Een gesprek opnemen in België: de deelnemersregel, Antigoon en het Strafwetboek van 2026

Het Belgische strafrecht over het opnemen van een privégesprek draait om één vraag: neemt u deel aan het gesprek of niet. Artikel 314bis van het Strafwetboek bestraft wie een privécommunicatie waaraan hij niet deelneemt, onderschept, er kennis van neemt of opneemt, zonder de toestemming van iedereen die eraan deelneemt. Het bestraft niet een deelnemer die een gesprek opneemt dat hij werkelijk voert.
Dat onderscheid is het vertrekpunt voor bijna elk echt geschil dat deze pagina behandelt, van een ouder die een telefoongesprek met een ex-partner opneemt tot een werknemer die een moeilijk gesprek met een leidinggevende opneemt. Maar toegelaten zijn om een opname te maken, is slechts de eerste vraag. Wat er daarna gebeurt, of de opname aan iemand anders wordt getoond, online wordt geplaatst, of aan een rechtbank wordt overhandigd, wordt geregeld door een afzonderlijke reeks regels, en het door elkaar halen van de twee vragen is waar het meeste echte juridische risico zit.
Deze pagina bevat ook een vooruitblik. Een volledige vervanging van het Belgisch Strafwetboek treedt op 1 september 2026 in werking en hernummert elk artikel dat hier wordt besproken. Waar dat van belang is, wordt het nieuwe artikelnummer naast het huidige vermeld.
Informatie voor het laatst geverifieerd op 21 juli 2026. Deze pagina bevat algemene juridische informatie en vormt geen juridisch advies voor een individueel geval.
De deelnemersregel: artikel 314bis, paragraaf 1
Artikel 314bis, paragraaf 1 van het Strafwetboek bestraft wie opzettelijk en met een technisch hulpmiddel een privécommunicatie waaraan hij niet deelneemt, onderschept, er kennis van neemt of opneemt, zonder de toestemming van elke deelnemer. De straf is een gevangenisstraf van 6 maanden tot 2 jaar en een geldboete van 200 tot 10.000 euro, of een van beide.
Merk op wat het artikel vereist: de persoon die opneemt, moet een vreemde zijn aan het gesprek. Sinds een arrest van het Hof van Cassatie van 9 januari 2001 lezen de Belgische rechtbanken dit consequent zo dat een deelnemer, iemand die echt aan het gesprek deelneemt, volledig buiten paragraaf 1 valt. Iemand kan een telefoongesprek dat hij voert, een vergadering die hij bijwoont, of een gesprek aan zijn eigen voordeur opnemen zonder dit misdrijf te plegen, omdat hij niet de buitenstaander is op wie het artikel doelt.
Daarom wordt van België soms losjes gezegd dat het een systeem van toestemming van één partij hanteert voor het opnemen van gesprekken. Die omschrijving is een handige vuistregel, maar onvolledig, want ze beantwoordt alleen de vraag of het maken van de opname een misdrijf is. Ze zegt niets over of het nadien gebruiken ervan veilig is, waarop de volgende twee onderdelen ingaan.
Twee afzonderlijke vragen: de opname maken en ze gebruiken
Houd twee vragen uit elkaar wanneer u nadenkt over een opname in België.

De eerste vraag is of het maken van de opname zelf rechtmatig was. Voor een deelnemer, onder artikel 314bis paragraaf 1, is het antwoord in de regel ja.
De tweede vraag is of het gebruiken, delen of publiceren van die opname rechtmatig is, en dat is een volledig afzonderlijk juridisch probleem. Een rechtmatig gemaakte opname kan toch juridische problemen veroorzaken zodra ze aan iemand anders wordt afgespeeld, op sociale media wordt geplaatst, of als bewijs wordt overhandigd. Daar begint het privacyrecht een rol te spelen, voornamelijk artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de AVG, gehandhaafd in België door de Gegevensbeschermingsautoriteit (de GBA), want het opnemen van iemands stem en woorden is de verwerking van diens persoonsgegevens, ongeacht wie op de knop mocht drukken.
Het is ook waar het strafrecht via een andere deur weer kan binnenkomen. Artikel 314bis, paragraaf 2 bestraft niet alleen het bezitten of onthullen van een onrechtmatig verkregen opname. Het tweede lid ervan bestraft afzonderlijk wie een rechtmatig gemaakte opname van een privécommunicatie gebruikt met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden. Een opname die perfect legaal was om te maken, kan de maker ervan toch blootstellen aan vervolging voor wat hij er nadien mee deed, verder besproken hieronder.
Het bezitten, onthullen of gebruiken van een onrechtmatige opname: artikel 314bis, paragrafen 2, 2bis, 3 en 4
Paragraaf 2 van artikel 314bis bestraft wie bewust de inhoud van een privécommunicatie die onrechtmatig is onderschept of opgenomen, bezit, onthult, verspreidt of gebruikt. De straf is een gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar en een geldboete van 500 tot 20.000 euro, of een van beide, opnieuw beide onderworpen aan de hierboven beschreven opdecimes.
Datzelfde lid bestraft, in zijn tweede onderdeel, een andere situatie: het gebruiken van een opname die rechtmatig is gemaakt, meestal door een deelnemer, met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden. Dit is de bepaling die iemand vat die gerechtigd was een gesprek op te nemen, maar het vervolgens tegen de andere persoon inzet als wapen.
Paragraaf 2bis bestraft het loutere bezit van apparatuur die bestemd is voor onrechtmatige onderschepping. Paragraaf 3 behandelt een poging tot een van deze misdrijven alsof het misdrijf voltooid was, zodat er geen lagere straf staat op proberen en mislukken. Paragraaf 4 verdubbelt elk van deze straffen wanneer het misdrijf wordt herhaald binnen vijf jaar na een eerdere veroordeling voor hetzelfde of een verwant misdrijf.
Een afzonderlijke bepaling, artikel 259bis, past in grote lijnen hetzelfde gedrag toe op openbare ambtsdragers, openbare ambtenaren en agenten van de openbare macht die in die hoedanigheid optreden, als een verzwaarde versie van het misdrijf die het grotere vertrouwen weerspiegelt dat wordt gesteld in iemand die met openbaar gezag optreedt.
De Antigoon-doctrine: kan een onrechtmatig verkregen opname toch voor de rechter worden gebruikt
Belgische rechtbanken behandelen een onrechtmatig verkregen opname niet als automatisch onbruikbaar. De relevante regel staat bekend als de Antigoon-doctrine, ontstaan in het strafrecht in een arrest van het Hof van Cassatie in 2003. Onder Antigoon wordt onrechtmatig verkregen bewijs enkel uitgesloten wanneer een specifieke wettelijke regel uitsluiting oplegt, wanneer de onregelmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs aantast, of wanneer het gebruik van het bewijs strijdig zou zijn met het recht op een eerlijk proces. Buiten die situaties is toelaatbaarheid de regel, en is uitsluiting de uitzondering.

De doctrine bleef niet beperkt tot strafzaken. Ze werd in de daaropvolgende jaren uitgebreid tot fiscale geschillen en socialezekerheidszaken, en vervolgens breidde het Hof van Cassatie in een arrest van 14 juni 2021 (AR C.20.0418.N) dezelfde redenering uit tot zuiver burgerlijke geschillen tussen particulieren. België bereikte dit punt in zijn burgerlijke procedure ruim voordat de buurlanden hun eigen rechtspraak in een vergelijkbare richting bewogen.
Niets hiervan mag worden gelezen als een vrijgeleide. Antigoon betekent dat een onrechtmatig gemaakte opname niet automatisch wordt geweerd, niet dat het maken ervan rechtmatig was, en niet dat een rechter ze noodzakelijk zal aanvaarden. Een rechter weegt nog steeds af hoe de opname is verkregen, hoe ernstig de onregelmatigheid was, en in welke mate de toelating ervan het eerlijk proces zou schenden. Wie overweegt een gesprek op te nemen waaraan hij niet deelneemt, in de hoop zich nadien op Antigoon te kunnen beroepen, steunt op een doctrine die bepaald onrechtmatig verkregen bewijs in een procedure verontschuldigt, niet op een doctrine die het onderliggende strafbare feit van het opnemen zelf verontschuldigt.
Wat verandert op 1 september 2026
Een volledig nieuw Strafwetboek, gepubliceerd op 8 april 2024 en oorspronkelijk bedoeld om op 8 april 2026 in werking te treden, werd uitgesteld en treedt nu op 1 september 2026 in werking. Het vervangt de oude driedeling tussen misdaad, wanbedrijf en overtreding door acht strafniveaus, elk met een eigen vastgelegd menu van mogelijke straffen, uitgedrukt in reële eurobedragen in plaats van historische bedragen vermenigvuldigd met een opdecimesfactor.

Het nieuwe wetboek hernummert ook alles wat deze pagina heeft beschreven. Artikel 314bis paragraaf 1, samen met het bezitten en onthullen in paragraaf 2, wordt artikel 342. Artikel 259bis splitst zich in twee: het verzwaarde onderscheppings- en bezitsmisdrijf wordt artikel 343, terwijl de verzwaarde versie van het misdrijf van bedrieglijk gebruik artikel 345 wordt. Het bedrieglijk gebruik van een rechtmatig gemaakte opname, momenteel het tweede onderdeel van artikel 314bis paragraaf 2, wordt een eigen artikel 344. Het bezit van onderscheppingsapparatuur, momenteel artikel 314bis paragraaf 2bis, wordt artikel 346.
Leest u dit na 1 september 2026, gebruik dan de nieuwe artikelnummers hierboven. De rest van deze pagina behandelt de wet zoals ze onder de huidige nummering geldt, van kracht tot die datum. Voor hoe een rechtmatig gemaakte maar als wapen ingezette verklaring uitpakt in het laster- en eerroofrecht in plaats van het opnamerecht, zie Belgische wetgeving.
Deze pagina beschrijft het Belgisch strafrecht en de bewijsleer rond het opnemen van een privégesprek en vormt geen juridisch advies voor een individuele situatie. Of een specifieke opname rechtmatig is om te maken, te gebruiken of in een geschil op te steunen, hangt af van de precieze feiten, en de relevante wetgeving verandert, het eerst en het meest ingrijpend op 1 september 2026. Controleer de geldende tekst op ejustice.just.fgov.be, of raadpleeg een advocaat, voordat u op basis van iets hier handelt.
Veelgestelde vragen
Mag ik in België een telefoongesprek opnemen waaraan ik deelneem?
In de regel wel. Artikel 314bis, paragraaf 1 van het Strafwetboek bestraft alleen het opnemen van een privécommunicatie waaraan u niet deelneemt. Sinds een arrest van het Hof van Cassatie van 2001 valt een deelnemer die zijn eigen gesprek opneemt buiten dat misdrijf. Wat u vervolgens met de opname doet, is een afzonderlijke vraag.
Is het strafbaar om iemand op te nemen zonder het hem te vertellen?
Dat hangt af van of u aan het gesprek deelneemt. Een gesprek dat u voert opnemen, zonder het de andere deelnemer te vertellen, is op zich niet het misdrijf van artikel 314bis. Een privégesprek tussen andere personen opnemen, waaraan u niet deelneemt, zonder de toestemming van iedereen erin, is dat wel.
Wat is de straf voor het opnemen van een gesprek waaraan ik niet deelneem?
Een gevangenisstraf van 6 maanden tot 2 jaar en een geldboete van 200 tot 10.000 euro, of een van beide, onder artikel 314bis, paragraaf 1. Door de opdecimes-vermenigvuldigingsfactor, momenteel tien, is de boete die werkelijk wordt opgelegd 2.000 tot 100.000 euro.
Kan een opname die zonder toestemming is gemaakt, toch als bewijs voor een Belgische rechtbank worden gebruikt?
Mogelijk wel. Onder de Antigoon-doctrine wordt onrechtmatig verkregen bewijs enkel uitgesloten als een specifieke regel dat oplegt, de onregelmatigheid de betrouwbaarheid ervan aantast, of het gebruik ervan strijdig zou zijn met het recht op een eerlijk proces. Een rechter weegt de omstandigheden nog steeds af, en de doctrine maakt het maken van de opname zelf niet rechtmatig.
Kan ik problemen krijgen door het delen van een opname die ik mocht maken?
Ja, in bepaalde omstandigheden. Artikel 314bis, paragraaf 2 bestraft afzonderlijk het gebruiken van een rechtmatig gemaakte opname van een privécommunicatie met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, met een gevangenisstraf van 6 maanden tot 3 jaar en een geldboete van 500 tot 20.000 euro vóór de opdecimes-vermenigvuldigingsfactor.
Worden openbare ambtenaren anders behandeld onder deze wet?
Ja. Artikel 259bis past een verzwaarde versie van hetzelfde misdrijf toe op openbare ambtsdragers, openbare ambtenaren en agenten van de openbare macht die in die hoedanigheid optreden.
Verandert deze wet binnenkort?
Ja. Een nieuw Strafwetboek treedt op 1 september 2026 in werking en hernummert dit rechtsgebied: artikel 314bis wordt de artikelen 342, 344 en 346, en artikel 259bis splitst zich in de artikelen 343 en 345.
Vereist het opnemen van iemand altijd de toestemming van iedereen in het gesprek?
Nee, niet als u een deelnemer bent. De toestemming van elke deelnemer is alleen van belang voor wie een gesprek opneemt waaraan hij niet deelneemt. Een deelnemer heeft de toestemming van de andere persoon niet nodig om de opname zelf te maken, al kan het gebruik ervan nadien nog afzonderlijke juridische kwesties doen rijzen.
Bronnen en referenties
- Strafwetboek, gecoördineerde tekst (artikelen 259bis en 314bis, onderschepping en opname van communicatie)(ejustice.just.fgov.be).gov
- Strafwetboek van 8 juni 1867, officiële geconsolideerde tekst (art. 314bis en 259bis)(ejustice.just.fgov.be).gov
- Wet van 29 februari 2024 houdende invoeging van Boek II van het Strafwetboek(etaamb.openjustice.be).gov
- FOD Justitie, nieuw Strafwetboek: inwerkingtreding uitgesteld tot 1 september 2026(justice.belgium.be).gov
- FOD Justitie, hervorming van het Strafwetboek(justice.belgium.be).gov
- Gegevensbeschermingsautoriteit, Professionele telefoongesprekken(autoriteprotectiondonnees.be).gov
- Gegevensbeschermingsautoriteit, Wat zijn mijn rechten?(autoriteprotectiondonnees.be).gov