Belgische Onderhoudsbijdrage: Waarom Er Geen Officiële Rekenmodule Bestaat (2026)

België heeft geen bindende officiële schaal voor onderhoudsbijdragen. Geen tabel, geen formule, geen overheidsrekenmodule. Dat ene feit is precies wat de meeste bronnen verkeerd voorstellen, en het is de reden waarom ook deze pagina u geen cijfer geeft.
Wat de wet in de plaats stelt, is een geheel van beginselen, een motiveringsplicht, een vaste lijst van buitengewone kosten, en een overheidsdienst die tussenkomt wanneer een ouder stopt met betalen. Die vier elementen vertellen u veel meer over een echte Belgische onderhoudsbijdrage dan om het even welke privérekenmodule die online circuleert, waarvan geen enkele rechtskracht heeft.
Informatie laatst geverifieerd op 21 juli 2026. Deze pagina biedt algemene juridische informatie en vormt geen juridisch advies voor een individueel geval.
Waarom er geen rekenmodule bestaat
De wet van 19 maart 2010 richtte de Commissie voor onderhoudsbijdragen op, precies om het ontbreken van een gedeelde methode aan te pakken. Haar opdracht, in artikel 1322 van het Gerechtelijk Wetboek, laat haar toe aanbevelingen te doen aan de ministers bevoegd voor justitie en voor gezinsbeleid. Ze laat de Commissie niet toe zelf een bindende methode vast te stellen.
Datzelfde artikel laat de Koning toe bij koninklijk besluit een officiële berekeningsmethode vast te leggen. Meer dan vijftien jaar na de oprichtingswet is dat nog nooit gebeurd. De samenstelling van de Commissie zelf werd bij koninklijk besluit vernieuwd in december 2021, en een nieuwe oproep tot kandidaten verscheen in het Belgisch Staatsblad in juni 2025; haar werkgroepen over evaluatiemethodes werden pas in december 2022 opgericht. Er bestaat nog steeds geen officiële methode voor die werkgroepen om te evalueren.
In dat vacuüm zijn vijf privémethodes gesprongen: de méthode Renard, die haar oorsprong vindt in een studie uit 1985 in opdracht van de Communauté française, PCA/VOB, Contriweb, het model Tremmery, en de Simulateur de Pareto. Elk levert een cijfer op. Geen daarvan bindt een rechter, een ouder, of DAVO. Een tool die een van deze methodes als hét antwoord voorstelt, biedt een mening met een rekenblad eraan vast, geen juridische berekening, en dat is precies waarom deze pagina er geen inbouwt.
Artikelen 203 en 203bis: de werkelijke regel
Wat het oud Burgerlijk Wetboek werkelijk vereist, is eenvoudiger dan om het even welke privémethode, en aanzienlijk minder precies. Artikel 203 verplicht ouders om, in verhouding tot hun respectieve middelen, bij te dragen in de huisvesting, het onderhoud, de gezondheid, het toezicht, de opvoeding en de opleiding van een kind.

Artikel 203bis vult dat aan. Paragrafen 1 en 2 laten elke ouder bijdragen naar rato van diens aandeel in de gezamenlijke middelen van het koppel, met een recht om het eigen aandeel van de andere ouder terug te vorderen. Paragraaf 3 splitst gewone kosten van buitengewone kosten, die verderop afzonderlijk worden behandeld. Paragraaf 4 laat elke ouder toe de familierechtbank te vragen een gezamenlijke rekening op te leggen, aangehouden bij een erkende instelling, specifiek voor de buitengewone kosten.
Nergens in beide artikelen staat een percentage, een inkomensschijf of een bedrag per kind. De evenredigheidsmaatstaf is bewust open geformuleerd, en het is een rechter die, toegepast op de feiten van een concreet gezin, er een werkelijk bedrag van maakt.
Artikel 1321: een motiveringsplicht, geen formule
Artikel 1321 van het Gerechtelijk Wetboek voegt een procedurele vereiste toe bovenop de inhoudelijke regel: zowel een vonnis als een onderlinge overeenkomst tussen ouders die de onderhoudsbijdrage vastlegt, moet het bedrag verantwoorden aan de hand van een reeks opgesomde criteria. Het is een motiveringsplicht. Ze legt geen formule, geen cijfer en geen methode vast, en ze vertelt geen van beide ouders wat de uitkomst zou moeten zijn.
Deze pagina kan de precieze opgesomde lijst, of de exacte datum waarop de vereiste in werking trad, niet bevestigen. De wijzigingswet werd gepubliceerd op 31 december 2018; een vaak aangehaalde datum van inwerkingtreding van 10 januari 2019 kon hier niet zelfstandig worden bevestigd. Wat wel bevestigd is, is het effect: wie het bedrag ook vastlegt, of dat nu een rechter is of de ouders zelf, moet de redenering verantwoorden aan de hand van door de wet vastgelegde criteria, en niet gewoon een cijfer noemen.
Buitengewone kosten: een echte officiële lijst
Gewone kosten, voeding, huisvesting, dagelijkse kledij, zitten vervat in de doorlopende bijdrage op grond van artikel 203bis. Buitengewone kosten worden apart behandeld, en dit is het enige onderdeel van het systeem dat door een officiële tekst is vastgelegd, in tegenstelling tot wat sommige bronnen laten uitschijnen.

Het koninklijk besluit van 22 april 2019, genomen op grond van artikel 203 Paragraaf 1 van het oud Burgerlijk Wetboek, legt vier categorieën vast: medische en paramedische kosten, schoolgebonden kosten, kosten verbonden aan de ontwikkeling van het kind, en een restcategorie voor wat de ouders overeenkomen, of wat een rechter specifiek als buitengewoon aanwijst. Datzelfde besluit vereist een driemaandelijkse afrekening van deze kosten, met bijgevoegde bewijsstukken, en betaling binnen 15 dagen na verzending van de afrekening. Een ouder die een buitengewone kost inroept buiten deze vier categorieën, of buiten dit tijdschema, volgt de officiële procedure niet.
Indexatie: consumptieprijzen, niet de gezondheidsindex
Artikel 203quater past het onderhoudsgeld automatisch, van rechtswege, aan aan de index van de consumptieprijzen. Een veelgehoorde omschrijving die dit koppelt aan de gezondheidsindex, klopt niet; de gezondheidsindex is een engere maatstaf die elders in het Belgisch recht wordt gebruikt, niet de standaard hier. Een rechter mag in een specifiek geval een andere formule vastleggen, en de ouders zelf mogen overeenkomen om helemaal af te zien van automatische indexatie.
DAVO: wat er gebeurt wanneer onderhoudsgeld onbetaald blijft
DAVO, de Dienst voor alimentatievorderingen, is een dienst van de FOD Financiën, opgericht bij de wet van 21 februari 2003 en operationeel sinds 2004.

Ze doet twee verschillende dingen. Ze vordert onderhoudsgeld in dat een ouder is gestopt met betalen, met de invorderingsbevoegdheden van de belastingadministratie. En, afzonderlijk daarvan, betaalt ze onderhoudsgeld voor aan de ouder die er recht op heeft, tot een maximum van 175 euro per maand per kind, terwijl de invordering bij de niet betalende ouder parallel doorloopt.
De belangrijkste recente wijziging betreft de inkomensgrens. Tot de wet van 9 juli 2020, die in werking trad vanaf 1 juni 2020, moest een ouder die voorschotten aanvroeg, onder een inkomensgrens vallen. Die grens werd volledig afgeschaft. Er bestaat momenteel geen inkomenstoets voor een ouder die DAVO om voorschotten vraagt.
DAVO is niet gratis voor de ouder die het geld verschuldigd is. Een werkingskost van 13 procent wordt aangerekend op de schuld die DAVO invordert, en daarbovenop loopt 7 procent nalatigheidsintrest op elke gemiste termijn. Achterstand oplopen op onderhoudsgeld in België stelt het verschuldigde bedrag niet gewoon uit; het verhoogt het.
Deze pagina biedt algemene juridische informatie over een buitenlands rechtsstelsel en vormt geen juridisch advies voor een individueel geval. Onderhoudsbijdrage hangt af van de specifieke feiten van elk gezin, en de onderliggende wetgeving wijzigt van tijd tot tijd. Raadpleeg de geldende tekst op ejustice.just.fgov.be en fin.belgium.be, of neem contact op met een advocaat, voordat u iets onderneemt op basis van deze informatie.
Veelgestelde vragen
Heeft België een officiële rekenmodule voor onderhoudsbijdragen?
Nee. De wet richtte in 2010 een Commissie op die enkel een methode kan aanbevelen, en de Koning heeft de bevoegdheid om er een bij koninklijk besluit vast te leggen nog nooit gebruikt. Er bestaan verscheidene privétools, maar geen daarvan heeft rechtskracht, en dat is waarom deze pagina de regel beschrijft in plaats van een rekenmodule aan te bieden.
Hoe beslissen rechtbanken in werkelijkheid over het bedrag?
Aan de hand van de artikelen 203 en 203bis van het oud Burgerlijk Wetboek, die vereisen dat ouders bijdragen in verhouding tot hun respectieve middelen, en aan de hand van artikel 1321 van het Gerechtelijk Wetboek, dat vereist dat het bedrag wordt verantwoord aan de hand van opgesomde criteria. Achter geen van beide vereisten schuilt een vaste formule.
Zijn privérekenmodules zoals de méthode Renard wettelijk bindend?
Nee. De méthode Renard, PCA/VOB, Contriweb, het model Tremmery en de Simulateur de Pareto zijn allemaal privétools zonder wettelijke grondslag. Een rechter mag er een als referentiepunt gebruiken of ze allemaal naast zich neerleggen.
Wat telt als een buitengewone kost?
Het koninklijk besluit van 22 april 2019 legt vier categorieën vast: medische en paramedische kosten, schoolgebonden kosten, kosten verbonden aan de ontwikkeling van het kind, en een restcategorie voor wat de ouders overeenkomen of wat een rechter aanwijst. Het besluit vereist ook een driemaandelijkse afrekening met bewijsstukken en betaling binnen 15 dagen.
Stijgt onderhoudsgeld automatisch in de tijd?
Ja, standaard wel. Artikel 203quater indexeert het onderhoudsgeld aan de index van de consumptieprijzen, niet aan de gezondheidsindex, tenzij een rechter een andere formule vastlegt of de ouders overeenkomen ervan af te zien.
Wat gebeurt er als de andere ouder stopt met betalen?
DAVO kan het onbetaalde bedrag invorderen en, afzonderlijk daarvan, tot 175 euro per maand per kind voorschieten aan de ouder die er recht op heeft. Sinds 1 juni 2020 bestaat er geen inkomensgrens meer om een voorschot aan te vragen.
Bestaat er een sanctie voor achterstand op onderhoudsgeld?
Ja. DAVO rekent een werkingskost van 13 procent aan op de schuld die ze invordert, en 7 procent nalatigheidsintrest loopt op bij een gemiste termijn, bovenop wat al verschuldigd was.
Bronnen en referenties
- Oud Burgerlijk Wetboek (21 maart 1804), Boek I: Personen (art. 1 tot 515), geconsolideerde tekst(ejustice.just.fgov.be).gov
- Gerechtelijk Wetboek, Deel IV: Burgerlijke rechtspleging (art. 664 tot 1385octiesdecies), waaronder art. 1255, 1287 tot 1304, 1321 en 1322(ejustice.just.fgov.be).gov
- Wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën (DAVO)(ejustice.just.fgov.be).gov
- Wet van 9 juli 2020 tot wijziging van de wet van 21 februari 2003, tot afschaffing van de inkomensgrens voor DAVO-voorschotten, in werking vanaf 1 juni 2020(ejustice.just.fgov.be).gov
- Koninklijk besluit van 22 april 2019 tot vaststelling van de buitengewone kosten voortvloeiend uit artikel 203, Paragraaf 1, van het Burgerlijk Wetboek en de uitvoeringsmodaliteiten ervan(ejustice.just.fgov.be).gov
- FOD Justitie: de Commissie voor onderhoudsbijdragen(justice.belgium.be).gov
- FOD Financiën: onderhoudsgeld (DAVO)(fin.belgium.be).gov
- FOD Sociale Zekerheid: Belgisch Tijdschrift voor Sociale Zekerheid, jaargang 2017 (Claessens & Mortelmans, over onderhoudsbijdragen zonder eenvormige berekeningsmethode)(socialsecurity.belgium.be).gov