Strafblad in Nederland: de justitiële documentatie, het JDS en wat wordt geregistreerd

De meeste Nederlanders noemen het een strafblad. Het woord is overal, maar het is geen juridische term en er bestaat geen document met die naam. Wat wel bestaat, is de justitiële documentatie, een landelijk register dat wordt bijgehouden in het Justitieel Documentatie Systeem, meestal afgekort tot JDS.
Het register wordt beheerst door de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) en ingevuld door het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens (Bjsg). Samen bepalen die twee regelingen wat wordt geregistreerd, wat buiten beschouwing blijft, hoe lang het bewaard blijft en wie het mag inzien.
Dat onderscheid is geen muggenzifterij. De vraag die mensen eigenlijk beantwoord willen zien, is of een bepaalde gebeurtenis daarin voorkomt, en het antwoord hangt af van wettelijke categorieën, niet van de vraag of iets destijds ernstig aanvoelde.
Informatie voor het laatst gecontroleerd op 21 juli 2026. Deze pagina geeft algemene juridische informatie over het Nederlandse recht en vormt geen juridisch advies in een individueel geval.
Wat het JDS werkelijk is
Het JDS is een register van strafzaken, geen scorebord van veroordelingen. Het wordt beheerd namens de Minister van Justitie en Veiligheid, en Justis is de dienst die het publieksgerichte deel ervan behartigt, waaronder de VOG en verzoeken om inzage in het eigen dossier.
Artikel 3 Wjsg legt de algemene beginselen voor de verwerking vast, waaronder de plicht in lid 7 om gegevens te verwijderen of te vernietigen zodra zij niet langer noodzakelijk zijn voor het doel of zodra een wettelijk voorschrift dat vereist. Toegang is op grond van artikel 7 lid 7 Wjsg beperkt tot personen die werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van de verwerkingsverantwoordelijke of op diens instructie.
Er bestaat geen openbare zoekfunctie in het JDS, en geen werkgever, verhuurder of bank kan iemand daarin opzoeken. Het register is gesloten, en de enige gangbare weg waarlangs informatie over een gewone burger naar buiten komt, is de VOG-beslissing, die een ja of een nee meldt en niet de inhoud.
Wat wordt geregistreerd
Misdrijven
Bij misdrijven ligt de drempel laag, en dit is het onderdeel dat de meeste mensen verrast. Artikel 2 Bjsg merkt de gegevens genoemd in de artikelen 6 en 7 Bjsg aan als justitiële gegevens voor elke zaak waarvan het proces-verbaal in behandeling is genomen door het Openbaar Ministerie.
In behandeling nemen is het aanknopingspunt. Er is geen veroordeling nodig, geen rechtszitting nodig, en de registratie bestaat al terwijl de zaak nog loopt.
Artikel 7 lid 1 sub a Bjsg registreert vervolgens alle beslissingen van het Openbaar Ministerie of van de rechter, met twee uitzonderingen en niet meer dan twee. Een beslissing om niet te vervolgen omdat de betrokkene ten onrechte als verdachte is aangemerkt, wordt niet geregistreerd, en evenmin een beslissing om niet te vervolgen nadat is vastgesteld dat het geweldgebruik van een opsporingsambtenaar rechtmatig was.
Al het overige volgt daaruit: het parketnummer, de wettelijke bepalingen, de kwalificatie van het feit, de datum of periode van het feit, de sepotgegevens, de strafbeschikkingsgegevens, de rechterlijke beslissing en de inhoud daarvan, de tenuitvoerlegging van de straf en de datum van invrijheidstelling.
Overtredingen
Overtredingen werken anders, en er zijn drie ingangen in plaats van een. Twee daarvan staan in artikel 3 Bjsg, en beide vereisen dat een drempel wordt overschreden.
De eerste is een afdoeningsbeslissing van het Openbaar Ministerie, met uitzondering van een strafbeschikking die uitsluitend een geldboete van minder dan € 130 oplegt, en met uitzondering van een beslissing om niet verder te vervolgen tenzij daaraan voorwaarden waren verbonden. De tweede is een rechterlijke beslissing, en alleen waar een taakstraf of een andere vrijheidsstraf dan een vervangende is opgelegd, of een geldboete van ten minste € 130, of een bijkomende straf.
De derde route wordt in de meeste samenvattingen weggelaten, en die laat die drempels volledig vervallen. Artikel 4 lid 1 Bjsg begint met de woorden in afwijking van artikel 3, en past in plaats daarvan het aanknopingspunt van het misdrijf toe: voor de overtredingen die het noemt, ontstaat de registratie zodra het Openbaar Ministerie het proces-verbaal in behandeling neemt.
Artikel 4 lid 2 Bjsg noemt tweeëntwintig categorieën. Op het gebied van het wegverkeer horen daar artikel 5 WVW 1994 (in gevaar brengen van de verkeersveiligheid), artikel 107 lid 1 WVW 1994 (rijden zonder rijbewijs) en artikel 110 lid 1 WVW 1994 bij.
Buiten het verkeer horen daar de Wet wapens en munitie, de Alcoholwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet op de kansspelen en de Wet op de economische delicten bij. Ook horen daar de fraude-overtredingen van de artikelen 447c en 447d Sr bij, en de overtredingen van de openbare veiligheid en de openbare orde van Titel I en Titel II van Boek 3 Sr.
Voor al die gevallen is het bedrag van € 130 eenvoudigweg niet de maatstaf. Wie wordt bekeurd voor rijden zonder rijbewijs, of op grond van de Alcoholwet of de Vreemdelingenwet 2000, heeft een JDS-registratie vanaf het moment dat de zaak het Openbaar Ministerie bereikt, ongeacht de hoogte van de uiteindelijke boete.
Wat buiten beschouwing blijft, is de administratieve verkeerssanctie. De meeste verkeersboetes zijn administratieve sancties op grond van de Wet Mulder, geïnd door het CJIB, en artikel 4 lid 2 sub l Bjsg bevestigt dat vanuit de andere kant: de genoemde overtredingen van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 tellen alleen mee waar daarvoor geen administratieve sanctie is opgelegd.
Strafbeschikking, transactie, sepot en vrijspraak
Bij deze vier begrippen ontstaat meestal verwarring, dus het is de moeite waard ze een voor een te behandelen.
Een strafbeschikking is een strafoplegging door het Openbaar Ministerie, buiten de rechter om. Artikel 5 lid 1 Bjsg merkt strafbeschikkingen op grond van de artikelen 257b en 257ba Sv aan als justitiële gegevens, behalve een strafbeschikking voor een overtreding die een geldboete oplegt van minder dan € 130. Artikel 7 lid 1 sub h Bjsg registreert de datum van uitvaardiging, de opgelegde straffen en aanwijzingen, de datum waarop zij onherroepelijk werd en de datum waarop zij volledig ten uitvoer is gelegd.
Een transactie, een schikkingsbetaling, was het oudere mechanisme waarmee het Openbaar Ministerie vervolging kon afkopen, en is grotendeels verdrongen door de strafbeschikking. Het is een beslissing van het Openbaar Ministerie en valt dus onder artikel 7 lid 1 sub a Bjsg, en de Beleidsregels VOG-NP-RP 2025 bevestigen dat indirect door de transactiedatum zoals geregistreerd in het JDS te gebruiken als een van de peildata voor de terugkijktermijn.
Een sepot is een beslissing om de zaak niet verder te vervolgen. Bij een misdrijf bestaat de registratie al, en artikel 7 lid 1 sub g Bjsg registreert vervolgens de datum van de beslissing, de sepotcode en een eventuele bijkomende grond, de voorwaarden verbonden aan een voorwaardelijk sepot, en de datum waarop aan alle voorwaarden is voldaan. De sepotcode is van belang, want een technisch sepot en een beleidssepot lezen heel verschillend.
Een vrijspraak wordt geregistreerd als rechterlijke beslissing op grond van artikel 7 lid 1 sub j Bjsg, samen met de datum waarop zij onherroepelijk werd. Het effect daarvan voor screening wordt elders geneutraliseerd: artikel 35 lid 3 Wjsg sluit gegevens over feiten die zijn afgedaan met een onherroepelijke vrijspraak volledig uit van de VOG-beoordeling.
Hoe lang een registratie bewaard blijft
De bewaartermijn ligt wettelijk vast, in de artikelen 4 en 6 Wjsg. Zij hangt af van de maximale straf die op het feit staat, niet van de straf die daadwerkelijk is opgelegd, en dat is de reden waarom een lichte straf voor een ernstig feit toch een lange bewaartermijn oplevert.
| Geval | Bewaartermijn |
|---|---|
| Misdrijf waarop 6 jaar gevangenisstraf of meer staat | 30 jaar vanaf de beslissing tot niet-vervolging, het onherroepelijke vonnis op grond van de artikelen 351 of 352 Sv, of de volledige tenuitvoerlegging van de strafbeschikking. Bij overlijden in plaats daarvan 20 jaar. |
| Misdrijf waarop minder dan 6 jaar staat | 20 jaar op hetzelfde aanknopingspunt, of 12 jaar bij overlijden. |
| Vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel van meer dan 20 jaar | De termijn van 30 jaar wordt verlengd met nog eens 20 jaar. |
| Levenslange gevangenisstraf, of een vrijheidsbenemende maatregel van meer dan 40 jaar | 80 jaar. |
| Zedendelicten van de artikelen 241, 243 en 245 tot en met 253 Sr | 80 jaar, in afwijking van de algemene regels. |
| Overtreding, gewoon geval | 5 jaar. |
| Overtreding met een vrijheidsstraf anders dan vervangende hechtenis, of een taakstraf, of een geldboete van de derde categorie of hoger aan een rechtspersoon | 10 jaar. |
| Elke overtreding, bij overlijden | 2 jaar na overlijden, ongeacht of anders de termijn van 5 of van 10 jaar zou gelden. |
| Elke overtreding waarbij het recht tot vervolging is verjaard | Gegevens vernietigd op het moment van verjaring. |
Achter de tabel gaan twee mechanismen schuil die gemakkelijk over het hoofd worden gezien.
Artikel 4 lid 2 Wjsg laat de termijn opnieuw beginnen. Wordt tegen dezelfde persoon een volgend onherroepelijk vonnis gewezen voor een ander misdrijf, dan loopt de termijn van 20 of 30 jaar opnieuw vanaf dat latere vonnis of vanaf de volledige tenuitvoerlegging van die latere strafbeschikking, afhankelijk van de straf die op het latere feit staat.
Artikel 4 lid 3 Wjsg is de verlenging voor lange straffen: de termijn van 30 jaar wordt met 20 jaar verlengd waar de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel meer dan 20 jaar bedraagt, en loopt op tot 80 jaar bij een levenslange gevangenisstraf of een maatregel van meer dan 40 jaar.
Er bestaat geen verzoek om een registratie voortijdig te laten verwijderen, en niemand heeft de bevoegdheid om een wettelijke bewaartermijn op verzoek te verkorten. Wat artikel 22 Wjsg wel regelt, is iets geheel anders, namelijk het corrigeren van een registratie die onjuist is.
Inzage vragen in uw eigen dossier
Artikel 18 Wjsg regelt het recht op inzage. Een schriftelijk verzoek aan de Minister, in de praktijk behandeld door Justis, levert een bevestiging op of gegevens worden verwerkt en, zo ja, een overzicht daarvan.
Het antwoord is binnen zes weken verschuldigd en omvat meer dan de lijst zelf: de doeleinden en de rechtsgrondslag van de verwerking, de categorieën gegevens, of gegevens in de vier jaar voorafgaand aan het verzoek aan iemand zijn verstrekt en aan welke ontvangers, de verwachte bewaartermijn of de criteria daarvoor, en het recht om correctie, vernietiging of afscherming te vragen.
Artikel 17a Wjsg verplicht de Minister om basisinformatie vooraf toegankelijk te houden, waaronder de identiteit van de verwerkingsverantwoordelijke, de doeleinden, het recht om een klacht in te dienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens en de rechten op grond van de artikelen 18 en 22 Wjsg. Artikel 17b Wjsg vereist dat die informatie in beknopte, begrijpelijke taal wordt gegeven.
Artikel 21 Wjsg staat toe dat het overzicht in bepaalde omstandigheden wordt beperkt of geweigerd, zodat een antwoord niet altijd volledig is, en de reden voor een beperking is zelf onderdeel van wat kan worden aangevochten.
Een fout laten corrigeren
Artikel 22 lid 1 Wjsg regelt rectificatie van onjuiste gegevens en aanvulling van onvolledige gegevens. Het verzoek moet schriftelijk worden gedaan en moet de gewenste wijzigingen vermelden, wat betekent dat een kale bewering dat iets onjuist is, niet volstaat.
Artikel 22 lid 2 Wjsg regelt vernietiging, en dat is smal geformuleerd: het geldt waar de gegevens worden verwerkt in strijd met een wettelijk voorschrift, of waar een wettelijk voorschrift vernietiging vereist. Artikel 22 lid 3 Wjsg vervangt vernietiging door afscherming in twee gevallen: waar de aanvrager de juistheid betwist en dit niet kan worden vastgesteld, en waar de gegevens als bewijsmateriaal moeten worden bewaard.
De verwerkingsverantwoordelijke moet binnen vier weken schriftelijk meedelen of, en in hoeverre, het verzoek wordt ingewilligd. Op grond van artikel 22 lid 5 Wjsg wordt een rectificatie teruggekoppeld aan de instantie waarvan de gegevens afkomstig waren, en op grond van artikel 24 Wjsg worden, waar onjuiste of onrechtmatig verstrekte gegevens al zijn doorgegeven, de ontvangers op de hoogte gesteld en moeten de gegevens worden gerectificeerd, vernietigd of afgeschermd.
Artikel 23 lid 1 Wjsg maakt van een beslissing op een verzoek op grond van artikel 18 of artikel 22 een beschikking in de zin van artikel 1:3 lid 2 Awb, waarmee de gewone bezwaar- en beroepsroute openstaat. Artikel 23 lid 2 Wjsg voegt een tweede mogelijkheid toe: de betrokkene kan de Autoriteit Persoonsgegevens vragen te bemiddelen of te adviseren, en de beroepstermijn loopt dan tot zes weken nadat de AP meldt dat zij de zaak heeft afgesloten.
Een JDS-registratie blokkeert niet automatisch een VOG
Dit is het punt dat het meest de moeite waard is om te onthouden, want de aanname dat een registratie de zaak beslecht, leidt ertoe dat mensen aanvragen staken die op hun merites zouden zijn beoordeeld.
Artikel 28 Wjsg omschrijft de VOG als een verklaring dat uit een onderzoek niet is gebleken van bezwaren, beoordeeld tegen het risico voor de samenleving voor het gevraagde doel en na afweging van het eigen belang van de aanvrager. Artikel 35 lid 1 Wjsg stelt vervolgens een voorwaardelijke vraag: zou dit feit, indien herhaald, gelet op het risico voor de samenleving en de overige omstandigheden, het doel waarvoor de verklaring wordt gevraagd in de weg staan.
Beide helften van die beoordeling zijn wettelijk verankerd, niet louter beleid, en dat verdient precisie. De objectieve toets is artikel 35 lid 1 Wjsg. De afweging van het belang van de aanvrager staat in artikel 28 Wjsg zelf, dat vereist dat de beslissing wordt genomen na afweging van het belang van betrokkene.
De Beleidsregels werken die wettelijke toets uit, en scheppen haar niet. Het objectieve criterium in paragraaf 3.1.3 vraagt of het feit, indien herhaald, deze specifieke functie zou belemmeren. Het subjectieve criterium in paragraaf 3.1.4 weegt het eigen belang van de aanvrager af tegen die uitkomst, met aandacht voor de verstreken tijd, de leeftijd ten tijde van het feit en de omstandigheden van het geval, en kan tot een verklaring leiden zelfs waar aan het objectieve criterium is voldaan.
Drie filters gaan aan die toets vooraf, en elk daarvan kan een registratie buiten spel zetten. Artikel 35 lid 3 Wjsg haalt alles weg dat is afgedaan met een onherroepelijke vrijspraak. De terugkijktermijn haalt registraties weg die buiten de toepasselijke periode vallen, in het gewone geval vier jaar. En het screeningsprofiel haalt registraties weg die geen relevantie hebben voor de risico's van deze specifieke functie.
De volledige tabel met termijnen, de datum waarnaar elke registratie wordt gemeten, en een uitgewerkt voorbeeld, staan op de terugkijktermijnen voor de VOG. Wat de verklaring inhoudt en wanneer zij verplicht is, staat op de Nederlandse verklaring omtrent het gedrag, en de praktische kant van het aanvragen staat op hoe u een VOG aanvraagt.
De bredere kaart van wie wat beslist, en hoe de wettelijke keten in elkaar zit, staat op achtergrondonderzoeken in Nederland.
Politiegegevens vormen een ander register
Politiegegevens en justitiële gegevens worden voortdurend door elkaar gehaald, terwijl zij zich op vrijwel elk punt anders gedragen.
Politiegegevens zijn operationele politiegegevens die worden beheerst door de Wet politiegegevens (Wpg) en beheerd door de politie. Zij omvatten meldingen, waarnemingen vastgelegd in een proces-verbaal, verklaringen en signalen die het Openbaar Ministerie nooit hebben bereikt, zodat iemand in politiesystemen kan voorkomen zonder enige registratie in het JDS.
De bewaartermijn is korter en hangt af van de activiteit, niet van de ernst van een feit. Artikel 8 lid 6 Wpg vereist dat gegevens die worden verwerkt voor de dagelijkse politietaak, uiterlijk vijf jaar na de eerste verwerking worden verwijderd, en artikel 10 lid 6 Wpg vereist verwijdering uiterlijk vijf jaar na de laatste verwerking waaruit bleek dat de gegevens nog nodig waren. Artikel 14 Wpg bevat de bredere bewaarregeling.
De rechten lopen parallel aan de Wjsg, maar zijn niet identiek. Artikel 25 Wpg geeft op schriftelijk verzoek recht op een bevestiging binnen zes weken, met dezelfde categorieën informatie als artikel 18 Wjsg. Lid 2 staat toe dat die beslissing met ten hoogste vier weken wordt uitgesteld, of zes weken waar meerdere regionale eenheden of een landelijke eenheid gegevens over de persoon verwerken.
Artikel 26 Wpg regelt de formaliteiten: identificatie, verzoeken voor kinderen onder de zestien via een wettelijk vertegenwoordiger, en verzoeken gedaan door een advocaat met een bijzondere machtiging. Artikel 28 Wpg regelt rectificatie en vernietiging.
Voor screening raken de twee registers elkaar slechts op een smal punt. Artikel 36 Wjsg staat de Minister toe politiegegevens te raadplegen bij het onderzoek naar elke VOG-aanvraag, maar politiegegevens worden alleen een zelfstandige weigeringsgrond voor de functies met een hoge mate van integriteit die zijn aangewezen op grond van artikel 35a Wjsg, opgenomen in de Regeling aanwijzing functies VOG politiegegevens. Gegevens over de aanvrager als slachtoffer, aangever of getuige zijn daarbij niet relevant en worden niet doorgegeven.
Veelgestelde vragen
Wat is een strafblad in Nederland?
Het is de spreektaalterm voor een registratie in de justitiële documentatie, bijgehouden in het Justitieel Documentatie Systeem. Het register en de regels die het beheersen, komen uit de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens. Er bestaat geen document dat een strafblad heet, en niemand krijgt er een uitgereikt.
Heb ik een strafblad als de zaak is geseponeerd?
Bij een misdrijf meestal wel. Artikel 2 Bjsg laat de registratie ontstaan zodra het Openbaar Ministerie het proces-verbaal in behandeling neemt, zodat de registratie al bestaat voordat er een beslissing is genomen. Artikel 7 lid 1 sub g Bjsg registreert vervolgens het sepot met de datum, de sepotcode en eventuele bijkomende voorwaarden. De twee uitzonderingen in artikel 7 lid 1 sub a Bjsg zijn een beslissing om niet te vervolgen omdat de betrokkene ten onrechte als verdachte is aangemerkt, en een beslissing om niet te vervolgen na rechtmatig geweldgebruik door een opsporingsambtenaar.
Komt een vrijspraak in het JDS terecht?
De rechterlijke beslissing zelf wordt geregistreerd, want artikel 7 lid 1 sub j Bjsg registreert de rechter, de datum, de inhoud van de beslissing en de datum waarop zij onherroepelijk werd. Wat verandert, is het effect. Artikel 35 lid 3 Wjsg bepaalt dat de Minister bij een beslissing over een VOG geen rekening houdt met justitiële gegevens over feiten die zijn afgedaan met een onherroepelijke vrijspraak.
Wordt een strafbeschikking geregistreerd als justitieel gegeven?
In de meeste gevallen wel. Artikel 5 lid 1 Bjsg merkt strafbeschikkingen uitgevaardigd op grond van de artikelen 257b en 257ba Sv aan als justitiële gegevens, met een uitzondering: een strafbeschikking voor een overtreding die een geldboete van minder dan € 130 oplegt, valt daarbuiten. Artikel 7 lid 1 sub h Bjsg registreert vervolgens de datum van uitvaardiging, de opgelegde straffen, de datum waarop zij onherroepelijk werd en de datum waarop zij volledig ten uitvoer is gelegd.
Hoe lang blijft een strafblad in Nederland bewaard?
Artikel 4 Wjsg stelt dertig jaar voor een misdrijf waarop zes jaar gevangenisstraf of meer staat en twintig jaar voor een misdrijf waarop minder staat, gerekend vanaf de beslissing tot niet-vervolging, het onherroepelijke vonnis of de volledige tenuitvoerlegging van de strafbeschikking. Artikel 6 Wjsg stelt vijf jaar voor een overtreding, of tien jaar waar een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of een taakstraf is opgelegd. Langere termijnen gelden voor zeer lange straffen en voor de zedendelicten genoemd in artikel 4 lid 4 Wjsg.
Hoe kan ik mijn eigen strafblad inzien?
Artikel 18 Wjsg voorziet in een schriftelijk verzoek aan de Minister, in de praktijk uitgevoerd door Justis, voor een bevestiging of gegevens worden vastgelegd en een overzicht daarvan, samen met de doeleinden, de categorieën gegevens, of gegevens in de voorgaande vier jaar aan iemand zijn verstrekt, en de verwachte bewaartermijn. Het antwoord is binnen zes weken verschuldigd.
Kan een registratie in het JDS worden gecorrigeerd of verwijderd?
Artikel 22 Wjsg staat een schriftelijk verzoek toe tot rectificatie van onjuiste gegevens en tot aanvulling van onvolledige gegevens, en tot vernietiging waar de verwerking in strijd is met een wettelijk voorschrift of een wettelijk voorschrift vernietiging vereist. Waar de juistheid wordt betwist en niet kan worden vastgesteld, of waar de gegevens als bewijsmateriaal moeten worden bewaard, worden de gegevens afgeschermd in plaats van vernietigd. Het antwoord is binnen vier weken verschuldigd. De bewaartermijnen zelf liggen wettelijk vast en worden niet op verzoek verkort.
Wat is het verschil tussen het JDS en politiegegevens?
Het zijn aparte registers. Het JDS bevat beslissingen van het Openbaar Ministerie en de rechter op grond van de Wjsg en wordt beheerd namens de Minister. Politiegegevens zijn operationele politiegegevens onder de Wet politiegegevens, beheerd door de politie, waaronder meldingen en waarnemingen die het Openbaar Ministerie nooit hebben bereikt. Inzage in politiegegevens verloopt via artikel 25 Wpg, met een antwoord binnen zes weken dat kan worden uitgesteld, en rectificatie via artikel 28 Wpg.
Bronnen en referenties
- Artikel 3 Wjsg, beginselen voor de verwerking en verwijdering van justitiële gegevens(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 4 Wjsg, bewaartermijnen voor justitiële gegevens over misdrijven(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 6 Wjsg, bewaartermijnen voor justitiële gegevens over overtredingen(wetten.overheid.nl).gov
- Artikelen 17a, 17b en 18 Wjsg, informatieplicht en het recht op een overzicht binnen zes weken(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 22 Wjsg, rectificatie, vernietiging en afscherming van justitiële gegevens(wetten.overheid.nl).gov
- Artikelen 23 en 24 Wjsg, beschikking in de zin van de Awb, bemiddeling door de Autoriteit Persoonsgegevens en kennisgeving aan ontvangers(wetten.overheid.nl).gov
- Artikelen 28 en 35 Wjsg, de VOG en de weigeringsgrond, met de uitzondering voor een onherroepelijke vrijspraak in lid 3(wetten.overheid.nl).gov
- Artikelen 35a en 36 Wjsg, politiegegevens bij het VOG-onderzoek en de VOG politiegegevens(wetten.overheid.nl).gov
- Artikelen 2 en 3 Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens, registratie van misdrijven en overtredingen(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 5 Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens, strafbeschikkingen als justitieel gegeven(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 7 Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens, welke beslissingen en gegevens worden vastgelegd en de twee uitzonderingen(wetten.overheid.nl).gov
- Artikelen 8, 10 en 14 Wet politiegegevens, bewaar- en verwijderingstermijnen voor politiegegevens(wetten.overheid.nl).gov
- Artikelen 25, 26 en 28 Wet politiegegevens, recht op inzage, formaliteiten en rectificatie(wetten.overheid.nl).gov
- Beleidsregels VOG-NP-RP 2025, het objectieve en het subjectieve criterium en de uitgangspunten voor de terugkijktermijn(wetten.overheid.nl).gov