Droneregels in Nederland: Registratie, Vliegverbodsgebieden en de AVG

Een drone met een camera is naar Nederlands recht twee dingen tegelijk. Het is een onbemand luchtvaartuig, geregeld door de Europese luchtvaartregels die in elke EU-lidstaat gelden, en het is een apparaat dat persoonsgegevens vastlegt, geregeld door de AVG.
Die twee regimes stellen verschillende drempels, stellen verschillende vragen en worden door verschillende autoriteiten gehandhaafd. Aan het ene voldoen zegt helemaal niets over het andere, en dat is precies het punt dat de meeste drone-informatie weglaat.
Informatie voor het laatst gecontroleerd op 21 juli 2026. Deze pagina geeft algemene juridische informatie over het Nederlandse recht en vormt geen juridisch advies in een individueel geval.
Twee regelboeken, één vlucht
De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) verwoordt de samenhang duidelijker dan de luchtvaartinformatie doet. Onder de kop Voorbeeld: wel veilig, niet AVG-proof, in een richtlijn bijgewerkt op 31 december 2024, maakt zij het punt dat de luchtvaartregels een vlucht boven een woonwijk met een drone lichter dan 900 gram niet verbieden, maar dat daarnaast ook de AVG geldt en het gewicht van de drone daarbij niets uitmaakt. In haar eigen woorden:
Volgens de regelgeving voor de luchtvaart is het niet verboden om met een drone boven een woonwijk te vliegen, als de drone lichter is dan 900 gram. Volgens de luchtvaartregelgeving is dat veilig genoeg. Maar als het gaat om de privacy van mensen, geldt naast die regelgeving ook de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Hoe zwaar of licht de drone is, maakt daarbij niet uit.
Een vlucht kan dus luchtvaarttechnisch helemaal correct zijn en toch een gegevensbeschermingsprobleem opleveren, en een drone die niets herkenbaars filmt, kan nog steeds de luchtvaartregels over hoogte, afstand of beperkt luchtruim overtreden.
De drie categorieën
Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 verdeelt alle dronevluchten in drie risicocategorieën, en de Nederlandse overheid past deze toe zonder nationale variatie.
| Categorie | Wat het betekent | Toestemming |
|---|---|---|
| Open (laag risico) | de meeste recreatieve en lichte professionele vluchten | geen. Er is geen exploitatievergunning van de ILT nodig en er hoeft geen verklaring te worden ingediend |
| Specifieke categorie, gemiddeld risico | elke vlucht die niet aan een of meer regels van de open categorie kan voldoen, en automatisch elke drone van 25 kg of meer | een exploitatievergunning van de ILT, of een verklaring voor een standaardscenario |
| Gecertificeerd (hoog risico) | bijvoorbeeld het vervoeren van vracht of passagiers | certificering van het luchtvaartuig en de exploitant, en waar van toepassing een gecertificeerde piloot op afstand. Rijksoverheid merkt op dat deze regels nog in ontwikkeling zijn |
Artikel 4 van de verordening stelt de voorwaarden die een vlucht in de open categorie houden, en zij moeten allemaal tegelijk gelden: het luchtvaartuig behoort tot een van de klassecategorieën of is particulier gebouwd, de maximale startmassa is onder de 25 kg, de piloot houdt een veilige afstand tot mensen en vliegt nooit over een mensenmenigte, houdt de drone in direct zicht, blijft binnen 120 meter van het dichtstbijzijnde punt van het aardoppervlak, en vervoert geen gevaarlijke stoffen en laat niets vallen. Wordt aan een van deze voorwaarden niet voldaan, dan valt de vlucht in de specifieke categorie.
Rijksoverheid herformuleert die als praktische regels en voegt er zelf nog een aan toe: vlieg niet in het donker. Die laatste regel is voorlichting van de overheid aan burgers en geen verbod in de verordening, die het nachtvliegen in plaats daarvan reguleert. Onder UAS.OPEN.060 lid 2 onder g van de geconsolideerde tekst van 2019/947 moet een piloot op afstand die 's nachts vliegt, ervoor zorgen dat een groen knipperlicht op het luchtvaartuig is ingeschakeld, een punt dat geldt sinds 1 juli 2022.
De minimumleeftijd voor een piloot op afstand is 16 jaar onder artikel 9 lid 1, met beperkte uitzonderingen in lid 2, waarvan een het vliegen onder rechtstreeks toezicht van een piloot is die wel aan de eis voldoet.
Cx-labels en de open subcategorieën
Cx-labels zijn verplicht sinds 1 januari 2024. Het label bepaalt in welke open subcategorie een drone mag vliegen en welke training de piloot nodig heeft. Alles wat vóór 2024 over de open categorie is geschreven, beschrijft het overgangsregime dat inmiddels is beëindigd.
| Max. gewicht | Cx-label | Subcategorie | Training |
|---|---|---|---|
| onder 250 g | C0 | A1 (of A3) | geen |
| onder 900 g | C1 | A1 (of A3) | ja, online (A1/A3) |
| onder 4 kg | C2 | A2 (of A3) | ja, online en praktisch (A2) |
| onder 25 kg | C3 | A3 | ja, online (A1/A3) |
| onder 25 kg | C4 | A3 | ja, online (A1/A3) |
De subcategorieën bepalen vervolgens de afstanden. In A1 mag de piloot niet over een mensenmenigte vliegen, en met een C1-luchtvaartuig moet hij ook redelijkerwijs verwachten niet over onbetrokken personen te vliegen. In A2 mag de piloot niet over onbetrokken personen vliegen en moet hij een horizontale afstand van ten minste 30 meter tot hen aanhouden, die alleen mag worden verkleind tot minimaal 5 meter wanneer de langzame-vluchtmodus van het luchtvaartuig actief is en pas na beoordeling van de weersomstandigheden, de prestaties van het luchtvaartuig en het overvlogen gebied. In A3 vindt de vlucht plaats waar redelijkerwijs geen onbetrokken persoon in gevaar wordt gebracht, op een veilige horizontale afstand van ten minste 150 meter van woon-, bedrijfs-, industrie- of recreatiegebieden.
Remote ID, dat via wifi of bluetooth uitzendt van wie de drone is en waar de piloot zich bevindt, is verplicht voor de labels C1, C2 en C3 en in de specifieke categorie. Rijksoverheid noemt C0 en C4 als de uitzonderingen.
Registratie: wat de plicht daadwerkelijk in werking zet
Dit is de regel die het vaakst verkeerd wordt weergegeven, meestal als één voorwaarde over gewicht en een camera. Het gaat niet om één voorwaarde. Artikel 14 lid 5 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 verplicht een exploitant zich te registreren wanneer deze, in de open categorie, een onbemand luchtvaartuig exploiteert dat:
- een MTOM (maximale startmassa) heeft van 250 gram of meer, of, bij een botsing, meer dan 80 joule aan kinetische energie op een persoon kan overdragen; of
- is uitgerust met een sensor die persoonsgegevens kan vastleggen, tenzij het luchtvaartuig voldoet aan de speelgoedrichtlijn 2009/48/EG.
In de specifieke categorie moet een luchtvaartuig van elke massa worden geregistreerd.
De verordening introduceert die twee punten als een van de volgende, zodat elk daarvan een zelfstandige trigger is en één ervan voldoende is. Een drone van 180 gram met een gewone camera is registratieplichtig alleen al op grond van de sensor, ongeacht het gewicht, en een zware drone zonder enige camera is registratieplichtig alleen al op grond van het gewicht. De regel lezen als een gecombineerde toets is precies wat iemand tot de conclusie brengt dat een lichte cameradrone is vrijgesteld, en rijksoverheid stelt rechtstreeks dat een boete kan volgen wanneer iemand die zich moet registreren, dat niet doet.
Hoe het in Nederland werkt
Rijksoverheid past dezelfde regel andersom toe en noemt maar twee vrijstellingen: de drone is lichter dan 250 gram en heeft geen camera, of hij is lichter dan 250 gram en heeft een camera maar is een speelgoeddrone, die als zodanig duidelijk op de verpakking moet zijn aangeduid. De eigen samenvatting is onomwonden: u hoeft de drone niet te registreren, tenzij uw drone een camera heeft, in welk geval u dat wel moet.
U registreert zich bij de RDW en ontvangt een exploitantnummer. Dat nummer komt zichtbaar op de drone te staan als plaatje, sticker of QR-code, en het nummer en het serienummer worden ook digitaal als Remote ID in de software van de drone opgenomen, behalve bij de labels C0 en C4, waar de zichtbare markering voldoende is.
Uit de eigen regels van de RDW volgen drie praktische punten. Het exploitantnummer is een jaar geldig en moet worden verlengd. Als u uw drone aan iemand anders uitleent, heeft die persoon een eigen exploitantnummer nodig en moet hij zijn eigen nummer op het luchtvaartuig zetten, en is de piloot verantwoordelijk voor de vlucht en voor eventuele schade die daaruit voortvloeit. Een bedrijf registreert zich eenmalig als onderneming, met eHerkenning, en zet hetzelfde nummer op elke bedrijfsdrone.
De RDW is ook de instantie die het vliegbewijs voor drones vanaf 250 gram verstrekt en verlengt, en die de beëindiging ervan afhandelt.
Waar u niet mag vliegen
Twee plekken in Nederland zijn voor elke drone gesloten, ongeacht de categorie: paleizen en gebouwen van het Koninklijk Huis, en de beschermde natuurgebieden boven de Waddenzee.
Voor vluchten in de open categorie publiceert rijksoverheid een verdere lijst van gebieden die verboden of beperkt zijn: overheidsgebouwen; militaire terreinen en oefenterreinen; evenementen en andere tijdelijk afgezette gebieden; wegen met een snelheidslimiet van 80 km per uur of hoger; spoorlijnen; gebieden rond luchthavens; sommige Natura 2000-gebieden, zoals bepaald door de provincie of de terreinbeheerder; helikopterlandingsplaatsen bij ziekenhuizen; hoogspanningskabels; drinkwatergebieden; grote zeehavens; locaties waar gevaarlijke stoffen worden verwerkt; beveiligde terreinen; gebieden waar hulpdiensten actief zijn; en laagvliegroutes en -gebieden.
Laagvliegroutes kennen een gedeeltelijke uitzondering: drones zijn daar nog steeds toegestaan tot 30 meter boven de grond als zij A1 zijn en ten hoogste 250 gram wegen, of A2 en ten hoogste 4 kilogram. Voor een vlucht in de specifieke categorie staat het toegestane gebied vermeld in de exploitatievergunning zelf.
De wettelijke grondslag voor deze zones is artikel 15 van 2019/947 over geografische UAS-zones, en de nationale laag zit in de Regeling onbemande luchtvaartuigen, de Regeling Modelvliegen en de Regeling op afstand bestuurde luchtvaartuigen. De kaarten zijn de Aeret Kaartviewer, een downloadbaar ISON-bestand dat sommige drones rechtstreeks kunnen lezen, en de GoDrone-app. Rijksoverheid waarschuwt dat de situatie op de grond kan afwijken van wat de kaarten tonen, zodat kabels, kranen, hoge objecten, groepen mensen en ander luchtverkeer nog steeds persoonlijk moeten worden gecontroleerd.
Wat de AVG toevoegt zodra de camera aanstaat
Zodra een camera de openbare weg of het eigendom van een buur filmt, is de activiteit niet langer zuiver persoonlijk of huishoudelijk, zodat de AVG van toepassing is en degene die filmt een grondslag nodig heeft, in de praktijk het gerechtvaardigd belang in artikel 6 lid 1 onder f AVG, samen met noodzakelijkheid en een belangenafweging. Buiten de huishoudexceptie vallen maakt de camera niet op zichzelf onrechtmatig; het betekent dat de AVG erop van toepassing is. Het gerechtvaardigd belang is een van de zes grondslagen in artikel 6 AVG.
Voor een drone is die grens niet door een rechter getrokken. De Autoriteit Persoonsgegevens zegt niet dat de huishoudexceptie nooit kan gelden voor een hobbyvlucht, en haar eigen startvraag is of de drone sowieso persoonsgegevens verwerkt. Waar een vlucht verder reikt dan de eigen privésfeer van de exploitant, is de redenering die van toepassing is naar analogie de redenering uit Ryneš, en niet een beslissing in een specifieke dronezaak.
Dezelfde analyse staat voor vaste camera's uiteengezet op camera bij buren, en de algemene regeling van de AVG en de bevoegdheden van de AP staan op de AVG in Nederland. Welke instantie welke privacyvraag beslist, is over dit alles heen in kaart gebracht op Nederlands privacyrecht.
De eigen voorbeelden van de AP voor drones zijn de moeite van het volledig lezen waard, omdat zij laten zien hoe laag de drempel voor persoonsgegevens in werkelijkheid ligt. Politie die vanaf hoogte filmt hoe een menigte beweegt, zonder in te zoomen, waarbij mensen niet herkenbaar en niet anderszins identificeerbaar zijn, verwerkt geen persoonsgegevens. Een drone die de huizen in een woonstraat filmt, verwerkt doorgaans wel persoonsgegevens, zelfs als geen enkele bewoner in beeld komt, omdat de exploitant weet waar de drone heeft gevlogen en de drone vaak ook locatiegegevens vastlegt, waaruit de bewoners relatief eenvoudig zijn te identificeren.
Twee andere voorbeelden van de AP draaien om de grondslag in plaats van om identificatie. Een fabriekseigenaar die schoorstenen inspecteert en tijdens de hele vlucht video opneemt in plaats van alleen boven de schoorstenen, faalt op dataminimalisatie, omdat mensen onnodig in beeld komen. En in een richtlijn bijgewerkt op 31 december 2024 merkt de AP op dat de partij die heeft besloten de drone in te zetten, de verwerkingsverantwoordelijke is, wat volgens haar net zo goed voor particulieren geldt als voor overheidsinstanties.
De AP wijst ook op de informatieplicht, onder artikel 14 gelezen in samenhang met artikel 13 AVG. Mensen die mogelijk worden gefilmd, moeten vooraf worden geïnformeerd, wat bij een bewegend luchtvaartuig echt lastig is, dus stelt de AP borden aan de randen van het vlieggebied voor, een mededeling op de website van de verwerkingsverantwoordelijke of in lokale media, ter plaatse uitgedeelde folders, en het opvallend maken van de drone met felle kleuren, knipperlichten of geluid.
De AP voegt toe dat de plicht in beperkte gevallen vervalt, onder meer wanneer de betrokkenen al van de camera's weten en wanneer informeren onmogelijk blijkt of onevenredig veel moeite zou kosten onder artikel 14 lid 5 onder b AVG. Zij beveelt aan om in elk geval te informeren, en wijst erop dat het niet kunnen informeren de inbreuk groter maakt en de vlucht daardoor onevenredig kan maken. Zij merkt ook op dat drones minder snel dan vaste camera's aan subsidiariteit en proportionaliteit voldoen, juist omdat zij overal kunnen worden verplaatst.
Los van de AVG kan een camera waarvan de aanwezigheid niet duidelijk kenbaar is gemaakt, de strafbepalingen over heimelijke afbeeldingen raken, artikel 139f Sr wanneer de gefilmde persoon zich in een woning of een andere niet voor het publiek toegankelijke plaats bevindt en artikel 441b Sr wanneer de plaats voor het publiek toegankelijk is, wat een van de redenen is waarom de Autoriteit Persoonsgegevens camera-eigenaren aanraadt de camera aan te kondigen; zie gesprek opnemen.
Wie handhaaft welk onderdeel
| Autoriteit | Wat zij beheert |
|---|---|
| ILT (Inspectie Leefomgeving en Transport) | het luchtvaartregime. Voor de open categorie is geen toestemming van de ILT nodig; een vlucht in de specifieke categorie heeft een vliegvergunning van de ILT nodig, en drones van 25 kg of meer vallen automatisch in die categorie |
| RDW | de exploitantregistratie en het exploitantnummer, plus het verstrekken, verlengen en intrekken van het vliegbewijs |
| Autoriteit Persoonsgegevens (AP) | de AVG-laag, telkens wanneer de drone persoonsgegevens verwerkt. Zij is bij artikel 6 van de Uitvoeringswet AVG aangewezen als de Nederlandse toezichthoudende autoriteit |
| Politie en Openbaar Ministerie | de strafbepalingen, waaronder artikel 139f en artikel 441b Sr wanneer een dronecamera heimelijk filmt |
Registratie is de ene plek waar de twee regimes elkaar zichtbaar raken, omdat een drone deels registratieplichtig wordt op grond van het feit dat hij een sensor bevat die persoonsgegevens kan vastleggen. Dat is een luchtvaartregel die in gegevensbeschermingstermen is geformuleerd, en een nuttige herinnering aan welk kenmerk van het luchtvaartuig de AP in beeld brengt.
Veelgestelde vragen
Moet ik mijn drone registreren in Nederland?
U registreert uzelf als exploitant, niet het individuele luchtvaartuig. Artikel 14 lid 5 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947 verplicht tot registratie wanneer het luchtvaartuig in de open categorie een maximale startmassa heeft van 250 gram of meer, OF bij een botsing meer dan 80 joule aan kinetische energie op een persoon kan overdragen, OF is uitgerust met een sensor die persoonsgegevens kan vastleggen tenzij het voldoet aan de speelgoedrichtlijn 2009/48/EG. Elk van die gevallen op zich is al voldoende. In de specifieke categorie moet een luchtvaartuig van elke massa worden geregistreerd. Registratie gebeurt bij de RDW, die het exploitantnummer verstrekt.
Mijn drone weegt minder dan 250 gram. Verandert de camera iets?
Ja. In de bewoordingen van de overheid zijn er twee vrijstellingen van registratie: een drone lichter dan 250 gram zonder camera, en een drone lichter dan 250 gram met een camera die een speelgoeddrone is, die als speelgoed duidelijk op de verpakking moet zijn aangeduid. Buiten die twee gevallen moet een drone onder de 250 gram met een camera nog steeds worden geregistreerd, omdat de sensor een zelfstandige trigger is, los van het gewicht.
Mag ik met een cameradrone over een woonwijk vliegen?
De luchtvaartregels verbieden dit niet voor een drone lichter dan 900 gram in subcategorie A1, maar dat is maar de helft van de vraag. De AP merkt op dat daarnaast ook de AVG geldt, dat mensen moeten worden geïnformeerd dat de drone hen mogelijk filmt en, in de eigen woorden van de AP bij dat voorbeeld, niet herkenbaar in beeld mogen komen zonder hun toestemming, en dat het daarom in de praktijk lastig zal zijn om in die situatie aan de AVG te voldoen. De AP zegt lastig, niet verboden, en de beoordeling gaat over de verwerking en niet over het gewicht van het luchtvaartuig.
Heb ik een dronebrevet nodig om in de open categorie te vliegen?
Dat hangt af van het Cx-label. Een C0-drone onder de 250 gram heeft geen training nodig. C1, C3 en C4 vereisen het online A1/A3-theorie-examen, en C2 vereist daarnaast het A2-certificaat, waarbij praktische zelftraining en een extra schriftelijk examen komen. De RDW verstrekt het vliegbewijs voor drones vanaf 250 gram en handelt de verlenging en intrekking af. Onder UAS.OPEN.070 zijn de online theoriecompetentie en het A2-certificaat vijf jaar geldig.
Waar mag ik niet met een drone vliegen?
Geen enkele drone mag vliegen over paleizen en gebouwen van het Koninklijk Huis of over de beschermde natuurgebieden boven de Waddenzee. Voor vluchten in de open categorie publiceert rijksoverheid een langere lijst, waaronder overheidsgebouwen, militaire terreinen, evenementen, wegen met een snelheidslimiet van 80 km per uur of hoger, spoorlijnen, gebieden rond luchthavens, sommige Natura 2000-gebieden, helikopterlandingsplaatsen bij ziekenhuizen, hoogspanningskabels, drinkwatergebieden, grote zeehavens en beveiligde terreinen. Laagvliegroutes vormen een gedeeltelijke uitzondering: drones zijn daar toegestaan tot 30 meter boven de grond als zij A1 zijn en ten hoogste 250 gram wegen, of A2 en ten hoogste 4 kilogram.
Ben ik, als ik alle droneregels volg, in overeenstemming met het privacyrecht?
Nee. De luchtvaartregels en de AVG zijn afzonderlijke regimes met afzonderlijke toezichthouders. Niets over het gewicht, de klasse of de registratie van de drone is een zaak van de AP, en niets over privacy is een zaak van de ILT. Registratie is het enige punt waar de twee elkaar zichtbaar raken, omdat een drone deels registratieplichtig wordt op grond van het feit dat hij een sensor bevat die persoonsgegevens kan vastleggen, wat een luchtvaartregel is die in gegevensbeschermingstermen is geformuleerd.
Een drone heeft mij gefilmd. Wat kan ik doen?
Waar de drone persoonsgegevens verwerkt, is de persoon of organisatie die heeft besloten deze in te zetten, de verwerkingsverantwoordelijke, en die heeft de AVG-verplichtingen, waaronder het vooraf informeren van de gefilmde betrokkenen. De AP merkt op dat de informatieplicht in beperkte gevallen vervalt, onder meer wanneer informeren onmogelijk blijkt of onevenredig veel moeite zou kosten onder artikel 14 lid 5 onder b AVG, maar zij beveelt aan in elk geval te informeren en behandelt het niet kunnen informeren als iets dat tegen de evenredigheid van de vlucht pleit. Een klacht over de verwerking kan worden ingediend bij de Autoriteit Persoonsgegevens, die bij artikel 6 van de Uitvoeringswet AVG is aangewezen als de Nederlandse toezichthoudende autoriteit.
Bronnen en referenties
- Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947, artikelen 3, 4, 5, 9, 14 en 15 en deel A van de bijlage, categorieën, open-categorievoorwaarden, registratie en geografische UAS-zones(eur-lex.europa.eu).gov
- Uitvoeringsverordening (EU) 2019/947, geconsolideerde tekst van 1 januari 2024, deel A van de bijlage, UAS.OPEN.030 (A2), UAS.OPEN.060 lid 2 onder g (groen knipperlicht bij nachtvluchten) en UAS.OPEN.070 (vijf jaar geldigheid)(eur-lex.europa.eu).gov
- Verordening (EU) 2016/679 (AVG), artikelen 4, 5, 6, 13 en 14, verwerking, beginselen, grondslagen en informatieplicht(eur-lex.europa.eu).gov
- Autoriteit Persoonsgegevens, Check: verwerkt u met drones persoonsgegevens?, met het voorbeeld wel veilig, niet AVG-proof (bijgewerkt 31 december 2024)(autoriteitpersoonsgegevens.nl).gov
- Autoriteit Persoonsgegevens, Basisprincipes voor het gebruik van drones met camera, doelbinding, grondslag, noodzaak, dataminimalisatie en informatieplicht (bijgewerkt 31 december 2024)(autoriteitpersoonsgegevens.nl).gov
- Autoriteit Persoonsgegevens, Regelgeving voor drones met camera, Cx-label sinds 1 januari 2024, Remote ID en registratie bij de RDW (bijgewerkt 31 december 2024)(autoriteitpersoonsgegevens.nl).gov
- Rijksoverheid, Regels voor vliegen met drones, de drie categorieën, ILT-vergunning, Cx-label en Remote ID(rijksoverheid.nl).gov
- Rijksoverheid, Wat moet ik doen om met mijn drone te vliegen in de open categorie?, algemene regels, minimumleeftijd en het Cx-labeloverzicht(rijksoverheid.nl).gov
- Rijksoverheid, Hoe registreer ik mij als eigenaar van een drone (exploitant)?, de twee uitzonderingen, het exploitantnummer en de boete bij niet registreren(rijksoverheid.nl).gov
- Rijksoverheid, Wat mag ik met een drone lichter dan 250 gram?, registratieplicht bij een camera en de speelgoeddrone-uitzondering(rijksoverheid.nl).gov
- Rijksoverheid, Waar mag ik vliegen met een drone?, verboden gebieden voor alle vluchten en voor de open categorie(rijksoverheid.nl).gov
- RDW, Drone, exploitantnummer en vliegbewijs aanvragen, verlengen en beëindigen(rdw.nl).gov
- Uitvoeringswet AVG, artikel 6, de Autoriteit Persoonsgegevens als toezichthoudende autoriteit(wetten.overheid.nl).gov
- Artikel 139f en artikel 441b Wetboek van Strafrecht, heimelijk vervaardigen van een afbeelding(wetten.overheid.nl).gov