke beslissing of bij overeenkomst, en dat daarvoor een ander periodiek aanpassingsmechanisme in de plaats wordt gesteld. Dit soort uitsluitingsclausules komt vaak voor in een echtscheidingsconvenant, dus het eerste wat te controleren is, is het document zelf.
Wanneer een op maat gemaakt mechanisme in de plaats is gesteld, kan de rechter op grond van lid 6 bepalen hoe en wanneer de betaler de gegevens moet aanleveren die nodig zijn om het nieuwe bedrag te berekenen. Op grond van lid 7 kan een uitsluiting later bij rechterlijke beslissing worden ingetrokken.
Incasso wanneer niet wordt betaald
Een alimentatiebeslissing is een executoriale titel, zodat een gerechtsdeurwaarder daarmee rechtstreeks kan optreden. De wet biedt daarnaast een publiek alternatief dat de onderhoudsgerechtigde niets kost.
Artikel 1:408 lid 2 BW staat toe dat het LBIO op verzoek van de onderhoudsgerechtigde, de onderhoudsplichtige, of beiden samen, de inning overneemt. De executoriale titel wordt aan het Bureau afgegeven, dat daardoor bevoegd is te innen, zo nodig door tenuitvoerlegging.
Lid 4 stelt de voorwaarde die de meeste verzoeken beslist. De onderhoudsgerechtigde moet op het moment van het verzoek aannemelijk maken dat de betaler binnen ten hoogste de zes maanden daarvoor ten minste een periodieke termijn niet heeft betaald, en de inning loopt dan over bedragen die verschuldigd zijn vanaf ten hoogste zes maanden voor het verzoek.
Lid 5 geeft de betaler bericht: een brief met bericht van ontvangst waarin het voornemen, de reden en het bedrag inclusief incassokosten worden vermeld, waarna het Bureau vanaf de veertiende dag mag innen. Op grond van lid 3 worden die incassokosten verhaald op de betaler, niet op de onderhoudsgerechtigde.
Twee verdere leden worden makkelijk over het hoofd gezien. Op grond van lid 6 eindigt inning op verzoek van de onderhoudsgerechtigde pas na ten minste zes maanden regelmatige betaling zonder verdere achterstand, en die periode van zes maanden wordt telkens verdubbeld wanneer een eerdere inning ook op hun verzoek is gestart. Op grond van lid 7 loopt een inning die liep toen het kind meerderjarig werd, door voor het inmiddels meerderjarige kind, tenzij die persoon vraagt daarmee te stoppen.
Een bedrag wijzigen, en hoever een vordering terugreikt
Artikel 1:401 lid 1 BW staat toe dat een rechterlijke beslissing of een overeenkomst over alimentatie door een latere beslissing wordt gewijzigd of ingetrokken wanneer een wijziging van omstandigheden meebrengt dat deze niet langer aan de wettelijke maatstaven voldoet. Lid 4 ziet op een bedrag dat van meet af aan berustte op onjuiste of onvolledige gegevens, en lid 5 ziet op een overeenkomst die is aangegaan met grove miskenning van de wettelijke maatstaven.
Termijnen worden los van bedragen behandeld. Een termijn die de rechter heeft vastgesteld op grond van artikel 1:156 lid 3 BW of artikel 1:157 lid 7 BW, of die is opgenomen in een overeenkomst als bedoeld in artikel 1:158 BW, valt buiten de eerste zin van lid 1 en kent zijn eigen, strengere toets in lid 2: een wijziging van omstandigheden die zo ingrijpend is dat het ongewijzigd laten van de termijn niet van de verzoeker kan worden gevergd.
Hier spelen twee verschillende grenzen die verschillende vragen beantwoorden. Wanneer nog nooit een bedrag is vastgesteld, bepaalt artikel 1:403 BW dat geen alimentatie verschuldigd is over een tijdvak dat bij indiening van het verzoek al langer dan vijf jaar was verstreken, zodat een rechter die nu om vaststelling wordt gevraagd, niet voor de jaren daarvoor kan toewijzen.
Wanneer al een bedrag door een rechter is vastgesteld of is overeengekomen, is de achterstand een schuld onder die titel. De grens is dan de vijfjarige verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van periodieke termijnen in artikel 3:324 lid 3 BW, die op grond van artikel 3:325 lid 2 BW wordt gestuit door betekening van de beslissing, een schriftelijke aanmaning, een erkenning of een daad van tenuitvoerlegging. Wie schriftelijk is blijven aanmanen, is de oudere achterstand dus niet noodzakelijk kwijt.
Artikel 1:402a lid 8 BW sluit de cirkel tussen achterstand en indexering. Bij tenuitvoerlegging van een alimentatietitel wordt rekening gehouden met de automatische wijzigingen die op het moment van tenuitvoerlegging al waren ingegaan, zodat de achterstand wordt berekend op de geïndexeerde bedragen.
Wat niet kan worden weggecontracteerd
Artikel 1:400 lid 2 BW bestaat uit één zin en is absoluut: overeenkomsten waarbij wettelijk verschuldigde alimentatie wordt kwijtgescholden, zijn nietig. Het artikel staat in de titel over levensonderhoud tussen bloed- en aanverwanten, en raakt kinderalimentatie het hardst, omdat die verplichting aan het kind is verschuldigd en niet aan de andere ouder.
Echtgenoten hebben onderling meer vrijheid. Artikel 1:158 BW staat hun toe om, voor of na de echtscheidingsbeschikking, overeen te komen of en hoeveel partneralimentatie verschuldigd is, en een overeenkomst zonder termijn sluit naar analogie grotendeels aan bij de duurregeling van artikel 1:157 BW.
Waar het wordt beslist
Nederlandse familie- en alimentatiezaken worden behandeld door de rechtbank, niet door de kantonrechter, ongeacht het bedrag waarom het gaat, omdat artikel 93 Rv familie- of alimentatiezaken bij geen enkele waarde aan de kantonrechter toewijst. Deze zaken worden behandeld door de familiekamer van de rechtbank. Artikel 1:406 lid 1 BW noemt de rechtbank rechtstreeks als bevoegd voor de vaststelling van een kinderalimentatiebedrag.
Een verzoekschrift tot echtscheiding moet worden ondertekend door een advocaat op grond van artikel 278 lid 3 Rv, dat alleen zaken uitzondert die bij de kantonrechter zijn ingediend of die bij een bijzondere wet zijn vrijgesteld, en een echtscheiding is geen van beide. Geen ander juridisch beroep kan het verzoekschrift ondertekenen. De procedure, het griffierecht en de gesubsidieerde rechtsbijstand staan uiteengezet op de pagina over echtscheiding.
Een Nederlandse echtscheiding krijgt pas effect wanneer de beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand op grond van artikel 1:163 lid 1 BW, en op grond van lid 3 vervalt de beschikking als de inschrijving niet binnen zes maanden na de dag waarop zij onherroepelijk werd, wordt gevraagd. Die inschrijvingsdatum is ook voor alimentatie van belang, omdat het de datum is waarop de termijn voor partneralimentatie begint te lopen. De rest van het cluster is bereikbaar vanaf de sectie familierecht.
Veelgestelde vragen
Hoeveel gaat alimentatie omhoog in 2026?
De wettelijke indexering voor 2026 is 4,6 procent, vastgesteld in een beschikking gepubliceerd in de Staatscourant (Stcrt. 2025, 39488). Zij geldt vanaf 1 januari 2026 voor bedragen voor zowel kinderalimentatie als partneralimentatie, ongeacht of deze door een rechter zijn vastgesteld of tussen partijen zijn overeengekomen. Een bedrag van € 1.000 per maand dat in 2025 is vastgesteld, wordt vanaf 1 januari 2026 € 1.046,00 per maand.
Moet ik de jaarlijkse verhoging van de alimentatie aanvragen?
Nee. Artikel 1:402a lid 1 BW wijzigt de bedragen van rechtswege, zodat geen aanvraag en geen nieuwe rechterlijke beslissing nodig zijn, en van de betaler wordt verwacht dat hij vanaf 1 januari het nieuwe bedrag betaalt. De enige uitzondering staat in lid 5: een rechterlijke beslissing of een overeenkomst kan de automatische wijziging geheel of voor een bepaalde periode uitsluiten, en daarvoor een ander aanpassingsmechanisme in de plaats stellen.
Hoe wordt het indexeringspercentage berekend?
Artikel 1:402a lid 1 BW koppelt dit aan het procentuele verschil tussen het indexcijfer der lonen op 30 september van het ene jaar en datzelfde indexcijfer een jaar eerder, op basis van het CBS-indexcijfer van cao-lonen per maand inclusief bijzondere beloningen. Voor 2026 liep het indexcijfer van 120,3 naar 125,9, een verschil van 4,65502 procent. Lid 4 staat afronding op tienden van een procent toe en schrijft voor dat een vijf in het tweede of een volgend decimaal naar beneden wordt afgerond, wat 4,6 procent opleverde.
Wat is het verschil tussen kinderalimentatie en partneralimentatie?
Kinderalimentatie is onderhoud voor een kind, verschuldigd door beide ouders op grond van artikel 1:404 lid 1 BW totdat het kind 21 jaar wordt, en kan niet worden kwijtgescholden. Partneralimentatie is onderhoud voor een ex-echtgenoot, toegekend door de rechter op grond van artikel 1:156 BW wanneer die echtgenoot onvoldoende inkomen heeft en dat niet redelijkerwijs kan verwerven, en de duur ervan wordt begrensd door artikel 1:157 BW. Ook de berekeningsmethoden verschillen.
Wat kan er worden gedaan wanneer alimentatie niet wordt betaald?
Een alimentatiebeslissing of een notariële akte is een executoriale titel, zodat een gerechtsdeurwaarder deze kan executeren. Daarnaast staat artikel 1:408 lid 2 BW toe dat het LBIO op verzoek van een van beide partijen de inning overneemt. Lid 4 stelt daarbij een voorwaarde: de onderhoudsgerechtigde moet aantonen dat de betaler binnen ten hoogste de zes maanden voor het verzoek ten minste een periodieke termijn niet heeft betaald, en de inning omvat dan bedragen die verschuldigd zijn vanaf ten hoogste zes maanden voor het verzoek.
Kan een alimentatiebedrag worden gewijzigd als mijn inkomen daalt?
Artikel 1:401 lid 1 BW staat toe dat een rechterlijke beslissing of een overeenkomst over alimentatie door een latere beslissing wordt gewijzigd of ingetrokken wanneer een wijziging van omstandigheden meebrengt dat deze niet langer aan de wettelijke maatstaven voldoet. Lid 4 ziet op het geval waarin het bedrag van meet af aan berustte op onjuiste of onvolledige gegevens, en lid 5 ziet op een overeenkomst die is aangegaan met grove miskenning van de wettelijke maatstaven. Termijnen die zijn vastgesteld op grond van artikel 1:156 lid 3 of artikel 1:157 lid 7 BW kennen hun eigen, strengere toets in lid 2.
Kunnen ouders overeenkomen dat helemaal geen alimentatie wordt betaald?
Artikel 1:400 lid 2 BW bepaalt dat overeenkomsten waarbij wettelijk verschuldigde alimentatie wordt kwijtgescholden, nietig zijn. Dat raakt kinderalimentatie het hardst, waar de verplichting aan het kind is verschuldigd en niet aan de andere ouder. Echtgenoten kunnen de hoogte van partneralimentatie overeenkomen op grond van artikel 1:158 BW, en kunnen zelfs overeenkomen dat niets verschuldigd is, maar de onderliggende wettelijke verplichting is niet iets wat partijen eenvoudigweg contractueel kunnen opheffen.
Hoever terug kan onbetaalde alimentatie worden gevorderd?
Dat hangt ervan af of al een bedrag is vastgesteld. Als nog nooit alimentatie is vastgesteld, verhindert artikel 1:403 BW dat een rechter deze toewijst over een tijdvak dat bij indiening van het verzoek al langer dan vijf jaar was verstreken. Als al een bedrag door een rechter is vastgesteld of is overeengekomen, is de achterstand een schuld onder die titel, en is de grens de vijfjarige verjaring van tenuitvoerlegging in artikel 3:324 lid 3 BW, die op grond van artikel 3:325 lid 2 BW wordt gestuit door betekening van de beslissing, een schriftelijke aanmaning, een erkenning of een daad van tenuitvoerlegging, zodat voortgezette schriftelijke aanmaningen oudere achterstand in leven kunnen houden. Op grond van artikel 1:402a lid 8 BW houdt tenuitvoerlegging rekening met de automatische indexeringen, zodat de achterstand wordt berekend op de geïndexeerde bedragen.
Bronnen en referenties
- Artikel 1:395a BW, onderhoudsplicht voor kinderen tot 21 jaar(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 1:397 BW, behoefte en draagkracht als wettelijke maatstaven(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 1:400 BW, voorrang van kinderen onder de 21 en nietigheid van afstand van levensonderhoud(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 1:401 BW, wijziging of intrekking van een alimentatiebeslissing of overeenkomst(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 1:402a BW, jaarlijkse wettelijke indexering, afronding, uitsluiting en tenuitvoerlegging(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 1:403 BW, geen uitkering over een tijdvak van meer dan vijf jaren voor het verzoek(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 3:324 BW, vijfjaarlijkse verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van periodieke termijnen(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 3:325 BW, stuiting van die verjaring door betekening, schriftelijke aanmaning, erkenning of een daad van tenuitvoerlegging(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 1:404 BW, beide ouders dragen naar draagkracht bij in de kosten van hun minderjarige kinderen(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 1:406 BW, de rechtbank bepaalt het bedrag als een ouder of stiefouder niet betaalt(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 1:408 BW, betaling en invordering door het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen(wetten.overheid.nl).gov
- Rapport alimentatienormen, versie januari 2026, Expertgroep Alimentatie van de Rechtspraak(rechtspraak.nl).gov
- Beschikking wijzigingspercentage levensonderhoud 2026, Staatscourant 2025, 39488(officielebekendmakingen.nl).gov
- LBIO, indexering van alimentatie en het percentage per 1 januari(lbio.nl).gov
- Artikel 93 Rv, bevoegdheid van de kantonrechter, waarin familiezaken niet voorkomen(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 278 lid 3 Rv, ondertekening van het verzoekschrift door een advocaat(wetten.overheid.nl).gov