Belgische wetgeving over smaad en laster: strafrecht, civiel recht en verweer

In België is smaad zowel een strafbaar feit als een burgerrechtelijke onrechtmatige daad. Het Strafwetboek (Code pénal / Strafwetboek) bestraft laster en eerroof in de artikelen 443 tot 453, en het Burgerlijk Wetboek biedt de benadeelde de mogelijkheid om op grond van de algemene foutregel (historisch artikel 1382, thans Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek) een vordering in te stellen tot schadevergoeding en rechtzetting.
Is smaad in België civielrechtelijk, strafrechtelijk, of beide?
Het is beide. België stelt aantastingen van de eer strafbaar in het Strafwetboek en biedt de benadeelde daarnaast de mogelijkheid om bij de burgerlijke rechter te procederen. De strafrechtelijke eerroofmisdrijven zijn gegroepeerd in de artikelen 443 tot 453 en omvatten laster (calomnie), eerroof (diffamation), lasterlijke aangifte en belediging (injure). Aan de burgerrechtelijke kant kent België geen afzonderlijke civiele smaadwet; in plaats daarvan wordt een lasterlijke uitlating behandeld als een fout onder de algemene regel van de buitencontractuele aansprakelijkheid. Die regel stond historisch in de artikelen 1382 en 1383 van het oude Burgerlijk Wetboek en is, sinds de inwerkingtreding van Boek 6 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek op 1 januari 2025, thans daarin opgenomen. Een slachtoffer moet een fout, schade en een oorzakelijk verband aantonen. Vanwege de grondwettelijke jury-regel voor drukpersmisdrijven is de burgerlijke weg in de praktijk de belangrijkste route voor mediazaken.
Wat geldt als strafbare smaad onder het Strafwetboek?
Het Belgische recht draait om de vraag of de wet het bewijs van het beweerde feit toelaat. Artikel 443 omschrijft het kernmisdrijf als het kwaadwillig toeschrijven aan een persoon van een bepaald feit dat van dien aard is dat het zijn eer kan aantasten of hem aan de openbare verachting kan blootstellen, en waarvan geen wettelijk bewijs wordt geleverd. Het is laster wanneer de wet het bewijs van het toegeschreven feit toelaat, en eerroof wanneer de wet dat bewijs niet toelaat. Artikel 444 vereist dat de toeschrijving gebeurt met ruchtbaarheid, bijvoorbeeld in openbare bijeenkomsten of plaatsen, in geschriften die gedrukt of anderszins verspreid worden, of in enige andere gepubliceerde vorm. De straf op grond van artikel 444 is een gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en een geldboete, waarbij de wettelijke boetebedragen worden vermenigvuldigd met de opdeciemen die op alle Belgische geldboetes van toepassing zijn.

Let op: Belgische strafrechtelijke geldboetes worden vermeld tegen nominale, historische bedragen (bijvoorbeeld 26 tot 200 euro), maar deze worden vermenigvuldigd met wettelijke opdeciemen, zodat het werkelijk te betalen bedrag aanzienlijk hoger ligt dan het bedrag dat in het artikel wordt genoemd.
Hoe zit het met belediging en lasterlijke aangifte?
Naast laster en eerroof behandelt het Strafwetboek twee verwante misdrijven. Belediging (injure) op grond van artikel 448 betreft beledigende uitdrukkingen of minachtende termen die geen bepaald feit toeschrijven, en kent lichtere straffen, doorgaans een korte gevangenisstraf van acht dagen tot twee maanden en een geldboete wanneer het misdrijf met ruchtbaarheid wordt gepleegd. Lasterlijke aangifte (dénonciation calomnieuse) op grond van artikel 445 betreft het doen van een kwaadwillige, valse beschuldiging bij een overheid, en kent een gevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden en een geldboete. De verhoogde minimumstraffen voor haatmisdrijven kunnen van toepassing zijn wanneer de toeschrijving is ingegeven door discriminatie op grond van beschermde kenmerken zoals afkomst, leeftijd, handicap, seksuele geaardheid of geloofsovertuiging.
Welke verweren en privileges gelden er?
De belangrijkste verweren volgen de structuur van artikel 443. Voor laster vormt het bewijs dat het toegeschreven feit waar is, een volledig verweer, aangezien laster per definitie betrekking heeft op feiten waarvan de wet het bewijs toelaat. Eerroof daarentegen betreft feiten waarvan de wet het bewijs niet toelaat, zoals aangelegenheden die worden beschermd door het privéleven, zodat waarheid daar doorgaans geen verweer biedt. Het vereiste van kwaadwilligheid (méchanceté) betekent dat een te goeder trouw en zonder opzet om te schaden gedane uitlating buiten het misdrijf kan vallen, en de Belgische rechtspraak geeft, in toepassing van artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, meer ruimte aan waardeoordelen en aan journalistiek over aangelegenheden van publiek belang. Nauwkeurige verslaggeving over parlementaire en gerechtelijke procedures geniet eveneens bescherming.
| Delict | Kernbestanddeel | Straf (vóór opdeciemen) |
|---|---|---|
| Laster / eerroof (art. 443-444) | Kwaadwillige toeschrijving van een bepaald feit, met ruchtbaarheid | 8 dagen tot 1 jaar en een geldboete |
| Lasterlijke aangifte (art. 445) | Valse, kwaadwillige beschuldiging bij een overheid | 15 dagen tot 6 maanden en een geldboete |
| Belediging (art. 448) | Beledigende minachting zonder toeschrijving van een feit | 8 dagen tot 2 maanden en een geldboete |
Waarom wordt de pers zelden strafrechtelijk vervolgd?
De Belgische Grondwet behandelt drukpersmisdrijven op bijzondere wijze. Op grond van artikel 150 van de Grondwet moeten drukpersmisdrijven worden berecht door een volksjury in het Hof van Assisen, en niet door een gewone strafrechter. Een grondwetsherziening van 1999 voorzag in een uitzondering voor drukpersmisdrijven ingegeven door racisme of xenofobie, die wel voor de correctionele rechtbank kunnen komen, maar gewone smaad via de pers blijft onder de exclusieve bevoegdheid van de jury vallen. Omdat assisenprocessen traag en kostbaar zijn en voorbehouden blijven aan de ernstigste zaken, vervolgt het Openbaar Ministerie perssmaad daar zelden, wat commentatoren omschrijven als een vorm van feitelijke straffeloosheid voor drukpersmisdrijven. Het Hof van Cassatie heeft het begrip drukpersmisdrijf uitgebreid tot online gepubliceerde meningen. Het praktische gevolg is dat de meeste smaad via de media, met inbegrip van onlinemedia, wordt behandeld als een burgerrechtelijke onrechtmatige daad.

Welke rechtsmiddelen, schadevergoedingen en verjaringstermijnen gelden er?
Aan de burgerlijke kant kan een eiser die in het gelijk wordt gesteld, een vergoeding krijgen voor materiële en morele schade, en kan de rechter maatregelen bevelen zoals de publicatie van het vonnis of een rechtzetting. De Belgische schadevergoeding is compensatoir en kent geen wettelijk maximum. De civiele verjaringstermijn volgt de algemene regel die nu in het Burgerlijk Wetboek staat: een vordering verjaart vijf jaar nadat het slachtoffer kennis krijgt van de schade en van de identiteit van de aansprakelijke persoon, en in ieder geval twintig jaar na het feit dat de schade heeft veroorzaakt. Aan de strafrechtelijke kant worden eerroofmisdrijven op grond van artikel 443 en volgende alleen vervolgd op klacht van het slachtoffer, en kennen drukpersmisdrijven de kortere verjaringstermijn van drie maanden zoals vastgelegd in de perswet van 20 juli 1831, te rekenen vanaf de dag van het misdrijf of de laatste vervolgingshandeling.
Hoe wordt online smaad behandeld, en hoe stel je een vordering in?
Dezelfde regels gelden voor online uitlatingen, waaronder berichten op sociale media, reviews en reacties, en het Hof van Cassatie heeft bevestigd dat lasterlijke inhoud die online wordt gepubliceerd, voor grondwettelijke doeleinden als drukpersmisdrijf kan gelden. Om een vordering in te stellen, brengt een slachtoffer meestal een civiele vordering aan bij de gewone burgerlijke rechtbank (rechtbank van eerste aanleg) voor schadevergoeding en rechtzettingsmaatregelen, vaak de meer realistische route gezien de jury-regel voor strafrechtelijke perszaken. Een strafklacht kan worden ingediend bij het Openbaar Ministerie voor niet-drukpersgebonden eermisdrijven, en een slachtoffer kan zich als burgerlijke partij voegen in een strafzaak om schadevergoeding te vorderen. Dit is algemene informatie over Belgisch recht en geen juridisch advies voor een specifiek geschil.

Frequently Asked Questions
Is smaad een strafbaar feit in België?
Ja. De artikelen 443 tot 453 van het Strafwetboek maken laster, eerroof, lasterlijke aangifte en belediging tot strafbare feiten. Ze worden alleen vervolgd op klacht van het slachtoffer, en perssmaad is grondwettelijk voorbehouden aan een jury, wat strafrechtelijke vervolging van de pers in de praktijk zeldzaam maakt.
Wat is het verschil tussen laster (calomnie) en eerroof (diffamation) in België?
Beide houden in dat kwaadwillig een bepaald, eerkrenkend feit wordt toegeschreven op grond van artikel 443. Het is laster wanneer de wet het bewijs van het feit toelaat, en eerroof wanneer de wet dat bewijs niet toelaat, bijvoorbeeld feiten die worden beschermd door het privéleven.
Wat zijn de straffen voor smaad in België?
Artikel 444 bepaalt een gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en een geldboete voor laster of eerroof gepleegd met ruchtbaarheid. De nominale boetebedragen worden vermenigvuldigd met wettelijke opdeciemen, en de minimumstraffen kunnen verdubbelen wanneer het misdrijf is ingegeven door haat of discriminatie.
Kun je in België een rechtszaak aanspannen wegens smaad, en hoeveel kun je vorderen?
Ja. België kent geen afzonderlijke civiele smaadwet, zodat een slachtoffer een vordering instelt op grond van de algemene foutregel van het Burgerlijk Wetboek (voorheen artikel 1382, thans Boek 6). De schadevergoeding is compensatoir voor materiële en morele schade, kent geen wettelijk maximum, en de rechter kan ook de publicatie van het vonnis bevelen.
Is waarheid een verweer tegen smaad in België?
Voor laster vormt het bewijs dat het toegeschreven feit waar is, een volledig verweer. Eerroof betreft feiten waarvan de wet het bewijs niet toelaat, zodat waarheid daar doorgaans geen verweer biedt. Goede trouw en de afwezigheid van kwaadwilligheid kunnen de aansprakelijkheid eveneens uitsluiten.
Wat is de verjaringstermijn voor een smaadvordering in België?
Civiele vorderingen verjaren vijf jaar nadat het slachtoffer kennis krijgt van de schade en van de aansprakelijke partij, en in ieder geval twintig jaar na het feit. Strafrechtelijke drukpersmisdrijven kennen een korte verjaringstermijn van drie maanden op grond van de perswet van 20 juli 1831.
Waarom wordt perssmaad in België zelden strafrechtelijk vervolgd?
Artikel 150 van de Grondwet vereist dat drukpersmisdrijven worden berecht door een jury in het Hof van Assisen. Omdat assisenprocessen traag en kostbaar zijn, brengt het Openbaar Ministerie perssmaad daar zelden voor, zodat de meeste mediasmaad, met inbegrip van onlinemedia, in plaats daarvan via een civiele vordering wordt behandeld.
Hoe wordt online smaad in België behandeld?
Dezelfde regels van het Strafwetboek en het burgerlijk recht gelden voor sociale media, reviews en reacties, en het Hof van Cassatie heeft lasterlijke online-inhoud als drukpersmisdrijf behandeld. Slachtoffers stellen meestal een civiele vordering in voor schadevergoeding en rechtzettingsmaatregelen.
Sources and References
- Belgisch Strafwetboek (Code pénal), artikelen 443 tot 453 over laster, eerroof en belediging, officiële Justel-databank(ejustice.just.fgov.be).gov
- Belgische Grondwet, artikel 150 (drukpersmisdrijven berecht door een jury in het Hof van Assisen)(senate.be).gov
- Decreet van 20 juli 1831 op de drukpers (perswet), verjaringstermijn van drie maanden voor drukpersmisdrijven(ejustice.just.fgov.be).gov
- Belgisch Burgerlijk Wetboek, algemene buitencontractuele aansprakelijkheid en verjaring (voormalig art. 1382, sinds 2025 Boek 6)(ejustice.just.fgov.be).gov
- Belgisch Grondwettelijk Hof (Cour constitutionnelle) over vrijheid van meningsuiting en drukpersmisdrijven(const-court.be).gov
- Lingens v. Austria (EHRM) over waardeoordelen en kritiek op publieke figuren, toegepast op grond van artikel 10 EVRM(hudoc.echr.coe.int).gov